Vrouwen aan de top in de modewereld
Op de catwalks tijdens fashion weeks in modesteden als Milaan en Parijs zien we de ene na de andere progressieve creatie voorbijkomen. Maar zodra na een show de ontwerper zijn moment in de spotlights pakt, speelt er zich vooral een ouderwets tafereel af: de designer is vrijwel altijd een man. Iets dat haaks staat op een industrie die zegt vrouwen te vieren. De vrouw is immers de muze, de consument en de werkneemster die de stukken naait. Maar om de een of andere reden is het vrijwel nooit de vrouw die de collectie bedenkt. Kijk maar naar de grootste modehuizen. Dior, Chanel, Balenciaga, Versace, Givenchy, Louis Vuitton, Saint Laurent, Gucci, Prada, Bottega Veneta, Burberry, Loewe, Fendi, Valentino, Schiaparelli en Celine. Samen vormen ze de absolute top van de fashionindustrie. Maar hoeveel van hen hebben een vrouw als creative director? De feiten spreken voor zich: uit het bovenstaande rijtje hebben alleen Givenchy, Bottega Veneta en Prada een vrouw aan het roer, respectievelijk Sarah Burton, Louise Trotter en Miuccia Prada, al deelt zij haar positie met Raf Simons.
Volgens analyse van het gerenommeerde fashion platform 1Granary is slechts twaalf procent van de creatieve directors bij dergelijke luxe modehuizen vrouw. En dat terwijl wereldwijd zo’n zeventig procent van de modestudenten vrouw is. Er is dus bepaald geen gebrek aan vrouwelijk talent of ambitie. Toch dringen ze maar mondjesmaat door tot de top. Modeactivist en journalist Janice Deul vindt het een bizarre paradox, maar kijkt er niet van op. “Het is niks nieuws eigenlijk. Wat mij opvalt is hoe verdomd langzaam het gaat. Het lijkt alsof we zelfs stappen terug aan het zetten zijn.”
Scheve verhouding
De verhouding lijkt de laatste jaren ook alleen maar schever te worden. Designer Maria Grazia Chiuri, die in 2016 als eerste vrouw in vijfenzeventig jaar de creatieve leiding bij Dior kreeg, doorbrak daarmee een historisch glazen plafond. Maar na bijna tien jaar vertrok ze eerder dit jaar, om vervangen te worden door Jonathan Anderson. Donatella Versace, decennialang één van de weinige vrouwen met onbetwiste macht in de wereld van couture, kondigde onlangs haar vertrek aan bij Versace. Ook zij is vervangen door een man: Dario Vitale. Zelfs grote modehuizen die nota bene ooit door vrouwen zijn opgericht (denk aan Chanel door Gabrielle ‘Coco’ Chanel en Schiaparelli door Elsa Schiaparelli) kwamen later onder mannelijke artistieke leiding. “Wanneer er prestige, geld en status in het spel zijn, zie je dat mannen zich op die industrie storten en als vanzelf als autoriteit worden gezien”, legt Deul uit. “Het is net als in de culinaire wereld: koken wordt over het algemeen als vrouwenwerk gezien, tot je er geld mee kunt verdienen. Dan zijn de grote chefs ineens allemaal mannen. In de mode is dat net zo.”
Waarom stromen vrouwen niet door naar de top? De oorzaken zijn structureel en historisch bepaald. “We leven in een patriarchale samenleving waarin alles wat vrouwen doen standaard minder wordt gewaardeerd”, zegt Deul. Iets wat bijvoorbeeld ook geldt voor mensen van kleur. In de bestuurskamers van modegroepen als Kering (o.a. Gucci en YSL) en LVMH (o.a. Dior en Louis Vuitton) zitten hoofdzakelijk mannen. Zij rekruteren vaak uit bekende, vertrouwde netwerken en dat zijn meestal andere mannen. “Ze schuiven die baantjes naar elkaar toe. Je ziet daar echt het old white boys network aan het werk.” Vrouwen die het wel tot de top schoppen, worden vervolgens anders beoordeeld. “Van vrouwen wordt verwacht dat ze op álle vlakken excelleren”, zegt Deul. “Creatief, commercieel, diplomatiek en maatschappelijk bewust. Terwijl mannen gewoon ‘geniaal’ mogen zijn.” Dat beeld is diep cultureel verankerd.
