slogan

Real life: ‘Het is alsof ik voortdurend aan de coke zit’

Beth Hart (47) staat deze week in een uitverkochte AFAS Live. Ook heeft de zangeres een nieuw album uit, War in my Mind, waarop ze dealt met haar bipolaire stoornis en verslavingen.

Bipolaire stoornis

Beth: "Hoewel ik de diagnose pas veel later kreeg, manifesteerde mijn bipolaire stoornis zich al in mijn kindertijd. Dat is eigenlijk vroeg voor deze aandoening. Meestal krijg je er pas last van als je ouder bent, vaak in een periode van stress. Artsen denken dat het bij mij vroeg werd getriggerd door een traumatische gebeurtenis. Toen ik een jaar of zes was, werden mijn moeder, zus en ik thuis overvallen door drie mannen. Ze hebben ons van ’s ochtends tot ’s avonds vastgehouden en dreigden steeds mijn moeder en zus pijn te doen. Dat heeft natuurlijk flink indruk op me gemaakt. Maar achteraf waren er zelfs vóór de overval al tekenen dat het psychisch niet goed met me ging. Mijn moeder kreeg van de juffen op school te horen dat ik me in de klas slecht kon concentreren en niet echt omging met de andere kinderen."

"Zij merkte zelf een, twee jaar na het drama dat ik me volledig afzonderde: ik verstopte me onder mijn bed en poepte en plaste mezelf daar onder. Dat was het moment dat ze me meenam naar een dokter, al is me nooit verteld wat er nu eigenlijk mis was met mij. Nu weet ik dat ik bipolaire stoornis type 1 heb: manische depressie, wordt het ook genoemd. Ik heb vooral manies, al uiten die zich bij mij niet in een grandioos gevoel, zoals bij veel mensen, maar meer in paranoia. Dan ben ik bang dat mensen me pijn willen doen, vertrouw ik niemand en voel ik grote woede, als een dier dat opgesloten zit in een kooi. Depressies heb ik minder, en als ik ze krijg, duren ze meestal maar enkele dagen. Ik leef meestal in een hyper staat met veel energie en ideeën, en kan niet slapen zonder medicatie. Het is eigenlijk alsof ik voortdurend aan de coke zit.

Sexverslaving

Als mijn moeder al precies wist wat er met me aan de hand was, heeft ze mij het niet verteld. Ze heeft medicatie voor mij ook altijd geweigerd, heb ik achteraf gehoord. Hoe dan ook, ik sloot als kind niet zo aan bij leeftijdsgenoten. Op school heb ik maar een of twee keer een vriendinnetje gehad. Het was zo erg, dat mijn broer me de buurt rond nam, bij huizen aanbelde en dan vroeg: ‘Mijn zusje heeft iemand nodig om mee te spelen, kan dat hier?’ Als er al een kind bij me kwam spelen, wist ik niet hoe ik daarmee om moest gaan. Dan zette ik ze op een stoel bij de piano en speelde ik de hele tijd voor ze. Het was de enige manier waarop ik kon communiceren."

"Maar nadat hun ouders ze weer hadden opgehaald, wilden ze nooit meer terugkomen. Rond mijn elfde begon ik met mijn eerste verslaving: sex. Ja, idioot jong natuurlijk. Tegelijkertijd ontwikkelde ik een eetstoornis en gaf ik vaak over. Ik dronk en blowde ook al, maar begon pas echt met drugs op mijn twaalfde. Eigenlijk was ik gewoon op zoek naar middelen om mezelf te verdoven, omdat ik me zo slecht voelde. Ik werd een periodical, iemand die steeds weer een tijdje iets anders gebruikt. Een eetstoornis, sex, drank, drugs, veel stelen... Onbewust zocht ik iets om de depressie te onderdrukken. Ik feestte erop los. Mijn familie en ‘normale’ vrienden hadden geen idee, want bij hen gedroeg ik me ‘normaal’. Als ik met een andere groep mensen omging, ging ik helemaal los."

Mishandeling

"Vanaf mijn veertiende woonde ik ook niet meer thuis maar liep ik weg met een vriendje, van Californië naar New York. Hij was tien jaar ouder, verslaafd aan drank en drugs en had losse handjes – dat was mijn eerste ervaring met mishandeling. En ik nam dat agressieve gedrag over. Toen ik weer naar huis ging, vertrok mijn moeder, ze had een nieuwe man ontmoet. Zo kon ik van alles doen, zonder dat er een ouder op me lette. Of mijn oudere zus, want die was toen ook het huis uit. Pas met eind twintig begon mijn langdurige drugs-verslaving, waarbij ik dagelijks ging gebruiken. Inmiddels was ik platen aan het maken en aan het touren. Eerst gebruikte ik alleen thuis, niet op tournee, waardoor ik het net volhield. Het ging fout toen ik stopte met eten, alleen maar dronk en aan de drug begon die mijn ondergang zou worden: klonopin, een kalmeringsmiddel."

