slogan

Real life: 'Door dat pesten heb ik nu een heel ander leven'

Op 19 april is de Dag Tegen Pesten. Martha Pelkman (41), auteur van het boek #ikbengepest, heeft door pesterijen van vroeger nu een posttraumatische stressstoornis. "Het liefst sprong ik van de flat."

Makkelijke prooi

"Natuurlijk was ik een makkelijke prooi: stevig, met door mijn moeder genaaide kleding en slimmer dan de rest. Het begon met als laatste gekozen worden bij gym en dat ik hem altijd moest zijn met tikkertje. De hele pauze, want ik kreeg natuurlijk niemand te pakken, ik was ‘die slome dikzak’ die er niet bij hoorde. Het was eigenlijk nooit leuk op school, tot die ene jongen, op wie ik zo gek was, met me mee naar huis liep. Ik dacht dat hij verkering had. Nee, dat was uit en hij was verliefd op mij. Ik kon het bijna niet geloven, maar wat was ik blij. Hartjes tekenen op het behang op mijn kamer en zo. De volgende dag stond hij me op te wachten op het schoolplein. De halve klas stond achter hem. Hij lachte. Iedereen lachte, want hij had nog met dat meisje, maar ze wilden me voor de gek houden."

Om niet op te vallen

"Toen ik eindelijk naar de middelbare school kon, was ik zo opgelucht. Ik koos een school waar niemand uit mijn klas heen ging. Dacht ik. Want op de eerste schooldag kwam ik de andere outcast uit de klas tegen. En hij richtte zijn pijlen op mij! Op weg van gym naar huis werd ik omsingeld door een groep jongens. Ik kon er niet langs, ik kon niet weg. Ze kwamen steeds dichterbij en ik raakte in paniek. Ze lachten: ‘We gaan je niet verkrachten of zo.’ Jaren later was ik in Noorwegen op een ferry. Het werd steeds drukker in de kleine ruimte. En die deur ging niet open. Het benauwde me enorm, ik begon te hyperventileren en te zweten. Huilen ook. Posttraumatische stressstoornis, volgens de psycholoog."

"Mede gevoed door die keer dat ik in de stad, midden op een plein, door een groep meiden in elkaar ben geslagen. Van mijn fietsbanden werd regelmatig een ventieltje opengedraaid, dus toen ik zag dat een van hen zelf een lekke band had, kon ik een glimlachje niet onderdrukken. En daar werd ik dan weer voor gestraft. De eerste slag kon ik afweren, zoals ik had geleerd op karate, ter zelfverdediging. Maar ik belandde uiteindelijk toch op de grond, terwijl een aantal meiden me schopte en sloeg. Mijn ouders wisten dat het niet lekker ging. Dat ik op school minder mijn best deed om maar niet op te vallen. Gek eigenlijk. In mijn jeugd was te slim zijn nog not done. Met een zesje viel ik minder op, zeg maar. Na die episode in de stad begon de telefoonterreur. Werd ik gebeld door een man, voor sex. Ik was vijftien. Hadden diezelfde meiden me opgegeven bij een escortbureau, met ons huistelefoonnummer erbij. Of ze belden me om me uit te schelden voor enge ziektes."

De rest van het verhaal lees je in de nieuwe Grazia, die nu in de winkel ligt.

Tekst: Agnes Hofman, Beeld: iStock


,