Berichten van de Balkan -2-

In het verre oosten van Macedonië aan de grens met Bulgarije ligt het stadje Berovo. Volgens Olivia zo genoemd omdat er...

In het verre oosten van Macedonië aan de grens met Bulgarije ligt het stadje Berovo. Volgens Olivia zo genoemd omdat er beren in de bossen zitten. Wolven trouwens ook, maar dat lees je er dan weer niet aan af. Overigens ‘beer’ is in het Macedonisch ‘Metsjka’, dus Olivia’s theorie klopt ook niet, zoals wel vaker het geval is bij een theorie van een vijfjarige. Zij gelooft er echter heilig in.
Het is een dikke drie uur rijden met de bus vanuit Skopje. Wat op zich niet zo erg is als je comfortabel in een bus met airco zit. Je rijdt namelijk langs prachtige landschappen: tabaksplantages, kleine dorpjes, eindeloze velden met zonnebloemen, bergen en dalen.
Genoeg te zien dus. Op de dag dat wij vertrokken was het in Skopje maar liefst 41 graden Celsius. In de schaduw! Jee, wat verheugden we ons op de rit in de airconditioned bus. Euforisch stapten we in. Wat een comfort. Twee tweezitters met een tafeltje ertussen. En: “mama kijk, er is zelfs een keukentje!” Helaas, ook toen we eenmaal aan het rijden waren, bleef het drukkend warm in het voertuig. Airco kapot! Dat hadden wij weer.

Goed, wat we eigenlijk in Berovo gingen doen? Nou, daar woont de vader van manlief. Met zijn vrouw en dochter, respectievelijk dus de stiefmoeder van manlief en halfzus. Ook in Berovo heeft men het niet breed. Men leeft er voornamelijk van de houtkap. En tegenwoordig ook op bescheiden schaal van het toerisme. Want, het is er mooi en ook in een snikhete zomer, heel goed uit te houden qua temperatuur. Soms komt er zelfs ineens als een welkome verkoelende douche een buitje uit de lucht vallen. Wat een luxe! Er is een meer en er zijn bergen waar je uren door kunt wandelen, mountainbiken of hiken. (En wie kom je daar natuurlijk tegen in de middle of nowhere: Nederlanders!) En er zijn hotels en huisjes die je voor weinig geld kunt huren en sinds kort is er midden in de bergen een prachtig posh resort neergezet waar de rich and famous de hitte in Skopje ontvlucht.
Het stadje zelf is gezellig. Een smaakvol vernieuwd centrumpje met wat cafés, restaurantjes en winkeltjes waar de voltallige bevolking – en alle straathonden van de stad – zich ’s avonds verzamelt en het een drukte van belang is.

De familie van manlief woont iets buiten het stadscentrum. In een huis met een grote tuin en een stuk weiland. Kom je er in de lente op bezoek dan word je niet alleen verwelkomd door hond Johnny, maar ook door een rits überschattige en hondsbrutale (ze springen gewoon op tafel als je zit te eten) geitenbaby’s die vrolijk voor je uit hupsen en hopsen. De moedergeiten staan even verderop met dikke uiers rustig in de wei te grazen. En verder knort er een varken in een hok vol vliegen, staat er een kas met groenten, is er een moestuin en staat de tuin vol met fruitbomen.
Deddo en Baba (wat opa en oma betekent) zijn namelijk vrijwel geheel zelfvoorzienend. De hele dag zijn ze druk bezig. Met het oogsten van de groenten, het verzorgen van de dieren en de moestuin en het melken van de geiten. Ze hebben een grote voorraadkamer die vol staat met glazen potten met van alles en nog wat erin. Alles puur en biologisch. Niets wordt verspild. Alles wordt gebruikt. Neem je als cadeau een sappige watermeloen mee, dan wordt de schil, zodra het ding verorberd is, in kleine stukjes gesneden als voer voor het varken.

Alles, maar dan ook alles wat uit het eenvoudige keukentje te voorschijn komt, is lekker. Een simpele soep van groene boontjes uit eigen tuin: om je vingers bij af te likken (ik heb geloof ik 5 borden achter elkaar gegeten tot ik zowat ontplofte). De zelfgemaakte geitenkaas: verrukkelijk. Rijstepap van geitenmelk: goddelijk. Een salade van sappige tomaten en paprika’s uit de kas: wauw. Zelfgebakken brood: jammie. Marmelade van eigen fruit: mmmmmm.
En dan het vlees… Zo’n lekker vlees heb ik nog nooit ergens gegeten. Het maakt niet uit hoe ze het voor je neus zetten: als stoofpot; uit de oven; uit de weckpot en dan opgebakken in de pan… daar kan geen driesterrenrestaurant tegenop. Echt niet.

En ja, inderdaad, je zit dan dus wel vlees van eigen kweek te eten. Die ontzettend lieve babygeitjes eindigen na een tijdje in alle vrijheid van het leven te hebben genoten, helaas in de enorme vriezer die in de voorraadkamer staat. En ook het varken ondergaat hetzelfde lot en is dit jaar dus niet hetzelfde varken als vorig jaar (wat Olivia wel denkt, maar we laten haar nog maar even in de waan). Maar goed, het smaakt een stuk beter dan dat armzalige supermarktlapje dat wij hier op ons bord hebben…

Laatste nieuws