Male gaze
De marginalisering van vrouwen aan de top raakt ook de cultuur van de mode zelf. Decennialang is het beeld van de vrouw in de mode bepaald door mannen. Mode wordt veelal ontworpen en gepresenteerd dóór mannen vóór een (vermeend) mannelijk oog, zelfs al is de beoogde klant vrouw. Een fenomeen dat bekendstaat als de male gaze: hoe er naar vrouwen wordt gekeken vanuit het hetero masculiene perspectief. Dat heeft subtiele maar diepgaande gevolgen. Zo merkte Maria Grazia Chiuri bij Dior op dat modecampagnes standaard door mannelijke fotografen werden geschoten, simpelweg omdat “de male gaze gezien wordt als het perspectief dat ertoe doet”. Met andere woorden: men ging er lang vanuit dat hoe een man naar vrouwen kijkt, dé maatstaf is voor wat schoonheid en sexiness inhoudt. “Wat wij mooi vinden, is lang bepaald door dat mannelijke ideaal: lang, slank, golvend haar, een bepaald type vrouw”, zegt Deul. “Maar vrouwen kijken zelf vaak anders. Wij zien ook kracht, karakter, eigenheid. Toch overheerst in mode nog steeds die mannelijke blik.”
Maria Grazia Chiuri probeerde daar bij Dior verandering in te brengen, door vrouwelijke fotografen in te zetten en feministische thema’s op de catwalk te brengen. Ook andere ontwerpsters brengen nuances aan die voorheen ontbraken. Denk aan hoe Stella McCartney al vroeg inzette op duurzaam en diervriendelijk ontwerp, of hoe Rihanna’s Savage x Fenty lingeriecollecties álle lichamen viert door ondergoed te ontwerpen voor alle maten. “Als vrouwen ontwerpen voor vrouwen, zie je dat terug in de kleding: het is realistischer, functioneler, en spreekt bredere groepen aan”, aldus Deul. Toch is dat vrouwelijk perspectief nog zelden structureel vertegenwoordigd. “Dat is schadelijk. Mode is een spiegel van de maatschappij, maar de mode loopt achter. Als dit een andere industrie was geweest, hadden we ons hier allang veel drukker om gemaakt omdat mode traditioneel niet als een serieuze discipline wordt gezien”
Representatie
Een andere laag in dit complexe probleem is de rol van zorgverantwoordelijkheden. De carrièrejaren waarin een ontwerper naar een toppositie groeit – dertigers en veertigers – vallen vaak samen met de jaren waarin velen een gezin stichten. De realiteit is dat de zorg voor kinderen nog steeds grotendeels op vrouwen neerkomt. Een mannelijke ontwerper heeft vaak een partner die onzichtbaar op de achtergrond het privéleven draaiende houdt, of hij kiest überhaupt niet voor kinderen. Vrouwelijke talenten staan voor de keuze: alles geven aan de carrière of iets opofferen, en die keuze wordt hun soms kwalijk genomen. Ondertussen nemen sommige vrouwen het heft in eigen hand. “Je ziet dat vrouwelijke ontwerpers vaker via andere wegen doorbreken”, legt Deul uit. “Zoals Victoria Beckham, Anifa Mvuemba of Marine Serre. Het systeem is niet voor hen ontworpen, dus ze creëren hun eigen systeem.”
Toch is dat pad lang niet voor iedereen begaanbaar. “Bekende namen krijgen sneller aandacht. Als je die niet hebt, is het lastig, maar zeker niet onmogelijk. Dankzij sociale media en nieuwe tech zie je dat jonge vrouwen zichzelf wel degelijk op de kaart kunnen zetten.” En dan is er nog een dieper punt: representatie is niet alleen een kwestie van zichtbaarheid, maar ook van perspectief. “Als alleen witte mannen bepalen wat schoonheid is, wie creatief wordt gevonden en wie de leiding krijgt, dan ontstaat een eenzijdig beeld. Diversiteit in leiderschap is cruciaal om de hele markt te bedienen en om als industrie relevant te blijven.” Deul noemt het ‘het dekoloniseren van mode’. “We moeten af van het idee dat er maar één type schoonheid, één type leider, één type consument bestaat. We moeten loskomen van die oude blik. Alleen dan kan mode echt ván en vóór iedereen zijn.”