"Geen dokter wilde het mij meer voorschrijven nadat ze erachter waren dat ik een verslaafde was. Dus sneakte ik bij psychiaters binnen, jatte hun receptenbriefjes en schreef zelf recepten uit. Al snel zag ik eruit als een skelet en functioneerde ik totaal niet meer. Mijn platenmaatschappij gooide me eruit, ik duwde mijn familie weg en werd uit mijn huis gezet, omdat ik ondanks meerdere waarschuwingen mijn afval gewoon op de gang gooide. Niet lang erna werd ik voor het eerst opgenomen in een kliniek. In die tijd leerde ik Scott kennen, inmiddels mijn man en tourmanager. Hij heeft me gered met zijn liefde, al duurde dat nog wel even. Ik heb hem zelfs een keer laten arresteren door de politie met een ” valse aangifte wegens mishandeling, omdat hij me belette weer drugs te gaan kopen. Die man moet toen al zo veel van me gehouden hebben... Hij heeft me nooit in de steek gelaten, was de enige die me kwam opzoeken als ik weer eens werd opgenomen."

Gevangenis

"Mijn ogen gingen open toen Scott me ten huwelijk vroeg en ik zelf in de gevangenis belandde. Dat was mijn wake-upcall: er was dus iemand die zijn leven met me wilde delen! De gevangenis was ik zo weer uit, omdat ze de aanklacht, dronken achter het stuur zitten, niet konden bewijzen. Toen ik vrij was, heb ik alle recepten die ik nog bij apotheken had lopen, stopgezet. Ik heb klonopin, ondanks het feit dat het me echt nog weleens is aangeboden, nooit meer gebruikt. Een goede coach hielp me mijn eetstoornis en trauma’s uit mijn jeugd te verwerken. Zo kreeg ik mijn leven op de rails. Hoewel dat geen stijgende lijn is, maar een met pieken en dalen. Pas op mijn 35e kreeg ik eindelijk de diagnose bipolaire stoornis, maar het duurde nog enkele jaren voordat ik medicatie durfde te gaan slikken. De laatste terugval had ik vijf jaar geleden, toen Scott en ik in ons eerste koophuis trokken. Ik liep de tuin in, viel op mijn knieën en riep uit: ‘God, ik ben zo moe. Ik ben een tornado die iedereen om me heen kapotmaakt en vind het leven niet meer leuk. Tenzij je me een reden kan geven om door te leven, maak ik mezelf vandaag nog van kant'."

"Toen hoorde ik een stem die zei dat ik naar een bepaalde kerk moest gaan. Daar vond ik pastoor Kim, een geweldige vrouw die me nog steeds helpt op het rechte pad te blijven. Ze leerde me dat ik niet steeds naar mijn gebreken moet kijken en zei: ‘De hemel is niet waar je naartoe gaat als je dood bent, hij is híer. Maar je moet zelf de keuze maken om de goede dingen te zien.’ Dat ben ik gaan doen: gaan bidden om vergeving en acceptatie en dat doe ik nog steeds. Het gaat nu naar omstandigheden goed met me. De pieken en dalen hou ik altijd. Maar ik ben ouder, ken mezelf beter en heb veel steun aan de mensen om me heen, zoals mijn man, familie, band, crew en ook mijn platenmaatschappij. Iedereen weet dat mijn mentale gezondheid mijn prioriteit is en daarna pas mijn carrière. Als dat betekent dat ik afspraken of tournees moet afzeggen, omdat het niet gaat, is dat maar zo."

Lieve reacties

"Door er over te praten, zorg ik ervoor dat mensen in elk geval weten waar mijn gedrag vandaan komt. Daardoor heb ik ook ontzettend veel lieve reacties gekregen. Van mensen die me steunen, maar ook van mensen die zichzelf herkennen in mijn verhaal en schrijven dat ik ze geholpen heb door mijn verhaal te vertellen. Verder schrijf ik alles van me af in mijn muziek. Juist in de slechte perioden, die van volledige manie of juist depressie, creëer ik het meest. Da’s dan weer een voordeel...”

Tekst: Tanja Spaander | Beeld: iStock


,