slogan

Wake-up call: 'Ik kon het niet opbrengen om te stoppen met roken'

''We zaten om mijn vaders ziekenhuisbed en keken naar elkaar: mijn moeder, mijn broer en ik. Voor ons lag mijn vader, mijn moeders' ex. Zijn gezicht was zo wit als het laken, zijn magere borstkas bewoog niet meer. Ik voelde tranen over mijn wangen stromen toen ik besefte dat het gebeurd was. Nooit zou ik mijn vader nog zien lachen. Ik kon niet meer zeggen hoeveel ik van hem hield. De longkanker had gewonnen. Mijn moeder stond op en riep de verpleging. Ik kuste mijn vader en liep naar buiten. Zodra ik voor de schuifdeuren van het ziekenhuis stond, stak ik een nieuwe sigaret op."

Peukie doen

"Mijn vader en ik waren altijd samen. Als hij na het avondeten ging tanken, reed ik mee. Toen ik dertien werd, gaf hij me een pony. Mijn moeder vond paarden eng, maar mijn vader bracht me naar alle wedstrijden en moedigde me vanaf de tribune aan. Als ik een medaille won, huilde hij van trots. Toen ik op kamers ging, kwam hij vaak eten. We dronken op mijn balkon een biertje, rookten een sigaretje en aten zelfgemaakte taco’s. Toen mijn ouders gingen scheiden, bleef dat zo. De avond dat-ie het vertelde had ik lasagne gemaakt. Hij had longkanker in een vergevorderd stadium. Minder dan een jaar had hij nog. Ik kon niet eens huilen, zo verbaasd was ik. Het idiote is dat we na zijn mededeling opstonden en op mijn balkon een sigaret rookten. ‘Het maakt nu toch niet meer uit. Thuis waren we de enigen die rookten. Ik weet niet of ik er als vijftienjarige mee begon omdat ik mijn vader altijd zag roken en hem een stoere man vond, of dat ik het die eerste keren echt lekker vond. ‘Stop ermee’, zei mijn vader regelmatig. ‘Straks kom je als jonge meid de trap niet meer op.’ Maar ik vond het gezellig, samen met mijn vader een peukie doen. De slechte verhalen over roken vond ik overdreven. Mijn opa rookte ook, en die was 92 geworden."

Belofte

"Maar mijn vader werd wél ziek. En steeds magerder. Ik kon hem niet eens meer knuffelen, dat deed te veel zeer. Vijf maanden na de diagnose overleed hij. Tijdens ons laatste etentje samen, vier maanden voor zijn dood, kreeg ik een preek over een aangebrande biefstuk. Acrylamide, een kankerverwekkende stof, komt ons lichaam binnen in kleine hoeveelheden, maar de zwarte stukjes in sigarettenrook en in aangebrand eten zijn het meest schadelijk. Ik vermoed dat hij me hiermee wilde waarschuwen voor roken, maar het niet direct kon zeggen. Daarna pakte mijn vader mijn hand en liet hij me beloven dat ik nooit iets zou doorslikken wat aangebrand was. Hij keek zo ernstig en droevig dat ik hem op dat moment alles zou hebben beloofd. Na zijn overlijden keek ik filmpjes op YouTube van gezonde roze longen versus kleine, zwarte klompjes die amper zuurstof konden inhaleren. Ik las over de zevenduizend chemicaliën die in sigarettenrook zitten, waaronder nicotine. Maar nog steeds kon ik het niet opbrengen om te stoppen met roken, ook al smeekten mijn vriend en moeder erom. Hoe afschuwelijk ik het ook vond dat mijn vader er niet meer was; het lukte me gewoon niet. Als ik stress had, een slecht bericht kreeg, als de hond naar de dierenarts moest: er was altijd iets waardoor ik vond dat ik een sigaret nodig had."

Holle ogen

"Tot mijn vriend een burn-out kreeg. Hij weet alles aan stress op zijn werk, maar bij de psycholoog kwam naar boven dat hij panisch was dat ook ik vroeg zou overlijden. Hem zo zien huilen, zijn onmacht, raakte me tot op het bot. Wat was ik stom bezig! Moest er nóg een dode vallen? Ik schrok zo dat ik met behulp van nicotinepleisters binnen vijf weken zelf ben gestopt. Twaalf jaar ben ik een stevige roker geweest. Nog steeds heb ik het regelmatig moeilijk. Bij een ruzie of wanneer ik andere mensen zie roken, snak ik naar een sigaret. Nog steeds lijkt me de smaak, dat eerste trekje, de troost, zo heerlijk. Maar ik doe het niet. Ik wil mijn vriend niet kwijt. Straks zit hij aan het ziekenhuisbed en lig ik daar compleet uitgemergeld met holle ogen. Mijn vader is nu anderhalf jaar dood. Nog steeds denk ik dagelijks aan hem. Alleen al in de zomer op een vrolijke barbecue, wanneer ik braaf het aangebrande stukje vlees van mijn speklap of hamburger snijd. Dan hoor ik zijn waarschuwende stem, voel ik zijn hand in de mijne. En dan lijkt het alsof hij weer vlak bij me is, en nooit is gestopt met voor mij zorgen."

Tekst: Eveline Karman Beeld: iStock