slogan

De oppositie: 'Mijn baby mag gewoon m'n smartphone gebruiken'

Dagelijks turen jonge kinderen zo’n anderhalf uur naar een scherm en uit onderzoek van Iene Miene Media blijkt dat 57 procent van de kinderen tot twee jaar weleens een scherm in zijn knuistjes heeft gehad. Deskundigen vinden dat ouders strengere regels hierover moeten hanteren. Onterecht meent Isolde, moeder van drie kinderen.

Sociale vaardigheden

"Mijn jongste is nog geen half jaar en ik zie dat hij nu al vol interesse kijkt naar mijn smartphone. Als hij over een tijdje naar mijn mobiel graait, dan zal ik die niet actief bij hem weghouden. Ik zet dan een spelletje voor hem op dat hij gewoon mag spelen. Mijn kinderen leren veel van schermen. Zo verbetert hun fijne motoriek, worden ze beter in het oplossen van puzzels, zijn ze creatief bezig als ze dingen nadoen en het zorgt voor ontspanning."

"Schermgebruik onder kinderen zie ik niet als iets kwalijks. Het is de technologie van deze generatie. Onze kinderen gebruiken die technologie nou eenmaal om op te groeien. Volgens mij gaat het ook niet zozeer om hoe vaak ze met een tablet in hun hand zitten, maar wát ze ermee doen. Ik vind het dan ook onzin dat er wordt geroepen dat schermgebruik onder jonge kinderen zou leiden tot minder sociale vaardigheden en overgewicht. Kinderen zijn juist sociaal bezig als ze contact houden met familie in het buitenland of gamen met vriendjes. En overgewicht? Dat is zeker een risico, maar ik zie mijn oudste met een YouTube-video regelmatig door de kamer stuiteren om nieuwe danspasjes te leren.”

Ongezonde relatie met smartphone

“Wat mij betreft is het niet het schermgebruik waar kinderen onder lijden, maar juist de begrenzing en betutteling van hun ouders daarover. Al die regels over hoe lang ze een iPad of computer mogen gebruiken... Daar geloof ik niet in. Je beperkt je kind in zijn vrijheid om eigen keuzes te maken. Als ik mijn jongste straks verbied aan mijn smartphone te zitten, dan bouwt hij daar vast een ongezonde relatie mee op. Alsof het iets spannends is. Hij zal dan ongetwijfeld het gebruik als iets stiekems en spannends gaan zien. Het gevolg? Hij pakt mijn telefoon achter mijn rug om, waardoor ik er geen zicht meer op heb."

"Liever heb ik dat mijn kind en ik vanuit vertrouwen met elkaar omgaan. Schermen horen er bij. Als hij er voor kiest om zijn vrije tijd zo door te brengen, dan mag dat van mij. We denken er misschien anders over, maar ik wil mijn eigen waarden niet aan hem opdringen. Dan ontstaan er alleen maar conflicten. Bovendien, wie zegt dat onze waarden ‘kloppen’ en die van mijn kind niet? Zoals auteur Steven Johnson van het boek Everything Good Is Bad For You stelt: ‘Kritiek op nieuwe ontwikkelingen zal er altijd zijn.’ Stel dat boeken ontwikkeld zouden zijn ná games. Ik zie de krantenkoppen al voor me: ‘Te veel lezen brengt een kind in een isolement!’ Een boek zou maar weinig stimulans geven, daartegenover staat dat gamen driedimensionaal en interactief is. Het verhaal in een boek moet je volgen, gamen geeft de vrijheid om je eigen verhaal te maken. In die wereld zou gamen dus vele malen beter zijn voor je kind."

"Er is nu veel achterdocht over de digitale ontwikkeling van kinderen, omdat het nieuw is. Volgens mij komt dat voort uit een soort angst voor het nieuwe. Vooral
als je kinderen vaardigheden ontwikkelen en interesses krijgen die jij als ouder niet begrijpt. Op een bepaald niveau ontgroeien ze je dan. Een beangstigend idee. Vanuit vertrouwen en dialoog hoef je de nieuwste technologie denk ik helemaal niet te snappen, als je jouw kind maar snapt. Zo begrijp je elkaar en respecteer je elkaars waarden.”

Zorgen voor de juiste balans

“Zolang het gebruik van schermen een toevlucht of manier van ontspannen is, vind ik het prima. Maar als ouder trek ik natuurlijk wel érgens een grens. Als mijn kind nergens anders meer oog voor heeft dan voor het scherm en zichzelf begint te verliezen, dan onderneem ik actie. Dat doe ik met alles. Je behoedt een jong kind voor zichzelf, daar waar hij grenzen en gevaar zelf (nog) niet kan inschatten. Thuis zorg ik daarom altijd voor een goede balans en bied ik mijn kinderen verschillende opties aan. Als ik zie dat een van hen wel erg lang naar een filmpje tuurt, roep ik: ‘Wie heeft er zin om een bordspelletje te spelen.’ Gaat de ander helemaal op in een game? Dan stel ik voor om samen naar het bos te gaan. Of ik vraag hem waarom hij zo geboeid is door het spel. Dan leer ik hem meteen beter begrijpen."

"Vaak ontdekken ze zelf vrij snel dat ze er wel weer ‘klaar’ mee zijn. Zitten ze drie dagen non-stop te gamen, om er vervolgens weken niet meer naar om te kijken. De vrijheid om eigen keuzes te maken, geef ik ze mee door geen regels op te leggen. Natuurlijk moet je zelf ook het goede voorbeeld geven. Als ik zelf continue mijn smartphone check, gaan mijn kinderen dit gedrag kopiëren. Ik let dus ook goed op de balans tussen mijn schermgebruik en andere bezigheden, zoals lekker naar buiten gaan of een goed boek lezen. Zo leren mijn kinderen wat de alternatieven zijn en kunnen ze zelf een keuze maken. Net waar ze zin in hebben."

"Toen ik mijn twee oudsten zag opgroeien tot zelfstandige, bewuste en sociale kinderen, wist ik dat deze aanpak de juiste was voor mij. Ik geloof dat ze zonder al die regels sterker in hun schoenen staan. Dat ze meer zelfvertrouwen hebben en meer empathie weten te tonen. Kwaliteiten waar ze profijt van hebben. Nog lang nadat de schermpjes zijn vervangen door alweer een nieuwe uitvinding.”

Tekst: Veertje Heemstra Beeld: iStock