Naar de relatietherapeut
Emma: “Gespannen en hoopvol begon ik vier jaar geleden onze sessie bij de relatietherapeut. Luuk en ik hadden door de corona-lockdowns al wat online sessies gevolgd, maar voor mijn gevoel waren we daar weinig mee opgeschoten. ‘Fijn dat we eindelijk fysiek kunnen afspreken’, begon de therapeut. ‘Hoe is het gegaan sinds onze laatste sessie?’ Ik vertelde dat er iets meer rust was thuis, maar dat ik hoopte dat we nu echt stappen konden maken. Al dacht Luuk daar blijkbaar anders over. ‘Ik denk niet dat ik nog verder wil’, zei hij al na een paar minuten. ‘Wat bedoel je?’ vroeg ik. ‘Ik voel het gewoon niet meer’, vervolgde hij. Op dat moment brak er iets in mij. Voordat ik het wist, begon ik te huilen. Luuk aankijken durfde ik niet, ik was veel te bang dat het dan echt zou worden wat hij zei. Dit kan niet waar zijn, dacht ik. Alles wat we hadden opgebouwd, al onze toekomstplannen... waren die dan niks meer waard? ‘Maar... we zouden dit toch samen doen, deze sessie?’ stamelde ik. ‘We zouden een maand de tijd nemen en dan pas beslissen.’ Jammer genoeg antwoordde Luuk niet. ‘Hier’, zei ik daarom, terwijl ik mijn trouwring afdeed. ‘Als jij nu al weet dat dit het einde is, is er blijkbaar niets meer om voor te vechten.’”
Van vertrouwen naar paniek
“Vanaf mijn achttiende waren Luuk en ik al samen, toen ik 21 was trouwden we. We huurden een huis en droomden van een gezin, maar alles op z’n tijd. Ondertussen genoten we van kleine dingen: samen koken, eindeloze gesprekken en er lekker veel op uit gaan. Dat ik door mijn handicap in een rolstoel zit, is voor Luuk nooit een punt geweest. Hij zei altijd: ‘Ik weet tenminste waar ik aan begin, het kan een ander ook morgen overkomen.’ Dat gaf mij altijd zoveel vertrouwen. We waren een team, hij was mijn veilige haven. Totdat Luuk vlak voor de pandemie opeens zijn twijfels over ons uitsprak. Hij wist niet of hij nog wel genoeg voor me voelde en hij twijfelde of dit het leven was wat hij wilde leiden. In paniek hoorde ik het aan. Ik had ook geen idee dat hij zich zo voelde.
We moeten vechten voor ons huwelijk, dacht ik, dus meldde ik ons aan voor relatietherapie. Maar die online sessies waren niet zo’n succes. We zaten allebei in een andere kamer op onze laptop en de verbinding was niet altijd stabiel. Daardoor was het erg rommelig. Toch had ik de hoop dat het goed zou komen, toen we de relatietherapeut eindelijk in het echt konden ontmoeten. Maar helaas dat bleek dus niet het geval.”
Andere woning
“Na die sessie stapten we samen in de auto. Ineens zaten we weer naast elkaar, alsof er niks aan de hand was. ‘Weet je het echt zeker?’ vroeg ik nog steeds in shock. ‘Ja’, antwoordde hij. Verder zeiden we weinig tegen elkaar. Thuis ging het niet veel beter. Ik voelde me verdoofd en radeloos. Die avond sliep hij op de bank, terwijl ik huilend in ons bed lag. De dagen daarna waren heel ongemakkelijk. We woonden samen, maar liepen elkaar continu in de weg. Omdat het vanwege mijn handicap voor mij moeilijker was om te verhuizen, besloot Luuk tijdelijk bij mijn ouders te gaan slapen, bij zijn eigen ouders was dat geen optie. We hadden af en toe contact maar een maand later vertelde hij dat hij een andere woning had bezichtigd. Dat was opnieuw een klap in mijn gezicht. Ergens had ik nog hoop dat het goedkwam, maar toen ik dat hoorde, voelde ik me verraden. Alsof ik maandenlang in een schijnwereld had geleefd, terwijl hij zich allang had losgemaakt van ons leven samen.
Nadat hij verhuisd was, bleef ik in onze huurwoning wonen. Omdat we nog veel praktische zaken moesten afhandelen, hadden Luuk en ik regelmatig contact. Maar dat bleef niet alleen zakelijk. Zo appte hij soms hoe het ging en of ik hem ergens bij nodig had. In eerste instantie maakte dat me vooral verdrietig. Ik kon zelf nog niet schakelen tussen ‘ons’ en ‘niet meer samen’. Toch verschoof er iets met de tijd. Vooral omdat ik opnieuw met therapie en persoonlijke ontwikkelingstrainingen begon om mezelf terug te vinden.
Ik had zó lang in de ‘wij-stand’ gestaan dat ik niet meer wist wie ‘ik’ ook alweer was. Dat ging met vallen en opstaan, maar beetje bij beetje gaf ik mijn leven opnieuw vorm. Het lukte me steeds beter om te accepteren dat het met Luuk echt niet meer goed kwam.”
Van relatie naar vriendschap
“Uiteraard ging dat ook niet zonder hobbels. Anderhalf jaar na de breuk kregen Luuk en ik flinke ruzie via de mail. Alles wat we eerder hadden ingeslikt, kwam eruit. Daarna spraken we elkaar een paar weken niet, totdat ik Luuk plotseling tegenkwam op een event. ‘Ik wil op z’n minst beschaafd met elkaar omgaan’, zei ik. Hij knikte en we spraken af om een koffietje te drinken. De klik bleek er toen nog steeds te zijn. Niet als geliefden, maar als vrienden. Dat voelde voor ons allebei heel fijn. Inmiddels hebben we allebei een nieuwe partner en zijn we goede vrienden geworden. Luuk en ik zien elkaar nog bij feestjes van gemeenschappelijke vrienden, maar we gaan ook weleens samen wat eten om bij te kletsen. Luuk heeft zelfs geholpen met het bakken van een verjaardagstaart voor mijn nieuwe partner en mij. Bakken is iets dat we vroeger samen ook graag deden en mijn nieuwe partner is geen held in de keuken. Dat onze liefde is veranderd, maar niet is verdwenen, vind ik heel mooi. We kennen elkaar door en door, en gunnen elkaar het beste. Ook steunen we elkaar als er iets vervelends gebeurt. Achteraf gezien is dat het beste wat ik aan mijn relatie met Luuk heb overgehouden...”
*Wegens privacyredenen zijn de namen van Emma en haar ex gefingeerd. Hun echte namen zijn bekend bij de redactie.