Power Moves

Zo word je succesvol: Breek met deze 6 carrièreregels

Veel vrouwen worden nog steeds beperkt door oude overtuigingen en ongeschreven regels op de werkvloer. Nancy Poleon (ondernemer) en Ingrid van der Chijs (communicatiedeskundige) leggen in hun boek How to break the rules uit welke hardnekkige carrièrevoordelen je het liefst vandaag nog moet vergeten. Voor Grazia lichten ze er zes uit.

Robyn van Gorsel
8 minuten
Lily Collins als Emily in Emily in Paris

1. 'Meisjes kunnen geen wiskunde'

Deze overtuiging lijkt misschien onschuldig, maar de impact is enorm. Het idee dat vrouwen slechter zijn in wiskunde sluimert nog altijd mee tot ver in hun carrière – in vergaderingen, bij sollicitaties en tijdens strategische keuzes. “Alles wat we vandaag doen heeft met data te maken”, zegt Van der Chijs. “Zeker in het bedrijfsleven, waar je werkt met balansen, businesscases of AI. Als je denkt dat je niet goed in wiskunde en data bent, kan dat invloed hebben op je hele carrière.’ Waar komt deze bizarre overtuiging eigenlijk vandaan? Vroeger werd vaak gedacht dat rekenvaardigheden biologisch waren bepaald. Meisjes hadden zogenaamd een sterkere rechterhersenhelft, dus ze waren beter in taal. Jongens zouden dan weer uitblinken in logisch en abstract denken. Dat werd veelal als feit gepresenteerd en dikke kans dat je dat zelf ook weleens in de klas hebt gehoord, of dat nu is geweest op de basisschool, middelbare school of wellicht in je vervolgstudie. Inmiddels blijkt onder andere uit onderzoek van de Carnegie Mellon Universiteit in 2019 dat of je goed in wiskunde bent (verrassend, not...) niet afhankelijk is van sekse.

“Maar als jonge meisjes van kleins af aan vaker met poppen spelen en jongens met blokken, dan kun je vanaf jonge leeftijd toch een achterstand in ruimtelijk inzicht krijgen.” Poleon wijst op de gevolgen in het hier en nu. “Als we willen dat vrouwen mee vormgeven aan de toekomst, moeten we ook zorgen dat ze aan tafel zitten bij de grote technologische beslissingen. We voelen nu al de gevolgen van die scheve ontwikkeling. AI beïnvloedt onze levens, maar het perspectief van vrouwen ontbreekt hier vaak doordat AI-programma’s grotendeels worden ontwikkeld door mannen. Dat begint bij meisjes die te horen krijgen dat ze geen wiskunde kunnen. Het lijkt onschuldig, maar het is het fundament onder ongelijkheid op de werkvloer, en in de samenleving.” Om dit patroon te doorbreken, kunnen we volgens haar beginnen met meisjes ander speelgoed te geven, zodat dit de achterstand wat betreft ruimtelijke inzichtelijkheid met jongens verkleint. Poleon: “Ook moeten we vrouwen die goed zijn in wiskunde zichtbaarder maken. Deel hun verhalen, net zoals dat we de verhalen van mannelijke genieën delen. Maak rolmodellen van ze. En stop met de aanname dat vrouwen niet goed zijn in wiskunde.”

2. 'Vrouwen zijn te emotioneel'

