slogan

Niet zeiken maar plassen

Morgen zet ik ze neer. Voor de laatste keer. Acht blauwe bussen. In twee kratten, eveneens blauw. Voor de deur, op de stoep. Zodat iedereen kan zien dat ik zwanger ben. Voor wie dat nog niet wist dan. En voor wie überhaupt weet wat daar in zit natuurlijk.

Er zit PLAS in mensen, PLAS!

Voor Moeders voor Moeders. Ja, ik deed weer mee, net als vorige keer. Plassen voor het goede doel. Want als ík het geluk heb een kindje te kunnen krijgen en weet hoe fantastisch mooi dat is, dan gun ik dat anderen ook. Anderen bij wie het niet vanzelf gaat. En dus hielp ik een beetje, door te plassen. Simpeler kan bijna niet.

Dat niet iedereen weet dat er plas in die bussen zit bleek laatst. Kwam ik na een dag thuis was mijn plas weg. Op zich normaal; één keer per week wordt het immers opgehaald. Door een busje zonder opdruk. (Net zoiets als de discrete enveloppen waarin ze bepaalde bladen wel eens versturen, maar dan nu een blanco busje, zodat niemand weet welke geheimen je met je meedraagt.) Maar goed, dan komen er dus altijd weer keurig acht nieuwe flessen voor in de plaats. Maar die stonden er niet. Dus vroeg ik aan Pier waar hij die kratten had gelaten. ‘Kratten?’ ‘Ja, die kratten.’ ‘In de achterkamer.’ Ik keek. Geen kratten. ‘Het staat er toch?’ ‘Bíer ja.’ Pas toen ging er ook bij hem een belletje rinkelen. De plasbussen. Nee, die had hij nog niet gepakt. ‘Maar ze staan ook niet buiten.’ Ik nog een keer kijken. Ik ben toch niet gek? ‘Dan zijn ze gejat!’

Wat was dit nu weer voor gezeik?

‘Verdomd handig,’ moest iemand gedacht hebben. (Wat was hij – het was vast een hij- er mee van plan?) Maar weet je wat dat weegt, twee van die kratten, acht van die bussen?! (Ja, een mens zeikt wat af…). Het zal dus wel ná de grote wisseltruc gebeurd zijn. Ik belde mijn contactpersoon bij Moeders voor Moeders. Sprak haar voicemail in. De dag erna belde ze terug. De blauwe bussen waren terecht. Geen spannende verhalen eigenlijk. Gewoon meegenomen door een jongetje uit een straat hierachter. Het jongetje was thuisgekomen en de moeder van het jongetje herkende de bussen. Ze had destijds ook meegedaan. (Ook toevallig... Ik zie ze namelijk nooit, echt nóóóóóóit ergens anders staan). Een vreemde jongen had ‘Neem maar mee!’ tegen hem gezegd. Het jongetje had gehoorzaamd. Wie de vreemde jongen was wist hij niet.

Nou ja. De dag erna stonden er gewoon weer acht bussen op de stoep. Goed geregeld. Kon ik weer vrolijk doorplassen. Maar nu –na twee maanden plassen- is het voorbij. Althans, morgen. Het HcG-hormoon is gedaald. De eerste 16 weken zwangerschap zitten erop. En dus: missie volbracht. Fijn, maar ergens ook raar.

Twee jaar terug waren die bussen trouwens groen. (Wie dat dan bepaalt hè, vraag ik me dan af, en waarom; dat ze dan ineens blauw moeten worden…)

En Bo? Die vond het reuze interessant. Toen de flessen kwamen was het voor haar net nieuw speelgoed. Kratten slepen en duwen. Flessen uit de kratten halen. Stapelen. Wat een feest!

Wat kun je toch veel mensen blij maken…

© Foto: Denise Miltenburg (Bo, jan. 2009, toen de bussen net binnen waren. En eh... even zonder rokje.)

Ben je net een paar weken zwanger en wil je ook meedoen? Kijk dan op Moedersvoormoeders.nl.