slogan

Wake-up call: 'Het was gedaan met de ridder in mij'

Naam: Barry (29) | Relatie: Single | Beroep: systeembeheerder

Attent

"Ik ben een zogeheten metroman. Ik hou van trends, kunst en persoonlijke verzorging. Mijn haar is geknipt volgens de laatste trends. Ik draag graag leuke kleding, lees biografieën en romans en wordt er een nieuw restaurant geopend, dan sta ik vooraan. Ik ben zo’n man die zorgt voor snacks in de bioscoop, een bloemetje voor de zieke buurvrouw, een kaartje voor een gepromoveerde vriend. Mijn ouders leerden me dat niemand voor zichzelf leeft. Dat vind ik belangrijk. Toch ben ik de laatste jaren getransformeerd van een attente man die geeft om een ander, in een schuwe muis.”

Pepermuntje

“De eerste keer dat ik de nadelen van mijn opvoeding of karakter, noem het zoals je wilt, voelde, was op een verjaardagsfeest. Ik troostte een jongedame die op de trap huilde. Haar vriend had het uitgemaakt. Ik gaf haar een pepermuntje – ik heb altijd een rolletje in mijn jaszak. Ze lachte net weer voorzichtig toen haar ex achter me stond en mij een vuistslag gaf. Volgens hem zat ik achter zijn meisje aan. Ik was vijftien en begreep er niets van. Regelmatig overkwamen mij dit soort incidenten. Mijn squashracket werd van mijn fiets getrokken en tussen mijn spaken gestoken na een verkeersruzie. Ik hielp net daarvoor een bejaarde opstaan die door een automobilist was afgesneden. Mijn afwijzende blik naar hem beviel hem niet. Ik kreeg een stomp in mijn maag van een cafébezoeker omdat ik de barvrouw een compliment had gegeven. Of ik kreeg klappen, omdat ik ‘gayish’ had gekeken of omdat iemand me een ‘twink’ vond."

"Ik liet me niet klein krijgen. Ik ben wie ik ben en daar mag ik trots op zijn, vond ik. Met een man of zes vierden we op een avond de ver-jaardag van de broer van mijn beste vriend. Hij werd achttien en was nogal bleu. We trakteerden hem, omdat we vonden dat je op die leeftijd voor het eerst aangeschoten moet worden. In het bruine café zongen we Hazes en deelden we bitterballen uit aan knappe studentes. Alles ging goed, tot een tiener uit onze groep op de schoenen van een andere bezoeker kotste. Ik schaamde me kapot, vroeg aan de bar om een theedoek en depte de boel onhandig. Maar de man, een kaalgeschoren sportschooltype, zocht de confrontatie op. Nogmaals bood ik namens de zieke jongen mijn excuses aan en vroeg of we het gewoon gezellig konden houden. Mister Sporty gaf me een kopstoot. Toen zijn we met de hele groep vertrokken. Blijkbaar kende de ruzie-zoeker mij van een ander café waar ik weleens kom, want toen ik thuis mijn poort opende en mijn fiets in de tuin wilde zetten, wachtten hij en nog een ander onfris persoon me op. Ze sleurden me door de steeg. Die nacht ben ik totaal verrot geslagen. Wat had ik een pijn en wat voelde ik me klein. Huilend zakte ik ineen op de stoeptegels vol hondenpoep, met mijn gezicht vol bloed en coniferentakken. Ik had twee gekneusde ribben, mijn duim was uit de kom, ik zat onder de schaafwonden, overal lagen plukken haar en ik liep nog weken daarna met een piep in mijn oor.”

Klodders spuug

“Wat schaamde ik me voor mijn afranseling. Op mijn werk loog ik dat ik een schuiver met mijn motor had gemaakt. Gelukkig vroeg niemand door. Toen ik twee maanden daarna in een houdgreep werd gelegd door een man die zijn vriendin totaal verrot schold voor een shoarmazaak en waar ik iets van zei, knapte er iets. Ik kreeg bijna geen adem meer, voelde een klodder spuug via mijn oor in mijn nek glijden. Ik had helse pijn doordat mijn arm ver naar achteren werd getrokken. De vrouw waarvoor ik zojuist was opgekomen, zei niets, maar hield de rugzak van haar man vast, zodat hij me met mijn wang tegen het rooster van een rioolput kon drukken. In een flits zag ik mijn overlijdens-bericht. Ik was zo bang dat ik wéér zou eindigen bij de huisartsenpost of erger: als een kranten-berichtje met een plaatje van een lieveheers-beestje ernaast."

"Het was gedaan met de ridder in mij. Vanaf die seconde besloot ik om voortaan net zo’n lul te worden als degenen die ik altijd had veroordeeld. Ik werd dezelfde passieve eikel als zij die doodleuk een mishandeling filmen, maar er niet tussen springen. Ik vind het vreselijk dat ik zo ben geworden. Ik reageer niet meer vanuit mijn hart, maar kies voor mezelf. Dat is zo berekenend en ik baal van mezelf. Mijn angst door wat er is gebeurd, ondermijnt mijn leven. Ik ben een nobody, een lafbek. Ik ben iemand geworden die ik niet wil zijn. Wat mis ik hem, de man waar ik altijd blij mee was en waarop ik trots was. Maar die zit nu strategisch verstopt in een camouflagekostuum.”

Tekst: Eveline Karman | Beeld: iStock


,