Normaal gesproken heeft Bram weinig met mode, maar voor Grazia’s shoot hielp zijn vriendin Sophie hem bij het samenstellen van de outfits. “Zij heeft altijd goede en smaakvolle ideeën, daar laat ik me vaak door leiden”, vertelt hij op relaxte toon als Grazia hem spreekt in een bruine kroeg in Amsterdam. Hij heeft een rustig hoekje uitgekozen en wil in het dagelijks leven juist niet opvallen. Zijn bruine krullen zitten een beetje warrig, hij draagt een crèmekleurige coltrui en de zwarte nette pantalon uit de shoot. “Ik wil er wel verzorgd uitzien”, lacht hij.
Van de kostuums voor het tweede seizoen van Máxima was de 36-jarige acteur diep onder de indruk. “Helemaal de kostuums van Claire Bender, die Mabel (Wisse Smit, zijn partner, red.) speelt, waren fantastisch. Dan kwam ze een kamer binnen helemaal in de make-up, met gekapt haar en in een mantelpakje, en dacht ik alleen maar: wauw! Ook mijn eigen kostuums zagen er heel goed uit. Knap hoe de kostuumontwerpers dat zo goed hebben afgekeken van de vroegere outfits van het Koningshuis.” Hij vervolgt met een grote glimlach op zijn gezicht: “Op zulke momenten kijk ik in de spiegel en voel ik weer dat plezier van een kind dat zich vroeger verkleedde. Geweldig dat ik dit voor mijn werk mag doen.”
“Goed. Ik vond het eerste seizoen heel leuk en dacht meteen: daar wil ik onderdeel van zijn, omdat het zo knap gemaakt is. En toen vroeg regisseur Saskia Diesing of ik interesse had in de rol van prins Friso en hoefde ik geen auditie te doen. Die eerste opnamedag was, zoals altijd, spannend. Ik ben dan voorzichtiger en heb wat minder zelfvertrouwen. Ben ik goed genoeg voorbereid? Doe ik het wel goed? Maar al snel ontspande ik. De mensen op de set waren heel fijn. Ik zat met Steef de Bot, die prins Constantijn speelt, in de klas op de toneelschool. Daarna verloren we elkaar uit het oog. Nu hebben we onze vriendschap weer helemaal terug.”
“Ja, dat voelde als een minivakantie met vrienden. We filmden bij een vakantiehuis in Spanje en België en in Oostenrijk op de piste, maar ook in allerlei gigantische paleizen. Dat was heel gek en bijzonder! Normaal gesproken zit je tussen de scènes door te verkleumen in een tent, nu ben je ineens in een paleis, dat eruitziet als een museum – geweldig. Ik voelde me bevoorrecht. Het was alsof ik door de geschiedenis heen liep. Zo filmden we in Paleis Soestdijk. Daarvoor zijn afspraken gemaakt, maar de eerste draaidagen had ik die niet goed meegekregen, waardoor ik dacht dat ik overal mocht komen. Dan zat ik mijn sciencefictionboek van de Dune-reeks te lezen en keek ik ondertussen naar allemaal items uit verre streken: een Indonesisch zwaard, een masker, buste en schilderijen. Ik fantaseerde hoe het zou zijn als ik de koning was en mijn leven er zo uitzag. Daar heb ik toen zo van genoten.”
“Ter voorbereiding op mijn rol ben ik in het archiefmateriaal gedoken, maar over Friso kon ik weinig vinden. Hij was denk ik heel erg privé. Maar als ik kijk naar het verdriet dat loskwam toen hij in coma raakte (vanwege een ski-ongeluk, red.) en overleed, en vrienden hoor praten in een documentaire over hem, denk ik dat hij fantastisch was. Een geliefd familieman en succesvol zakenman, hartelijk en heel geestig maar ook bescheiden. Of ik op hem lijk, zou ik niet kunnen zeggen, daarvoor was hij te privé, maar misschien ben ik dat ook wel…”
“Ik speel rollen en ik wil dat kijkers die zo goed mogelijk geloven. Maar hoe meer mensen mij persoonlijk kennen, hoe ingewikkelder het is om te accepteren dat ik anders ben dan zij dachten, en hoe slechter ik functioneer als acteur. Daarom vind ik dit soort interviews en fotoshoots in mijn eigen kleren ook wat ongemakkelijk. Dat staat op gespannen voet voor mij. Het liefst ben ik alleen aan het spelen en weet niemand iets over me.”
