slogan

Pief Paf Poffertje!

Op de rommelmarkt had Paul een poffertjespan gekocht.

Zo’n echte. Zo’n zware zwarte, van gietijzer. Hij was er helemaal mee in zijn nopjes. Tenslotte was hij de béste pannenkoekenbakker van de hele buurt. Dan zou het met zijn poffers ook wel goedkomen! Hij ging meteen naar de Super om mix te halen. En naar Blokker voor een plastik spuitfles. Als mijn man iets doet, dan doet hij het goed.

Dat geldt ook voor het oppoetsen van nieuwe aankopen. Eerst werd de pan met olie ‘schoongekookt’. (Resultaat; geen zicht meer in de keuken vanwege een ontzettende walm) en daarna ging hij hem ‘opschuren’. Ik denk nog: ‘Verstandig. Een beetje poetsen met een schuursponsje’. Maar nee. Toen ik even later naar het lawaai in de kelder ging kijken stond hij daar met de staalborstel van de boormachine op het apparaat te beuken. Complete pan kaalgeschuurd. Het was een wonder dat de pofferputjes nog zíchtbaar waren.

Even later kon het feest beginnen. De eerste lichting minikoekjes lag te bakken. En blééf ook bakken want ze waren met een mogelijkheid meer los van het apparaat te weken. "Dat komt doordat je de anti-aanbak laag eraf hebt geschuurd," zei ik bijdehand. Snel verliet ik de keuken om te voorkomen dat ik een klets deeg naar mijn hoofd kreeg. Vloekend smoorde Paul de tweede lichting in een flinke laag olie. Dat hielp iets, maar voorkwam niet dat de poffertjes aanbakten. De derde lichting was wederom aangebakken, niet gaar én baggervet. De vierde lichting was de beste; of de ‘minst slechte’. Paul keek inmiddels flink chagrijnig.

De kinderen kregen een bordje voorgezet. Na één hap stonden ze echter alweer in de keuken. “Mogen we een boterham.” En dat terwijl Paul had geprobeerd zijn misbaksels te verstoppen onder een dikke laag poedersuiker. Grommend pakte de koekenbakker de pot pindakaas.

Aan het einde van de dag lag alles in de container. De mislukte deegballen, de spuitfles én de afgeschuurde pan.

Ik denk niet dat wij thuis óóit nog poffertjes eten.


,