slogan

Op de parkeerplaats

Het is druk op de parkeerplaats.

Auto’s draaien rondjes, op zoek naar een plekje. De meeste mensen rijden onverrichter zake de straat weer op. ‘Misschien toch maar naar een andere supermarkt,’ denken ze. Het is altijd druk op deze parkeerplaats. Behalve ’s ochtends heel vroeg.

Ik stond er al vóór negen uur. Na de boodschappen bij de supermarkt loop ik naar Blokker. Ik koop alvast een paar cadeautjes voor de verjaardag van Annabel. Hebben is hebben, zeg ik altijd. Het is inmiddels tegen tienen als ik de parkeerplaats weer oploop.

Een vrouw van middelbare leeftijd, in een spuuglelijke gele volvo, wil net aan haar ‘rondje’ over de parkeerplaats beginnen. Aan haar gezicht te zien heeft ze er niet al te veel vertrouwen in. Ze kijkt benauwd om zich heen. De parkeerplaats puilt uit.

Ik tik op haar raam. “Als jij nou hier stopt, dan rijd ik eruit en dan mag jij mijn plek hebben,” gesticuleer ik. Maar de vrouw begrijpt me niet. Ze begrijpt alleen dat ik wil dat ze stopt. En dat op een drukke parkeerplaats. Ze draait haar raampje open en doet haar best om niet geïrriteerd te kijken.

“Ik sta daar,” wijs ik als de vrouw me eindelijk kan verstaan. “Als je hier blijft staan kan je er zo inrijden.” Het gezicht van de vrouw klaart op. Van gefrustreerd naar opgelucht. Ze heeft een plek. En ze hoeft alleen maar te blijven staan. “O, wat lief van je,” zegt ze dankbaar.

Als ik weg rij zie ik de vrouw optrekken. Maar niet nadat ze uitgebreid naar me heeft gezwaaid en ongeveer twintig keer haar duim heeft opgestoken.

Mijn dag is weer goed.


,