Real life: 'Ik werd verkracht en kwam in een diep dal terecht'

Charlotte (27) werd vorig jaar verkracht. Die gebeurtenis sloeg een gat in haar leven. “Ik wil iedereen zeggen: zoek hulp als jou dit ook is overkomen.”

Appje

Het was vrijdag 28 september 2018. Een paar dagen eerder was ik eindelijk weer in mijn geliefde Nairobi, de Keniaanse hoofdstad, aangekomen. Vorig jaar was ik in Nairobi geweest, toen ik met twee vriendinnen een reis maakte door Oost-Afrika. Nu was ik terug en zou ik er voor onbepaalde tijd blijven, om er aan de slag te gaan als freelancejournalist. Ik lag nog in bed en pakte mijn iPhone erbij. Mijn oog viel op een appje van mijn beste vriend Samuel*, een Keniaan die ik hier vorig jaar had ontmoet. “We gaan uit vanavond, ga je mee? Bij mij verzamelen.” “Ja,” antwoordde ik, “zie je straks.”

Opdringerig

Zo gezegd, zo gedaan. “Dit is Oliver*”, zei Sam, Samuel, die avond en hij stelde me voor aan een lange, brede man, naast wie nog een plek vrij was op de bank. “Oliver en ik hebben ooit samen rugby gespeeld.” Sam was professioneel rugbyspeler, net als bijna iedereen die op dat moment op zijn bank zat. Naarmate de avond vorderde, deed Oliver continu pogingen om met me in gesprek te raken, maar ik kreeg een beetje een onheilspellend gevoel bij hem en liet met mijn lichaamstaal duidelijk merken dat ik geen interesse had. Ik kon mijn vinger er niet op leggen, maar iets aan deze man klopte niet.

“Je gaat zo toch nog wel mee de stad in?” vroeg hij, terwijl hij zijn hand op mijn bovenbeen legde en ik nog wat verder van hem af ging zitten. “Ja, maar niet lang”, antwoordde ik. Later die nacht propten de nog overgebleven mensen zich in een auto en reden we naar downtown Nairobi, naar een van de bekendere clubs van de stad, Brew Bistro. “Charlotte, ga maar zitten”, zei Sam terwijl hij naar twee lege krukken aan de bar wees.

Nog voor ik de kans kreeg, was Oliver op de kruk naast me neergeploft. Mijn God, wat was die vent irritant. De rest van de groep – voornamelijk rugbyspelers, maar ook wat andere vrienden van Sam – stond om ons heen. Ik sprak mezelf even vermanend toe: Oliver mocht dan een beetje opdringerig zijn, maar hier, te midden van al deze mensen die je kent, zou me echt niets overkomen.

Slappe spieren 

Iedereen dronk in een aardig tempo door, en ik had net mijn derde mixdrankje achter de kiezen toen het gebeurde. Van het een op het andere moment werd ik duizelig en voelde ik de spieren in mijn ledematen slapper worden. Een golf van misselijkheid overspoelde me en ik voelde mezelf wegzakken. Oliver ving me op. “Gaat het wel?” vroeg hij, terwijl hij me weer neerzette op mijn kruk. Raar, dacht ik bij mezelf. Zó veel had ik toch helemaal niet op? Misschien had ik me dan toch op het aantal drankjes verkeken.

Luttele seconden later viel ik weer weg. Toen ik mijn ogen opendeed, had een van de mannen in onze groep me richting de uitgang van de club gemanoeuvreerd, waar ik in een hoekje over stond te geven. Mijn hoofd bonkte en ik had moeite met praten. In de verte hoorde ik Sam vertellen hoe Gilbert – zijn neef, maar ook een vriend van mij – me mee naar beneden zou nemen om daar een Uber te bestellen. “Ik bel je morgen, oké?” zei hij erachteraan. Ik knikte zwakjes.

Gilbert trok me de lift in. “Hotel Kahama, alsjeblieft”, instrueerde hij de chauffeur toen we eenmaal beneden waren. Opgelucht ging ik achterin de auto zitten. Ik zag Gilbert terug de club ingaan, waarna ik weer flauwviel. Halverwege de rit moest ik het raampje opendraaien om opnieuw over te geven. Toen ik mijn hoofd de auto weer introk, zag ik dat Oliver naast me in de auto zat. Kortsluiting. Code rood. Foute boel. Hij moest ongemerkt de taxi in zijn geglipt, vlak voordat we bij de club wegreden...