“Indrukwekkend. Het eten was niet bijzonder, saai chic: vis met citroen en een glaasje prosecco. Maar alles verder was pracht en praal; dat begon al met de lakeien bij de entree. Het voelde als een filmscène, alles gaat zo precies. Ik ben dan net een antropoloog en kijk mijn ogen uit. Het Koningshuis zat in mijn hoofd als een mascotte, nu besefte ik dat ze keihard werken op een heel hoog niveau. Ik zat met Máxima aan tafel. Ik zag ineens wat voor professional zij is, zij had overal kennis van en leidde het gesprek. Dat deed ze op zo’n casual manier dat alle uitblinkers aan bod kwamen. Ze kwam sociaal, charmant en intelligent over. Ik denk dat Máxima ook een waanzinnige minister-president zou zijn.”
“Het is dubbel. Elke keer als ik win, word ik bescheidener. Maar erkenning, zeker van vakbroeders, is heel bijzonder. Het voelt als een piketpaaltje in je carrière: nu is het gelukt, ga zo door. Afgelopen jaar kreeg ik de Mary Dresselhuys Prijs in het DeLaMar. Familie, vrienden en collega’s gaven om de beurt speeches, ik kreeg er warme konen van. Daarna gingen we lekker uit eten bij het prachtige restaurant Americain op de zak van Joop van den Ende, haha. Die dag was heel bijzonder.”
“Nee, dat kan ik heel makkelijk. Ik ben heel gelukkig en zó blij met mijn leven. Dat is ook mijn ‘handicap’: ik vind alles leuk, maar dat zit mijn ambitie soms in de weg. De ouders van mijn vriendin Sophie hebben een boshuisje in Putten, op de Veluwe, daar zit ik eigenlijk het liefst met haar, en dan ben ik dolgelukkig. Lekker in de tuin werken, wandelen, koken. Ik ben wel een beetje een huismus. Maar ik vind het ook lekker om met vrienden de kroeg in te duiken en bordspellen te spelen. En ik houd wel van avontuur, zo volgde ik een cursus ijsklimmen in Oostenrijk en lijkt de Fishermen’s Trail-wandeling in Portugal me geweldig.”
“Toen ik twee jaar geleden na vijf jaar wegging bij het Het Nationale Theater in Den Haag, was ik wel even nerveus. Maar ik heb altijd kunnen werken. Ik besef dat ik veel mazzel heb gehad. Toen ik van de toneelschool kwam, pakte ik alles aan. Aan ontspannen dacht ik niet. Ik wilde mensen leren kennen en vlieguren maken. Nu doe ik het liefst één ding tegelijkertijd. Ik vind het leven helemaal niet leuk als ik het te druk heb en heb liever tijd voor familie, vrienden en mijn vriendin. Door al die werkervaring heb ik meer zelfvertrouwen en het gevoel dat er altijd wel weer wat komt.”
“Ik zou wel een voorstelling willen regisseren. Ook lijkt het me leuk om met jonge makers, die net afgestudeerd zijn, kleinschalig theater te maken. Met een vriend ben ik, als een soort stoffige archeoloog, teksten van Shakespeare aan het uitpluizen, daar wil ik meer over leren en les over geven. Ik heb geen rollen die ik nog wil spelen, ik sta, mits ze inhoudelijk goed zijn, voor alles open, ook romcoms. Het voelt alsof ik film-acteren nog wel een beetje moet veroveren, die uitdaging vind ik aantrekkelijk. Tuurlijk lijkt een rol in het buitenland me te gek, maar ik ga er niet mijn hele agenda voor vrijhouden. Als ik in films en op het toneel speel, voel ik dat kindse plezier. Dat wil ik altijd blijven doen.”
100% Bram Suijker
Bram Suijker (1989) groeide op in Nijmegen en studeerde aan de Toneelschool Maastricht. Nadat hij in 2013 afstudeerde, bouwde hij een indrukwekkend cv op binnen de theaterwereld met rollen in voorstellingen als De storm en Trojan wars. Voor zijn theaterrollen ontving hij in 2022 de prestigieuze Louis d’Or en in 2024 de Mary Dresselhuys Prijs. Ook geeft Bram les op de Toneelschool Amsterdam en speelt hij in diverse films en series, zoals Vliegende Hollanders en Thuisfront. In 2023 kreeg hij een Gouden Kalfnominatie voor zijn rol in de film Het verloren transport. Onlangs had hij een hoofdrol in de film Land van Johan en momenteel is hij te zien in seizoen twee van Máxima. Bram woont in Amsterdam met zijn vriendin, actrice Sophie Höppener.