slogan

Intake kraamzorg

‘Goedemiddag, met puntje-puntje van puntje-puntje-kraamzorg. Ik bel voor een afspraak voor een telefonische intake.’

Nog geen dag terug van vakantie en dan meteen midden in de zwangerschapscursus vallen, oké, maar de intake van de kraamzorg er de volgende dag direct achteraan… Ineens komt alles zo dichtbij!

Een afspraak, een afspraak, denk ik, terwijl ik mijn agenda erbij pak. Mijn hoofd nog in de wolken. ‘Ja, want we vergoeden het alleen bij een eerste kindje.’ Meteen ben ik wakker. ‘Wát?’ (Even denk ik dat we de kraamzorg zelf moeten betalen... Dat zál toch niet?) ‘Daarom doen we het bij een tweede of volgend kindje telefonisch.’ ‘O, oké.’ ‘Wanneer komt het uit?’ ‘Eh… even denken hoor… eh… kan het ook nú?’ (Ik heb Bo net in bed gelegd, dus dat praat een stuk rustiger.) ‘Eh… ja, dat kan.’

Ze vertelt over het aantal uren zorg waar we recht op hebben. Over hoe laat we wel of niet kunnen bellen (wat ik meteen weer vergeet) en dat zal het dan ongeveer wel zijn, denk ik. Maar nee, dan pas wordt het vragenvuur officieel geopend…

‘Heb je twee kruiken in huis?’ ‘Ja, die moeten er nog liggen.’ ‘Check even of ze niet lekken.’ ‘Ja, dat moet ik nog doen ja.’ ‘Twee thermometers?’ ‘Hebben we.’ O, wordt het zo’n gesprek…

‘Het bedje moet kort opgemaakt worden, met schone lakentjes.’ Nee, ik gooi er een paar vieze in… ‘Gewassen met Neutral.’ ‘Wat? Met Neutral?’ Je kunt ook overdrijven. ‘Ik heb al wat gewassen. Zonder wasverzachter hoor.’ Ben ik even blij dat ik niet alles ook al gestreken heb… ‘Elk kind heeft tegenwoordig wel een allergie, dus we raden Neutral aan.’ Ik noteer het.

‘Hoe gaan jullie het bed verhogen?’ ‘Is al verhoogd.’ (Bijna hinnikend zeg ik dat mensen die bij ons komen daar vaak om moeten lachen, om ons hoge bed. Dat staat standaard op 80 centimeter. Het ziet er niet uit, maar we zijn het gewend. Alsof we twee oudjes zijn.) Ze lacht niet. Andere humor kennelijk. ‘Zorg dat links van het bed, dus als je ervoor staat links, de meeste ruimte is.’ ‘O, eh… oké.’ (Hmm… rechts is meer ruimte, maar daar komt het wiegje.)

‘Heb je het kraampakket van je verzekeraar gekregen?’ ‘Ja. Dat staat hier.’ ‘Weet je alles waar het voor is?’ ‘Eh… er zit een briefje in, dus dat wilde ik nog even bekijken.’ Afgestudeerd aan de universiteit, maar onthouden wat waar voor is? Zou ik straks echt het verschil weten tussen de matrasbeschermer, het kraammatras en de onderlegger? Welke je wanneer gebruikt? Sommige dingen willen er bij mij maar niet in, net als dat ik nooit weet of Normandië of Bretagne nou noordelijker ligt, en ik de Wibra en de Zeeman altijd door elkaar haal. (Excuus voor deze voorbeelden, maar die schieten me nu te binnen).

‘Zijn er traphekjes?’ ‘Ja.’ ‘Trapleuningen? Die vraag verbaast me. ‘Is er iemand die uw zoon naar school kan brengen in de kraamtijd?’ ‘Eh… het is een meisje en ze is pas 2.’ ‘O, excuus, naar de crèche dan?’ Oeps, nog niet over nagedacht...

De vragen blijven maar komen. Over van alles en nog wat… Van borstvoeding tot weet ik veel.

‘Is er betaald parkeren bij u in de straat?’ Jemig, hoe lang dúúrt dit nog? ‘Heeft u bezwaar tegen een mannelijke kraamverzorger?’ ‘Eh…’

Wat komt er allemaal weer veel op ons af…

Dan was de intake vorige keer toch leuker. Kwam er iemand langs. Zette ik lekker koffie. Babbelden we wat. Lachten wat. Noteerde ze af en toe iets. Gaf me een goed gevoel. Een vrolijk gevoel. Want het is toch een vrolijk iets, en dat zou je bijna vergeten, zo tussen de kraamverbanden door. Uiteindelijk was dat ook de kraamverzorgster die we kregen. (Na twee dagen iemand van de oude stempel: ‘Pantoffels aan als je je bed uit komt! Bacteriën!’). Ze was jong en fris en enthousiast. ‘Goeiemorgen!’ zei ze met een stralende lach als ze ’s ochtends met een lekker ontbijtje de slaapkamer binnenkwam. En hoewel ze zelf nog geen kinderen had kwam ze over alsof ze alles wist. Ze was lief en leuk. Zorgde goed voor ons en voor Bo. En dus willen we haar weer.

‘We hebben wel een voorkeur voor een kraamverzorgster,’ meld ik nog. (Na mailcontact en een telefoontje een paar maanden terug had ze aangegeven graag weer bij ons te willen kramen. Ze heeft nu zelf een kindje, maar doet het nog). ‘En dat is…’ Ik noem haar naam. Het is even stil. ‘Die zit in de ziektewet.’ Dat zul je altijd zien. De besten belanden in de ziektewet…

Het gesprek is voorbij. Ik krijg een formulier thuis. Snel maar contact opnemen met onze oude kraamverzorgster. Maar ja, je weet niet wat er is… Als in de tijd dat ik in de ziektewet zat een klant van me zou hebben opgebeld en iets van me zou hebben gevraagd, zou ik meteen kotsend naast mijn bed hebben gezeten… Ik was er bijna allergisch voor geworden.

O, dat bedenk ik me ineens: muisjes! Die moeten we ook nog kopen.