Tijd rekken

Wat moest ik doen, de taxichauffeur waarschuwen? Ik probeerde iets te zeggen, maar er kwam alleen wat gebrabbel uit mijn mond. Ik raakte weer buiten bewustzijn. Aangekomen bij het hotel haalde Oliver me uit de taxi en droeg hij me half naar de receptie toe. “Ze is nogal dronken”, hoorde ik hem verontschuldigend tegen het meisje bij de receptie zeggen. “Ik breng haar wel naar boven, ze kan amper op haar benen staan.” Ik voelde al wat er zou gaan gebeuren en probeerde grote ogen naar de vrouw bij de receptie op te zetten. Zou ze mijn hints begrijpen? Nee, ze keek de andere kant op.

Ik strompelde half op eigen kracht, half steunend op Oliver, omhoog. Met alle kracht die ik nog in me had, mompelde ik: “Ik wil dat je naar huis gaat.” “Nee, dat kan echt niet”, lachte Oliver. Hij trok me verder omhoog, de trap op. Ik moest tijd rekken, zo langzaam mogelijk naar boven lopen. Dan zouden we misschien een andere hotelgast tegenkomen, die wel door zou hebben wat hier gaande was. Er kwam niemand. “Oliver, ga weg”, mompelde ik weer. “Doe niet zo raar”, zei hij, terwijl hij mijn tas open ritste en op zoek ging naar mijn sleutel. Ik voelde de laatste kracht uit mezelf wegvloeien en zakte voor mijn hotelkamer op de grond in elkaar.

Verstand op nul

Minuten later ontwaakte ik weer. Ik zat op mijn knieën en handen op het bed, keek naar beneden en realiseerde me dat mijn jurk en ondergoed uitgetrokken waren. Oliver zat achter me. Ik voelde hoe zijn handen stevig vastgeklemd om mijn lijf heen zaten. Ik schrok van de haat in zijn ogen. Mijn grootste angst was werkelijkheid geworden: ik werd verkracht. Mijn hoofd tolde. Wat moest ik doen? Terugvechten? Nee, deze man was minstens twee keer zo sterk als ik. Een atleet, wat dacht ik nou? En dan ook nog in deze toestand? Hij had eerder die avond wat in mijn drankje gegooid, ik wist het nu zeker. Ik moest het over me heen laten komen. Verstand op nul. Wachten tot het over was.

Even had ik een helder moment. “Heb je een condoom om?” prevelde ik verschrikt. “Ja, natuurlijk, my dear,” hoorde ik achter me. Dat was voor mij het signaal om volledig in elkaar te zakken. Weg, naar een plek ver hier vandaan. Ik kwam weer bij door het geluid dat hij maakte toen hij klaarkwam. Inmiddels lag ik op mijn rug op het bed, al kon ik me niet herinneren dat hij me omgedraaid had. Ik hield mijn ogen stijf dichtgeknepen en hoorde hoe hij de badkamer in liep.

Van het één op het andere moment was ik klaarwakker. Mijn hoofd voelde weer helder aan. Snel, ondergoed aan, jurk aan, dekbed zo strak mogelijk om je heen wikkelen en op het uiterste puntje van het bed gaan zitten, zo ver mogelijk bij hem vandaan. De tranen rolden geluidloos over mijn gezicht heen. “Ik wacht hier tot mijn Uber er is, oké?” deelde Oliver mee terwijl hij aangekleed en wel de badkamer uit kwam lopen. Opeens werd ik witheet van woede en ik begon te krijsen. “Waarom huil je nou, schatje?” durfde hij nog aan me te vragen. Uiteindelijk dreef mijn gekrijs hem de kamer uit. Meteen barricadeerde ik de deur met meubels uit mijn hotelkamer.

Traumatisch

Mijn verkrachting is inmiddels iets meer dan een half jaar geleden. Diezelfde nacht nog ontdekte ik dat Oliver het condoom dat hij gebruikt had niet in mijn hotelkamer had achtergelaten, maar mee naar huis had genomen. Waarschijnlijk om ervoor te zorgen dat ik geen DNA-bewijs tegen hem zou hebben, werd me later in het ziekenhuis verteld. Sam is direct nadat het gebeurd is naar me toegekomen, en is de hele nacht bij me gebleven. Omdat ik zó vreselijk angstig was dat Oliver terug zou komen, en dat alles opnieuw zou gebeuren.

