slogan

Real life: 'Tijdens mijn psychose dacht ik dat mijn kind dood was'

Ze was een week continu wakker en had wanen: Sophie Eenhoorn (41) kreeg na haar bevalling een kraampsychose. Maar ze heeft er ook veel aan te danken, vindt ze.

Geboorte

"In mijn familie heersen geen psychische aandoeningen. Nooit eerder had ik last van waanideeën. Tot ik mijn eerste kind kreeg. De eerste dagen na de geboorte was ik helemaal hyper – best gebruikelijk als je net een kind gekregen hebt. ‘Wat gaat het goed met je!’ vond de verloskundige bij haar bezoek. Maar ’s nachts spookte ik door het huis: ik ruimde de vaatwasser in en schrobde de wc. Op een gegeven moment ging ik schrijven, een handboek voor nieuwe moeders. De hele nacht werkte ik aan mijn ‘bestseller’, ik dacht dat ik rocket science schreef, maar het was van het niveau ‘koop een wc-mat zodat je voeten niet koud worden als je gaat plassen’."

"Toen mijn zoon vijf dagen oud was, uitte mijn kraamverzorger haar zorgen bij mijn man. Hij had inmiddels ook het vermoeden dat er iets niet klopte. De kraamhulp en mijn man verboden me om nog te schrijven, ik moest slapen, maar de volgende ochtend vonden ze weer volgekrabbelde vellen papier. Toen zag mijn man de tijdstippen waarop ik schreef, die noteerde ik er namelijk bij: 4.01 uur, 4.30 uur, 5.00 uur et cetera. Mijn man zakte in elkaar toen hij zich realiseerde dat ik al bijna een week continu wakker was.”

Crisiscentrum

“Na de zoveelste avond dat ik niet sliep, reden mijn man en vader mij ’s nachts naar een crisiscentrum. Daarna ging ik naar de moeder-kind-unit van de psychiatrie-afdeling van een ziekenhuis, waar moeders samen met hun baby’s worden opgenomen. Eerst zat ik op een gesloten afdeling en zag ik mijn zoon vijf minuten per dag, meer kon ik niet aan. Ik voelde weinig voor de baby, was moe en suf van de medicijnen. Elke nacht controleerde een verpleegkundige die ik niet kende alle patiënten op hun kamer, ik dacht dat zij ‘de dood’ was."

"Omdat ik zo slecht tegen prikkels kon, ging ik naar de separeercel, die alleen uit muren en een bed bestaat. Mijn moeder eiste dat ik daar mijn eigen dekbed kreeg. Vaag weet ik nog hoe ze me stevig instopte onder het vertrouwde beige satijn en me kordaat toefluisterde dat ik nu eindelijk eens lekker moest gaan slapen. Die nacht sliep ik voor het eerst weer en dat was de ommekeer. Ik mocht naar een open afdeling waar ik leerde hoe ik mijn baby de fles moest geven en in bad moest doen. Na vier maanden mocht ik naar huis."

"In het begin logeerden mijn man, de baby en ik bij mijn ouders, want ik durfde nog niet alleen voor mijn kind te zorgen. Langzaam bouwde ik een band op met mijn zoon. Ik besloot niet te blijven hangen in die eerste vier maanden van mijn kinds leven. Ik kon wel zwelgen over alles wat ik gemist had, maar dat leek me niet zinnig. Die psychose had wel een enorme impact gehad, ook op mijn omgeving."

"Ik was een maand of twee thuis uit de kliniek, toen mijn man en ik op het kind van vrienden zouden passen. Maar toen mijn vriendin haar dochter kwam brengen, stond mijn man nog in de file. Ze ging weg en stond twee minuten later weer voor de deur: ‘Ik wacht toch even tot hij er is.’ Ik begreep dat heel goed. Later vroeg ik aan mijn man hoe hij dat had gedaan, mij zo snel weer alleen laten met ons kind. ‘Ik zag aan je ogen dat je er weer was’, vertelde hij. Ik vind dat ontzettend knap van hem. Die psychose heeft onze band enorm versterkt en een paar jaar later besloten we voor een tweede kind te gaan. Deze keer hadden we alles perfect geregeld: ik slikte preventief medicijnen, de psychiater stond stand-by en we hadden een au pair voor de nachten, zodat ik zou slapen.”

