slogan

Real life: 'Mensen zeiden dat ik dood moest'

Op social media heeft iedereen een stem. Dat dat ook heel vervelend kan uitpakken, ondervond journalist Milou Deelen. Zij belandde na het posten van een video op Facebook in een digitale shitstorm. In Grazia deelt ze haar verhaal, en dat van drie andere ervaringsdeskundigen.

"In 2015 werd ik lid van Vindicat, het studentencorps in Groningen. Al snel ging ik me storen aan de seksistische cultuur daar. Als ik sex had met een jongen, was hij stoer en ik een hoer. In mijn eerste jaar was ik de hoofdpersoon in een lied dat jaarlijks werd gezongen over ‘het laagste meisje van het jaar’. Tientallen jongens zongen dat ik een hoer was. Ik schaamde me kapot. Na anderhalf jaar pikte ik dit gedrag niet langer, en besloot ik me uit te spreken. Samen met een bevriende fotograaf maakte ik een filmpje om duidelijk te maken dat mijn seksualiteit van míj is. Deze video postte ik op 8 maart 2017, Internationale Vrouwendag, op Facebook. Mijn statement was: slutshaming gebeurt overal, en dat is niet oké. Tegen al mijn verwachtingen in ging de video gigantisch viral. Mensen prezen me als een held, dat ik me hierover had uitgesproken. Ik ontving bossen bloemen en honderden Facebook-berichten met hartjes en lieve teksten. Vaders bedankten me dat ik de wereld voor hun dochters een stukje mooier maakte. Maar tegelijkertijd belandde ik in een digitale shitstorm. GeenStijl postte een foto van mij met de vraag wie mij ‘zou willen doen’. Ik ontving tientallen dick pics en ontelbaar veel berichten met de meest seksistische en bedreigende opmerkingen: ‘Ik wil je neuken’, ‘Ik weet waar je woont’ en ‘Je bént ook een hoer’. Mensen zeiden tegen me: ‘Nou, gelukkig speelt het zich online af, stukken minder erg.’ Maar ik vond het júist intimiderend dat het zich online en vaak anoniem afspeelde, want zo had ik er geen invloed op en zag ik niet wie het zei.

"Sinds die video schrijf ik regelmatig over feministische onderwerpen en laat ik op social media mijn stem luid horen. De online shaming gaat door. Voorbeeldje: in september stuurde ik al mijn mannelijke bedpartners een Tikkie voor de anticonceptiekosten die ik in mijn leven heb gemaakt, om aandacht te vragen voor de gedeelde verantwoordelijkheid voor anticonceptie. Ik schreef een stuk over mijn ‘Tikkie-actie’ en kreeg honderden reacties waarin stond dat ik een hoer was, omdat ik betaald zou willen worden voor sex, en op Twitter postte iemand dat hij had gewild dat hij voor mijn moeders anti-conceptie had betaald, zodat ik nooit had bestaan. Bij het lezen van dat bericht moest ik toch even slikken. Ik ben helaas niet de enige die hiermee te maken krijgt. Zodra je als vrouw je mening uit, staat je een flinke dosis backlash te wachten."

Anti-Zwarte-Piet-demonstratie

Clarice Gargard (31) is allround mediamaker, onder andere voor NRC en documentaires, en VN-vrouwenvertegenwoordiger voor 2019.

“In november deelde ik een live-registratie op Facebook van een anti-Zwarte-Piet-demonstratie. Ik ontving bijna 8000 haatberichten die bestonden uit doodsbedreigingen, verkrachtingsverwensingen, racistische en seksistische beledigingen. Het ging van ‘Zwartjoekel, ga terug naar je eigen land’ tot ‘Zij moet doodgeschoten worden met een AK47’. Als journalist en uitgesproken columnist krijg ik sowieso veel dagelijkse haat over me heen. De aanvallen zijn ook vaak persoonlijk gericht. Radicale rechtse websites en opiniemakers sturen hun trollenlegers op je af. Eerder verspreidden ze fakenieuws over mij, waardoor ik dagenlang werd bestookt met dreigementen. Ik begrijp niet dat mensen die me niet kennen mij haten en me dat op zo’n mensonterende manier laten weten. Het zijn mensen die het niet met me eens zijn, maar vooral ook mensen die iets tegen mij persoonlijk hebben, omdat ik een zwarte vrouw ben en het recht heb te denken dat mijn mening ertoe doet."

"Dat is vaak de strekking van de haatberichten die ik ontvang: dat ik er niet mag zijn en mijn bek moet houden. Het is een poging om te intimideren, zodat de stemmen van vrouwen en andere gemarginaliseerde groepen in de samenleving, zoals mensen van kleur en lhbti’s, verdwijnen. Elke dertig seconden wordt er online een vrouwelijke journalist of politicus lastiggevallen. Als ze van kleur zijn, gebeurt dit zelfs nog veel vaker. Toch dacht ik eerst: ik mag niet klagen. Maar dat mag wél – het moet zelfs. Ik besloot me uit te spreken en deed aangifte. Voor mezelf en anderen. We kunnen niet oplossen waar we niet over praten. We moeten weten dat niemand het recht heeft ons te intimideren of slecht te behandelen. Niemand. De verantwoordelijkheid moet niet liggen bij degene die slachtoffer is. Tuurlijk ben ik weleens bang. Je weet nooit of je zo iemand die je bedreigd heeft tegenkomt. Offline gebeurt dat trouwens niet vaak. Laatst kwam ik wel iemand tegen die van alles naar me riep. Vervelend, maar niet extreem bedreigend. Ik weet het wel te relativeren. En toch: het hoeft maar één keer mis te gaan. Geen fijne gedachte.”