De volgende dag ben ik naar het ziekenhuis gegaan. Alleen, want dat wilde ik. Wat volgde, waren gesprekken met artsen, gesprekken met een counselor, bloed laten prikken, keer op keer mijn verhaal vertellen, medicijnen voorgeschreven krijgen. Want Oliver had dan wel een condoom gebruikt, ze wilden in het ziekenhuis absoluut geen risico nemen – en dus kreeg ik gedurende een maand PEP, post expositie profylaxe, voorgeschreven. Als ik dan al geïnfecteerd was met hiv, zou het virus zich in ieder geval niet kunnen ontwikkelen.

“Denk er goed over na of je een inwendig onderzoek wil om sporen te verzamelen”, werd me in het ziekenhuis verteld. “Dat onderzoek wordt overigens vaak wel als traumatisch ervaren. Heb je al besloten of je aangifte wil doen?” Nee, van aangifte zou het niet komen. Oliver was atleet en mensen hier kenden hem. Als ik aangifte zou doen, was de kans dat het verhaal zou uitlekken naar de pers aanzienlijk. En publiekelijk voor de leeuwen gegooid worden, dat was het laatste waar ik nu trek in had. Al helemaal niet als er geen fysiek bewijs was. Het zou dan mijn woord tegen het zijne worden.

Lappenpop

De weken erna functioneerde ik op de automatische piloot. Langzaamaan begon ik wat mensen in mijn directe omgeving in te lichten. De medicatie maakte me misselijk en vermoeid. “Het gaat prima, hoor!” zei ik op FaceTime tegen een vriendin die me vanuit Nederland belde. Maar ik wist dat ik dit niet vol kon houden. Drie maanden later stortte ik volledig in en vloog ik voor twee maanden terug naar Nederland om therapie te volgen. Na die twee maanden ben ik teruggegaan naar Kenia. Ik realiseerde me dat me dit ook in Amsterdam had kunnen overkomen, en weigerde me weg te laten jagen uit Nairobi – een van mijn lievelingsplekken op aarde.

Ik heb Sam verboden het gesprek aan te gaan met Oliver, omdat ik niet aan het voorval herinnerd wilde worden. Later hoorde ik dat Sam Oliver wel degelijk geconfronteerd heeft. Oliver ontkende alles, zei dat er sprake was geweest van een onenightstand. Sindsdien hebben ze elkaar niet meer gesproken. EMDR-therapie in Nederland deed wonderen, en ik heb wat er gebeurd is grotendeels een plek kunnen geven. Ik heb er wel veel moeite mee gehad – en nog steeds – dat ik nu als ‘een verkrachte vrouw’ door het leven ga. Het heeft me getekend. Ik ben schrikachtiger geworden, kan volledig verstijven bij een onverwacht geluid of beweging.

In de jaren voorafgaand aan die nacht in Nairobi had ik het met vriendinnen weleens gehad over hoe we zouden reageren als ons iets dergelijks zou overkomen. “Jij zou sowieso terugvechten, Lot”, zeiden ze. “Jíj zou zo’n man op z’n bek slaan. Sowieso.” Maar toen het moment zich daadwerkelijk voordeed, lag ik als een lappenpop op bed. Volledig overgeleverd aan de grillen van mijn verkrachter.

Zoek hulp

Altijd had ik mezelf voorgenomen dat, als me seksueel geweld aangedaan zou worden, ik mezelf de schuld niet zou geven. Ook niet een beetje. Maar het was onvermijdelijk. Had ik die avond maar niet gedronken. Had ik maar teruggevochten. Had ik maar beter op mijn drankje gelet. Had ik maar eerder een Uber naar huis toe besteld... Inmiddels heb ik me daar grotendeels overheen gezet. Rationeel gezien weet ik heel goed dat ik niet de schuldige ben in dit verhaal, maar emotioneel voelt het toch anders. Maar elke dag, beetje bij beetje, gaat het beter. En het gaat misschien niet zo snel als ik gewild had, maar herstel moet je niet willen forceren. Ook geleerd in therapie.

Mocht jou iets soortgelijks overkomen zijn: zoek alsjeblieft hulp. Praat met iemand in je omgeving. En weet dat, ook al is het volkomen logisch dat je er soms niet helemaal in gelooft, dit niet jouw schuld is geweest. Het is geen schande als je hulp zoekt, net als dat het geen schande is als je dit niet in je eentje kunt dragen. Het is simpelweg te veel. En onthoud: je bent niet alleen.

Tekst: Charlotte Simons Beeld: IStock