slogan

Namenzoektocht

Nog spannender dan of het een jongen of een meisje is, vind ik altijd welke naam het kindje zal krijgen. Daar ben ik altijd zo benieuwd naar. Bij anderen. Maar misschien is dat een tic van mij. Zelf zijn we er inmiddels ook weer volop mee in de weer. Want van alles wat je moet regelen voordat je kindje er is, is er eigenlijk maar één ding dat je écht moet doen: een naam verzinnen. Kijk, een cursus kun je doen, de verloskundige kan je door je weeën heen loodsen (en dan nog, of je nou weet wat je moet doen of niet, die weeën komen toch wel) en een bedje kan nog snel door de kraamzorg opgemaakt worden, maar een naam daarentegen staat niet vanzelf in het geboorteregister. Je moet hem echt zelf bedenken. Baby’s worden immers niet met een naambordje op geboren.

Het is ook niet zomaar iets. Je geeft een naam en die naam houdt een kind zijn hele leven lang. Ook als het geen kind meer is dus. En daar ben jíj verantwoordelijk voor. Best een opgave. Dan is Mohammed, omdat dat de gewoonte is, een stuk makkelijker.

Ik ken iemand die na de geboorte nog geen naam had. Een vriend van me werd door de betreffende vriend gebeld. In Thailand. Daar woonde ik toen. ‘En hoe heet hij?’ vroeg de vriend. Dat wisten ze nog niet. Ze waren er nog niet uit. ‘Echt niet?’ Het gebeurt. En nee, het was geen vroeggeboorte.

Ik heb het altijd leuk gevonden met namen bezig te zijn. Zelfs toen ik nog niet zwanger was, maar het wel heel graag wilde worden, hield dé naam me al bijzonder bezig. Een blog die ik veel bezocht voor de geboorte van Bo, maar ook nog daarna, was de blog van Voornamelijk.nl. Anders dan de vele namensites en –forums die er ook bestaan, heeft deze altijd van die grappige nieuwsberichtjes. Ook leuk als je niet zwanger bent. Hoewel ik overigens wel altijd het gevoel had dat ik iets deed wat niet mocht als ik namen keek als ik niet zwanger was. Net als een feestje vieren terwijl je kind nog niet jarig is geweest, of geld uitgeven dat je nog niet binnen hebt. Maar goed, ik ben zwanger en nu mag ik weer. Geheel ‘legitiem’. Sterker nog, nu móet het, en dan wordt het ineens toch een stuk minder leuk.

Toen ik nog niet eens wist of ik überhaupt kinderen wilde, hield ik al namenlijstjes bij. Op de lagere school zelfs al, zelf nog kind. Bizar eigenlijk. Vincent stond erop. En Victor. Namen die ik nu niet zo snel meer zou kiezen. Het nut van zo’n lijstje zag ik wel in. Want stel dat je sommige namen na een paar jaar zat zou worden, dan wist je dat maar vast. Ook zo lullig als je je kind een naam geeft die je later niks meer vindt. Dat hoor je mensen nooit zeggen, maar zouden die er zijn? (Ook nu had ik in het begin een paar namen waar ik reuze enthousiast over was, maar die ik toch ineens niet leuk meer vond. Omdat ik dacht origineel te zijn, maar die naam in elke Haagse speeltuin wel een keer hoorde vallen bijvoorbeeld. Daar kun je maar beter op tijd achter komen, toch? Als je kind eenmaal geboren is, zeg je denk ik niet meer dat je een naam toch niet zó vindt.)

Toen ik vorige keer zwanger was kon ik geen tv-programma of film zien zonder uitgebreid de aftiteling te bestuderen. De ruggen van boeken in de kast ook. Zelfs borden met plaatsnamen moesten het ontgelden. Namen op verpakkingen. Alles verbasterde ik tot nieuwe namen. Ik draaide bestaande namen om, haalde er letters uit, veranderde medeklinkers. Originele vondsten waren het gevolg. Ik schreef ze op, vaak op een blokje naast mijn bed, om ze de volgende dag weer door te strepen. De meeste dan. Want heel soms bedenk je toch wel eens iets leuks.

