“Het begon op mijn tiende. Ik basketbalde veel en droeg mijn haar tijdens trainingen en wedstrijden vaak in een staart. Op een dag ontdekte mijn moeder tijdens het borstelen een kale plek op mijn hoofd", vertelt Resi in Grazia's Fashion Issue. "‘Wat gek’, zei ze. ‘Dat moeten we even in de gaten houden.’ In het begin maakten we ons geen zorgen. Totdat de plek groter werd en er meer plekken bij kwamen. De huisarts stuurde me door naar een dermatoloog en al snel kreeg ik de diagnose: alopecia. Een auto-immuunziekte waardoor je haar plotseling uitvalt. Volgens de arts kon het twee kanten opgaan: of ik groeide eroverheen óf het werd erger. Zelf was ik er vrij nuchter onder. Ik was gewoon een kind, ging naar school en deed mijn ding. Ondertussen probeerde ik hormoonzalf en lichttherapie om mijn haaruitval te verminderen. Of die behandelingen echt werkten, weet ik niet. Soms groeide mijn haar terug, soms ook niet. Omdat de behandelingen ook bijwerkingen hadden, zoals eczeem, besloot ik op mijn vijftiende met alles te stoppen. Ook omdat ik, ondanks alles, haar bleef verliezen. Ik wilde daarom eens zien wat er gebeurde als ik niets meer deed.”
Verstoppen en controleren
“Jarenlang ging het op en af. Vooral in stressvolle periodes, zoals toetsweken, verloor ik meer haar. In de puberteit begon ik me ervoor te schamen. Ik wilde niet dat anderen mijn kale plekken zagen en gebruikte haarpoeder of droeg mijn haar anders om ze te verbergen. Tegen de tijd dat ik ging daten, begon ik het al wat meer te accepteren. Ik dacht: dit is wie ik ben en als iemand dat een probleem vindt, dan is diegene niet voor mij bestemd. Toen ik vier jaar geleden mijn vriend Maikel leerde kennen, was ik dan ook direct open over mijn alopecia. Ik had toen nog haar en ik vertelde Maikel dat ik in de toekomst mogelijk kaal kon worden. Natuurlijk was dat spannend, maar gelukkig reageerde hij rustig en liefdevol. ‘Dat maakt me helemaal niks uit’, zei hij. ‘Ik houd altijd van je, hoe je er ook uitziet.’ Zijn antwoord gaf me zoveel rust.”
Haarwerkspecialist
“Twee jaar geleden veranderde alles. Onder de douche verloor ik ineens hele plukken haar, precies in de periode waarin Maikel en ik ons eerste huis hadden gekocht. Misschien kwam het door de stress, maar het was erg confronterend. Nu is het zover, dacht ik. Nu heb ik geen haar meer. Maikel bleef zoals altijd lief. ‘Misschien is het tijd om naar andere mogelijkheden, zoals een haarspecialist, te kijken’, zei hij. Samen maakten we een afspraak. Het moment dat ik voor het eerst een haarwerk opzette, vergeet ik nooit meer. Ik voelde me eindelijk weer een beetje mezelf en hoefde niet meer met mijn haar bezig te zijn. Nadat ik een haarwerk geprobeerd had, werd er één voor mij gemaakt. Omdat ik een specifieke kleur en pasvorm wilde, duurde het vier maanden voordat het haarwerk klaar was. Die tijd gaf me de ruimte om me voor te bereiden op het moment waarop ik mijn hoofd liet kaalscheren. Dat hoefde niet, maar ik vond het zelf praktischer én fijner, omdat het haarwerk dan beter zat en ik minder geconfronteerd werd met mijn uitvallende lokken.”
Met én zonder haar
“Mijn kale hoofd voelde als een bevrijding. Het was alsof ik de controle over mezelf terugpakte. Voor het eerst in jaren voelde ik me licht, vrij en krachtig. Ik dacht: dit ben ik en ik ben goed zoals ik ben. Tegenwoordig draag ik mijn haarwerk als ik daar zin in heb, maar ik ga vaker de deur uit zonder. Vroeger dacht ik dat haar nodig was om me vrouwelijk of aantrekkelijk te voelen. Nu weet ik: ik ben mooi met én zonder haar. Mijn uiterlijk is misschien niet gemiddeld, maar dat maakt me juist bijzonder. En daar ben ik trots op. Mijn tip aan anderen met alopecia? Gun jezelf de tijd. Je bent niet je haar. Je bent wie je bent en dat is precies goed.”
Eva, Tessa en Resi laten zich niet definiëren door hun uiterlijk. Ze kiezen ervoor om zichtbaar te zijn, ook als dat blikken of vragen oproept. In de nieuwste Grazia lees je ook de verhalen van Tessa en Eva. Nu in de winkel en te bestellen via Tijdschrift.land.