Geert Wilders

Elfie Tromp (33) is schrijver en columnist en kreeg extreme haatreacties en zelfs doodsbedreigingen na een column die ze schreef over Urk.

“Afgelopen maart schreef ik een satirische column over het dorp Urk. Dit was naar aanleiding van de rellen die plaatsvonden nadat een Marokkaans gezin was belaagd door ‘zo’n honderd Urkers’. Ik maakte het punt dat Geert Wilders dit soort acties met het vijftien jaar politiek ontmenselijken van Marokkanen heeft genormaliseerd, en dat sommige delen van Nederland zo door en door rot zijn, dat ze beter kunnen worden teruggegeven aan de zee – Urk bijvoorbeeld. Bij WNL werd dit opgepikt door Geert Wilders. Hij zei: ‘Elfie Tromp móet gestopt worden.’ Toen wist ik: shit’s gonna hit the fan. En dat gebeurde. Ik kreeg online zo’n beetje iedere PVV-stemmer en Urkenaar over me heen. Mensen schreven dat mijn moeder, mijn hond en ik verkracht moesten worden en dat ik dood moest. Ik kon dat nog wel van me af laten glijden. Alleen als het bedreigend werd in de persoonlijke sfeer vond ik het eng. Ik moest die avond optreden, en daar werd extra politiebeveiliging voor ingehuurd. Lange tijd voelde ik me heel onwelkom op het internet. Nog steeds krijg ik dagelijks haatberichten. Er werd een Elfie Tromp-haatpagina geopend en geprobeerd mijn Instagram, Facebook, Twitter, mail en site te hacken. Mijn werkgevers werden gebeld dat ze niet met mij in zee moesten gaan."

"Dat laatste gebeurt trouwens al langer, sinds ik me in eerdere columns kritisch uitliet over Thierry Baudet. De burgemeester van Urk riep op tot aangifte, omdat ik zou aanzetten tot genocide. Toen ik las dat het OM me misschien wilde ver- volgen, vond ik dat surrealistisch. Het is uiteindelijk ook niet gebeurd. Ik ben die dagen niet alleen geweest, dat wilde ik niet. Ik stond op het punt offline te gaan, tot mijn vriendje zei: ‘Als dit je nieuwe vrienden zijn, praat met ze.’ Ik ging de rofielen van de haters bekijken en zei iets aardigs tegen ze. Voor mij maakte dat het een stuk minder bedreigend, omdat ik zag dat er mensen achter zaten en geen monsters. Als ik voor hoer werd uitgemaakt, zag ik dat diegene van voetbal hield. Ik zei: ‘Hé, ik zie dat je van voetbal houdt. Wat leuk! Welke positie heb je?’ Daar kreeg ik serieus antwoord op – ze begrepen niet wat er gebeurde en waarom ik zo aardig deed. Het deed me goed; zo trok ik het gesprek mijn kant op. Er zijn grote groepen mensen die nooit aan het woord komen, niet weten wat de gedragsregels zijn en hoe er gedebatteerd moet worden. Met als gevolg dat ze haatzaaien op internet. Ik vind dat we een morele verantwoordelijkheid hebben om deze mensen daarop te wijzen. Als mensen zeggen ‘Negeer het’, denk ik: nee, de online wereld is vervlochten met de werkelijkheid. Als je op straat wordt lastiggevallen, hoop je ook dat je buurman er iets van zegt. Uiteindelijk heb ik vooral pech gehad dat het op deze manier is opgepikt. Het was de ophef niet waard.”

Haatreacties

Jessie Maya (23) is youtuber, maakt onder andere video’s over kleding en make-up en ontvangt daar vaak haatreacties op.

“Ik maak YouTube-video’s over mijn eigen leven, waarop ik veel reacties krijg. Positief, maar ook negatief. Ik krijg vaak te horen dat ik lelijk ben en er wordt regelmatig met kanker gescholden. Gelukkig sta ik sterk in m’n schoenen; die haat doet me niks. Ik moet er juist om lachen. Het is hun probleem – niet dat van mij. Het zijn bekrompen mensen. Online hebben ze een grote bek, maar in het echt durven ze niks te zeggen. Toch kan ik niet begrijpen waarom mensen het nodig vinden om zulke dingen te posten over iemand die ze niet persoonlijk kennen. Ik maak content voor mensen die het leuk vinden. Vind je het niet leuk? Klik dan lekker door. Vaak verwijder ik de haatreacties. Ik wil dat mijn video’s een plek van positiviteit zijn. Héél soms, als ik in een vervelende bui ben, bedank ik haters voor hun tijd om te reageren. Uiteindelijk resulteert hun haat in meer views van mijn video’s."

"Toch vind ik dat dit ook een deel van mijn werk is. Ik zet mezelf vrij en open neer op Instagram en YouTube, dus mensen mogen daar ook vrij en open op reageren. Dat kan niet altijd positief zijn. Meestal doet het me niks, omdat ik alles al tienduizend keer heb gehoord. Dat komt doordat ik sinds groep 4 ben gepest. Als zesjarige wilde ik een skinny jeans dragen en dat was voor jongetjes – wat ik toen nog was – niet normaal. Dat kreeg ik vaak te horen. Ik realiseerde me: ik vind dingen leuk die in de samenleving niet ‘normaal’ zijn. Maar ik heb ervoor gekozen om mezelf te zijn. Ik ben liever mezelf en dat mensen daar iets van vinden, dan dat ik een mainstream kasplantje in de hoek ben. Ik hoef niet iedereen te vriend te houden. Uiteindelijk moet jíj blij zijn met de persoon wie je bent. En dat ben ik. Dat is ook wat ik in mijn video’s probeer uit te stralen.”

Tekst: Milou Deelen Beeld: iStock


,