Deze keer kon ik dat ‘overal-namen-in-zien’ een beetje van me af zetten. Toen ik net zwanger was had ik een paar leuke namen. Een paar van vorige keer en een paar nieuwe. Eén nieuwe die ik zó leuk vond dat het wat mij betreft díe moest worden en niets anders. Als het een puntje-puntje-puntje werd. Maar Pier wilde er pas écht over nadenken als we wisten of het een jongetje of een meisje zou zijn. Dus lieten we het even. Om weer een brainstorm-opleving te hebben toen we het geslacht wisten. Ik zie ons nog zitten bij de Bagels & Beans. Jubelend over ons tweede kindje. Hoe zou het gaan heten?

Echt op één lijn zaten we niet helaas. En dat is lastig. Pier wilde iets Fries (waar zijn moeder vandaan kwam), ik liever iets aparts, iets exotisch, iets internationaal handigs en iets ‘mooi van klank’. Hollands kon nog, maar Fries? Soms riep ik nog eens een naam en hoorde ik wat gemompel terug, soms opperde Pier iets, maar meestal vond ik dat dan weer drie keer niks.

De afgelopen weken doemde dat scenario van die vriend die nog geen naam had af en toe bij me op. Was ik bang dat wij er straks ook geen zouden hebben. We kwamen er namelijk maar niet uit. Zat leuke namen, maar niet echt een die we allebéi leuk vonden. Gelukkig kan het erger. Zoals bij dit stel. Maar ondertussen begon ik hem wel een beetje te knijpen. (Niet Pier hoor, ha ha, ook al wilde ik dat soms wel).

En nu lijkt het er toch ineens op alsof het wel gaat lukken. Is er eindelijk een naam die we allebei leuk vinden. Die we origineel vinden. Waarvan we niemand kennen die zo heet, maar die wel bestaat. Waar we echt enthousiast over zijn. Maar waarvan we denken dat niet iedereen dat zal zijn. En dat vind ik moeilijk. Maar gelukkig hoeft dat ook niet, want dan zou iedereen hetzelfde heten. (En toch, ook in de top 20 staan leuke namen). Ach, ook lang niet iedereen zou voor Bo kiezen. Te kort, te uniseks, te verwarrend misschien (want is het nou Beau of Bo?) en niet mooi bij een achternaam die ook maar één lettergreep heeft. Want dat zeggen ze dan hè, dat je beter een langere voornaam bij een korte achternaam kunt kiezen en vice versa. En hoewel ik het daar mee eens ben, vonden we Bo gewoon mooi. Heel mooi. Ik had er een prachtig beeld bij. Het klonk lief en een tikkeltje stoer en ergens ook een beetje sensueel. Eigentijds ook. Het was en bleef ónze naam. En nu dus die van Bo. En ik ben er super blij mee. Net als met haar natuurlijk. Mijn lieve schatje. Mijn alles. Wel hebben we Bo-Julie overwogen, maar dan maak je het weer zo ingewikkeld, met zo’n streepje ertussen. Dus werd Julie haar 2e naam.

Foutjes zijn trouwens zo gemaakt. Je hoort dat wel eens: dat de vader aangifte gaat doen en in alle hectiek een net even andere spelling doorgeeft dan de bedoeling was. Per ongeluk hoor, want die papa heeft het ook even allemaal niet meer op een rijtje. Mijn vader was er zo een. Zo heet ik officieel geen Denise. Nee, op mijn geboortekaartje en in mijn paspoort staat Dénise. En dat moest dus niet. Wist je niet hè?

O ja, enneh… Bo hebben we drie namen gegeven. Dus dat willen we nu eigenlijk weer. Het zoeken is nog naar één naam. De tweede of derde kwamen we gisteren tegen. Op de fiets. Toen we ergens reden. En was meteen goed. Net als Anaïs me destijds zomaar ‘toeviel’, Bo’s derde naam.

Nog even speuren dus. Nou ja, over zo’n twee-en-een-halve maand zullen jullie het weten…

Ook zwanger en op zoek naar een naam voor je kindje? Wat dacht je van Kaouthar, Oyinkansola, Kick of Kwaku? Het wordt echt gegeven, las ik een tijdje terug op Voornamelijk.nl.

Mijn vader heet Henny, en is vandaag jarig trouwens. Zouden zijn ouders 62 jaar geleden ook zo hebben moeten brainstormen? Pier’s moeder heette Miep. Het hóeft niet ingewikkeld…

Ergens in september zal ik een logje plaatsen met de namen die het ook hadden kunnen worden…