Kapot gemaakt

“De bevalling van mijn tweede kind was er een uit het boekje en ik voelde me daarna prima. Maar anderhalf jaar later ging het compleet onverwacht weer mis. Mijn medicatie had ik afgebouwd en ik was volop aan het werk. Ik organiseerde een heisessie met vijftig internationale deelnemers. Die week was heel intensief en ik sliep slecht. Het weekend erna werd ik ’s nachts wakker, zag ik slippers bij mijn bed staan en dacht ik: dat zijn voetstappen, ik moet lopen. Ik doolde weer."

"Toen ik ’s ochtends mijn kind van de crèche haalde, zag ik een leidster die wat droevig keek. Vervolgens was ik ervan overtuigd dat ik een moeder was wiens kind was overleden en die haar dode zoontje kwam zoeken. Verder stuurde ik allemaal app-berichten naar de haptonoom om de hoek, met wie ik in mijn hoofd een goddelijke connectie had. Hij belde mijn zus – die hij weleens in de praktijk had gehad – om haar te waarschuwen dat het niet goed met mij ging. Ik had voor de tweede keer een psychose."

"Nu weet ik dat ik mijn medicijnen na die eerste psychose nooit had moeten afbouwen. Na een maand in een psychiatrische kliniek mocht ik naar huis, maar toen volgde een depressie. Als ik wakker werd, voelde ik me heel ellendig en wilde ik meteen weer naar bed. Ik had nergens lol in. Naast de lithium ging ik antidepressiva slikken, maar die werkten niet meteen. Voor mijn man was het zwaar. Toen hij een heftige nacht achter de rug had met twee zieke kinderen en ik voor pampus lag, knapte er bij hem iets. Ik zag het aan zijn gezicht. ‘Ik heb iets kapot gemaakt, hè?’ Hij ging verslagen de deur uit, maar toen hij ’s avonds thuiskwam, deed hij iets heel bijzonders. Hij nam een bos bloemen voor me mee, want, zo had hij zich die dag gerealiseerd: ‘Opgeven is geen optie. Ik weet wie Sophie echt is.’ Toen ging er bij mij een vonkje aan. Langzaam ben ik weer beter in mijn vel gaan zitten.”

Snel van het schoolplein

“De psychoses hebben me ook positieve dingen gebracht. De eerste heeft me heel dankbaar gemaakt voor gezond-zijn en familie en vrienden. Dat ik volledig terug kon vallen op – onder meer – mijn ouders en schoonouders heeft me heel veel kracht gegeven. De tweede psychose heeft me gemaakt tot wie ik nu ben. Na die periode ben ik reiki gaan doen, dat is een alternatieve behandelvorm met aanrakingen, een soort massage. Ik help er mensen mee – mijn eigen zoons vinden het heerlijk – en voor mijn slaapproblemen is het een uitkomst. Mijn man is heel nuchter, maar ook mijn grootste fan. Hij zegt: ‘Ik snap er niks van, maar het werkt'."

"Ik heb inmiddels een praktijk aan huis. Het ontdekken van die drang om andere mensen te helpen, dat heb ik aan die psychoses te danken. Met medicatie en reiki blijf ik stabiel. Ook mijn hond Senna is belangrijk, elke dag knuffelen we en wandelen we door het bos. Ik blijf waakzaam, maar ik ben niet bang dat ik weer een psychose krijg. Ik weet nu wat de signalen zijn, heb een goede psychiater en mijn omgeving weet ervan. Als ik een vreemd appje naar mijn schoonmoeder stuur, checkt zij meteen bij mijn man of het wel goed gaat. Soms is het lastig dat iedereen zo alert is, maar ik begrijp het wel."

"Bij mensen die wat verder weg staan, maak ik vaak een grapje om het ongemak weg te nemen. Het schoolplein vond ik in het begin vreselijk, ik zorgde dat ik als laatste aankwam om de kinderen op te halen. Maar als ik me zorgen maak over wat anderen denken, pept mijn man me op: ‘Wat kan jou het schelen? We hebben zo veel fijne vrienden.’ Toch heb ik nooit problemen gehad met het psychose-stigma. Ik vind het ergens zelfs wel interessant wat mij is overkomen. Het voelt alsof ik in die waan contact heb gemaakt met iets van rust en liefde. En dat straal ik ook uit.”

Beeld: IStock


,