De oppositie: 'De hulp die wij verlenen is fout'

Aranka is zeer begaan met de vluchtelingensituatie op Lesbos. Maar met de soort steun die de mensen daar nu krijgen, zijn ze volgens haar niet echt geholpen.

"Tien keer ben ik er de afgelopen drie jaar geweest, op het Griekse eiland Lesbos. Sinds 2015 worden daar in verschillende kampen vluchtelingen uit onder andere Syrië, Afghanistan en Congo opgevangen. Maar helaas heb ik in al die tijd bar weinig positieve, duurzame veranderingen kunnen ontdekken. De financiële donaties worden gebruikt om daar voedsel en kleding uit te delen en medische zorg en juridische bijstand te verlenen. Dus krijgen de mensen inderdaad drie keer per dag eten, zijn er wat douche- en toiletblokken, tandartsen en dokters. Dat neemt niet weg dat er in een kamp als Moria, waar meer dan 8000 vluchtelingen het moeten doen met voorzieningen die voor ongeveer 2300 personen toereikend zijn, ze vaak met zijn vijftienen in één huisje of tent zitten gepropt. Als ze niet al buiten moeten slapen. De hygiëne is slecht, het is er onveilig, er zijn veel spanningen. De omstandigheden waarin de mensen leven zijn dus erbarmelijk, ondanks al die miljoenen euro’s die inmiddels zijn besteed. Dat er zo veel geld omgaat in de noodhulp zonder dat de situatie verbetert, vind ik schokkend. Dan doen we toch iets helemaal niet goed?"

Uitzichtloos

"Natuurlijk is het verlenen van de allereerste hulp – eten, een bed, kleren – nodig. Dit is ook geen aanklacht tegen die stichtingen en vrijwilligers die ter plekke medische, psychische en juridische bijstand leveren. Dat zijn helden. Maar stel je voor dat je net uit Syrië, waar je een onafhankelijk leven leidde en voor jezelf zorgde, in zo’n kamp aankomt waar je opeens achter dranghekken in de rij moet staan om je eten in ontvangst te nemen. Waar je volledig afhankelijk bent van vrijwilligers. Waar je niets te zeggen hebt over je dagbesteding. Waar je de wc met zeventig vreemden moet delen. Waar je de afgedankte kleding van een ander draagt. Waar je zelf geen enkele beslissing kunt nemen en niets op eigen houtje kunt doen. Zonder enig zelfbeschikkingsrecht ga je je toch vanzelf machteloos voelen? Dan word je toch gewoon hulpbehoevend gemaakt? Voorheen, in de tijd dat noodhulp bestond uit het uitdelen van noodpakketten in oorlogs- en armoedesituaties, heerste het beeld: deze mensen zijn zielig en wij moeten ze helpen door te geven zodat zij kunnen nemen. Maar de situaties waarin hulp moet worden verleend zijn veranderd, de wereld is veranderd. En daarom is deze aanpak uit de tijd. Althans, ik geloof niet dat mensen erdoor in hun kracht worden gezet. Als je je hele identiteit al kwijt bent, omdat je alles hebt moeten achterlaten en dan vervolgens als vluchteling nummer 1046 – en niets meer dan dat – wordt behandeld, dan is het logisch dat je eigenwaarde nog meer afneemt. Terwijl het merendeel van deze mensen is gevlucht in de hoop een beter en veiliger bestaan op te kunnen bouwen. De meesten willen niets liever dan de handen uit de mouwen steken en zichzelf nuttig maken. Ze willen zich in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. Maar met onze benadering wordt elk initiatief de kop ingedrukt en maken we de situatie voor hen uitzichtloos."

Eigen bijdrage

"Het lijkt wel alsof vluchtelingen eigenlijk niet mogen zijn zoals wij: in het bezit van motivatie, wil, een drive. Maar ook niet met een mobiele telefoon op zak, toegang tot wifi en een bepaalde voorkeur voor eten en kleding. Nee, om onze hulp te ontvangen moeten ze arm, zielig en hulpbehoevend zijn. Vanuit dat uitgangspunt vragen we ons af wat deze mensen bij ons komen halen en hoe wij ze dat kunnen geven. Ik zou de vraag graag willen herformuleren: wat hebben deze mensen toe te voegen en hoe kunnen wij mogelijkheden creëren om ze daarin te laten slagen? Alleen op die manier kunnen mensen een bijdrage leveren en ontstaat er een structurele, positieve verandering in plaats van afhankelijkheid. In een leefgemeenschap ter grootte van een klein dorp is er van alles nodig. Kappers, koks, leraren, vertalers, verpleegsters, noem het maar op. Toch zijn er, voor zover ik weet, op Lesbos slechts een paar ondernemingen waarbij vluchtelingen betrokken zijn. Eén bedrijfje maakt tassen en portemonnees van aangespoelde zwemvesten. Het andere is een restaurantje waarin vluchtelingen samen met Grieken koken en serveren. Zelf heb ik Lots of Lesvos opgezet, een stichting die in Nederland van het eiland afkomstige olijfolie, honing, zout en kruiden verkoopt. Met de winst ondersteunen we een educatiecentrum voor vluchtelingen en willen we op de lange termijn banen creëren. Uiteraard is er een financiële impuls nodig om dit soort initiatieven, waarin vluchtelingen zelf een rol spelen, te laten slagen. Die moet volgens mij niet alleen van eenmalige donaties komen, maar van structurele investeringen door partijen die behalve rendement ook een sociale bijdrage willen leveren. Ik denk werkelijk dat een noodkamp dan kan uitgroeien tot een plek waar mensen opnieuw een bestaan gaan opbouwen."

Inhumaan

"Het is gênant dat we in Europa zo veel kunnen en hebben, terwijl er in de kampen in Griekenland niets gebeurt. Laten we een noodvoorziening bouwen, is de gedachte. Maar mensen verblijven vaak jarenlang in zo’n vluchtelingenkamp. Ik denk echt dat als we huisjes hadden gebouwd met elektriciteit, water en mogelijkheden voor mensen om wat te ondernemen, ze in die drie jaar veel verder waren gekomen. Europa is rijk, het geld is er. We zouden zoiets kunnen realiseren. Maar helaas ontbreekt de wil, omdat de politiek bang is voor vluchtelingen en de grenzen alleen maar hermetisch wil afsluiten. Behalve dat zoiets niet humaan is, lijkt het mij ook geen echte oplossing, aangezien mensen op zoek naar een beter bestaan altijd zullen blijven komen. Het is de hoogste tijd dat we een systeem bedenken waarin vluchtelingen zelf ook een rol spelen, in samenwerking met locals. Dat we grote veranderingen gaan doorvoeren in hoe we donatiegelden besteden en dat we echt gaan opbouwen."

Tekst: Carlijn Simons Beeld: iStock