slogan

Real life: 'Ik besloot dat het kloosterleven toch niet iets voor mij was'

In de tv-hit Bad Habits, Holy Orders gaan vijf party girls het klooster in. Ook Nancy (33) ging, na een turbulente periode in haar leven, naar de nonnen.

Kerk

“Als jong meisje was ik heel gelovig. Mijn ouders waren christelijk, maar ze deden er weinig mee. Op zondag ging ik daarom met een vriendinnetje en haar ouders mee naar de kerk. Er werd gezongen en gepreekt en na de kerkdienst gingen we naar bijbelles. Ik was dol op de verhalen. In het kerstspel speelde ik eens de Engel der Goedheid, met een babypop in mijn armen. Ik leefde mij helemaal in. ’s Avonds bad ik altijd op mijn knieën naast mijn bed, ik nam het allemaal heel serieus. Op de middelbare school verloor ik het contact met mijn gelovige vriendin en in mijn eentje ging ik niet naar de kerk. Ik had het ook te druk met sporten, cello spelen en verliefd zijn. Thuis was er veel onrust, mijn ouders scheidden en mijn vader verhuisde naar Suriname, waar hij is geboren. We verloren al het contact en er ontstond een leeg gevoel in mij. Ik dacht dat ik die leegte kon opvullen met een relatie, ik ging van de ene naar de andere jongen. Tot ik op mijn vijfentwintigste opeens voor het eerst een lange periode single was. Ik had inmiddels een fulltime baan als productie-assistent bij een productie- maatschappij voor reclamefilms, en ik werkte keihard. In het weekend ging ik veel uit, naar feesten en festivals. Stiekem hoopte ik dan, tijdens het drinken en dansen, de man tegen te komen die mij gelukkig zou maken, maar verder dan een vluchtige ontmoeting kwam het meestal niet. Via Tinder datete ik erop los, maar ook daar waren de mannen die ik tegenkwam niet op zoek naar een serieuze relatie. Ik ging nog meer feesten en sprak met nog meer mannen af, maar het eenzame gevoel nam daardoor alleen maar toe.”

Volledig uitgeput

“Niet via Tinder, maar tijdens een avondje uit ontmoette ik Ivo, een charmante kok, die wel iets meer van mij wilde. Hij duwde mij weliswaar voortdurend weg, maar omdat ik zo bang was om alleen te zijn, klampte ik mij wanhopig aan hem vast. Na drie jaar van aantrekken en afstoten was ik volledig uitgeput. De liefde waar ik zo naar op zoek was, vond ik niet. Ik wist dat het nu tijd was om stappen te zetten. Ik verbrak de relatie en besloot om mijn vader op te gaan zoeken in Suriname. Hij kwakkelde met zijn gezondheid en ik wilde het contact tussen ons weer herstellen. Maar op de dag dat ik mijn ticket naar Paramaribo boekte, werd ik door een familielid gebeld; mijn vader bleek plotseling te zijn overleden aan een hartstilstand. Ik ben toch naar Suriname gegaan, om afscheid te nemen en om alles te laten bezinken. Na de begrafenis bracht ik veel tijd door bij de familie van mijn vader. In die periode luisterde ik onafgebroken naar To Zion, een nummer van Lauryn Hill, waarin ze zingt hoe ze God vindt. Opeens wist ik het: ik moest onderzoeken of ik ook God kon vinden, of Hij mij. Ik had behoefte aan een meer spirituele invulling van mijn leven.”

Devotie

“Terug in Nederland meldde ik mij aan bij een klooster waar ik al eens was geweest tijdens een schoolreisje op de basisschool. Het bezoek had een diepe indruk op mij gemaakt. Het betoverende gezang van de nonnen, hun devotie tot God, de zachtheid die de vrouwen uitstraalden. Ik wilde onderzoeken of het misschien mijn pad was om net als de nonnen al het wereldse achter mij te laten en mijn leven te wijden aan God. Ik kreeg een kloostercel toegewezen met alleen een bed, een bijbel, een houten kruis en een kast. Er daalde meteen een enorme rust op mij neer. Mijn telefoon had tussen de dikke muren van het klooster ook nul bereik en het was een verademing om even helemaal in stilte te kunnen zijn. In het klooster trof ik bijzondere mensen die, net als ik, op zoek waren en waar ik een klik mee voelde. Tussen zonsopgang en zonsondergang waren er vijf ‘metten’, diensten waarin de nonnen prachtig zongen. Ik liep alle diensten in stilte mee. Tussendoor at ik een eenvoudige maaltijd, las ik in de bijbel in mijn kloostercel en sprak ik met de nonnen. Het waren lieve, wijze, krachtige vrouwen die, zo ontdekte ik al snel, ook gewoon naar Goede Tijden, Slechte Tijden keken en humor hadden. Er was ook een jonge non die net was toegetreden tot het klooster, ik vroeg haar of ze haar wereldse leventje nooit miste, maar ze had het volledig opgegeven, zonder enige moeite. Ik begon steeds meer te twijfelen of ik het wel zou kunnen om alles voorgoed achter mij te laten: mijn vriendinnen, uitgaan, reizen, werken. Toch verlangde ik ernaar opgenomen te worden door de nonnen en onderdeel te zijn van hun toewijding en het rustige kloosterleven. Het bracht mij zo veel verlichting en bood de houvast en rust die ik nodig had, maar hoe ik ook zocht, bad en luisterde, God vond ik niet en God vond mij evenmin. Het bleef bij een verlangen.”

Goed mens

“Ik besloot dat het kloosterleven toch niet iets voor mij was. Op mijn laatste dag zat ik in de huiskamer met de nonnen, ik kreeg thee en koekjes, er werd veel gelachen en er hing een heel goede sfeer. Tegen de non die naast me zat zei ik dat ik deze kloostertijd een prachtige ervaring had gevonden, maar dat ik in de drie maanden dat ik er zat, God niet had gevonden. ‘Is dat erg?’ vroeg ik haar, bijna verontschuldigend. Ze pakte mijn hand en zei: ‘Liefje, het gaat er niet om of je God hebt gevonden, hij houdt toch wel van je. Het enige wat telt is of je een goed mens bent.’ De sleutel tot mijn geluk bleek uiteindelijk heel eenvoudig: ik moet helemaal niks, behalve een goed mens zijn. Voor mij is dat ook de essentie van het geloof. Toen ik thuiskwam bleef ik zoekende en uiteindelijk heb ik de rust en spiritualiteit die ik zocht gevonden in yoga, het boeddhisme en meditatie. Non worden bleek niet echt iets voor mij, maar aan mijn tijd in het klooster denk ik nog altijd met een warm gevoel terug.”

Tekst: Eva Munnik Beeld: iStock