Er wordt weinig zo vaak tegen vrouwen gebruikt als hun emoties. Vrouwen zouden volgens het stereotype emotioneler zijn dan mannen. Waar boosheid bij mannen vaak wordt gezien als daadkracht, wordt huilen bij vrouwen al snel bestempeld als zwakte. Maar de waarheid is dat mannen en vrouwen even emotioneel zijn. Uit onderzoek van de universiteit van Michigan blijkt dat er geen verschil is in hoe emotioneel mannen en vrouwen zijn. Het probleem is dat vrouwelijke emoties snel worden gekoppeld aan oncontroleerbaarheid. “Als je huilt, wordt gesteld: o, ze heeft zichzelf niet in de hand. En dus ook haar werk niet.” Terwijl mannen die stampvoeten zelden als onprofessioneel worden gezien. Poleon noemt het voorbeeld van een topman die zijn visie veranderde na hun gesprek. Hij had een introverte man en vrouw in zijn team. “Als de man stil was, dachten mensen: hij denkt na. Als de vrouw stil was, vonden ze haar verlegen. Dat verschil in interpretatie is allesbepalend.” Van der Chijs wijst erop dat het niet alleen de schuld van mannen is. “We hebben als maatschappij bepaalde ideeën bedacht over hoe mannen en vrouwen zich tot elkaar verhouden. Wat wij met deze regel zeggen is: laat het los. Je hoeft je niet aan te passen. Je mag best emotioneel zijn, als je dat zo voelt. Mannen zijn dat ook. Als je gewoon jezelf bent, ben je zo veel beter in wat je doet. Als je je constant aanpast en op je tenen loopt, houd je je werk niet vol.”

3. 'Werk en privé houd je gescheiden'

Het idee dat je je thuissituatie niet mag meenemen naar het werk, wordt vaak gezien als een professionele keuze. Van der Chijs dacht er vroeger ook zo over. “Ik sprak nooit over mijn kind, of over mijn relatie die uit was. Ik vond dat professioneel. Maar het hield me ook op afstand van anderen.” Maar wie zichzelf in tweeën knipt – een werkversie en een thuisversie – verliest authenticiteit. “Als jij niks deelt, doen je collega’s dat ook niet,” zegt Van der Chijs. “En dan blijft het opper- vlakkig in je team. Je mist signalen, empathie en verbinding.” Poleon haakt daarop in: “We zijn niet eendimensionaal. Maar toch verwachten we dat op werk wel van elkaar. Terwijl je werkzaamheden juist beter kunt uitvoeren als je elkaar ook als mens ziet. Als je weet dat je collega slecht slaapt omdat haar kind ziek is, kun je daarop inspelen. Dan krijg je geen frustratie omdat iemand een taak niet op tijd af heeft, maar heb je empathie voor diegene en bied je wellicht aan om even iets van haar over te nemen.” De volgende keer doet ze dat andersom bij jou wellicht ook, als er iets in jouw privéleven speelt waardoor je even niet on top of your game bent. Zo maak je je team zo veel krachtiger. Dit betekent niet dat je nu direct je hele privéleven open en bloot op tafel moet gooien, maar durf wel ruimte te geven aan wie je écht bent. “Zodra je je veilig voelt om jezelf te zijn, kun je pas echt groeien”, zegt Poleon. “En dat begint bij durven delen.”

4. 'Vrouwen kunnen niet netwerken'

Netwerken is iets voor extraverte mensen met grote mond, oftewel: voor mannen in pakken met bergen gouden visitekaartjes. Geen wonder dat veel vrouwen zich hier ongemakkelijk bij voelen. “Maar dit klopt gewoon niet,” zegt Poleon. “Netwerken is niks meer of minder dan: met wie voel jij je verbonden? Van wie leer je iets? Met wie wil je praten?” Poleon noemt zichzelf ‘dé netwerker. “Want ik begrijp dat niemand succesvol kan zijn zonder relaties. Je hebt mensen nodig die je scherp houden, die je steunen, die vol lof over je praten als jij er niet bent.” Toch krijgen vrouwen vaak het gevoel dat ze zichzelf moeten ‘verkopen’ als ze netwerken. Poleon. “Het gaat niet om opschepperij, maar om het maken van een connectie met anderen. Om te ontdekken: bij wie voel ik me goed, wie inspireert me?” Ze wijst ook op de boysclub waar mannen al decennia op vertrouwen. “Ze golfen samen, schuiven elkaar opdrachten toe. Dat heet dan geen netwerken, dat is gewoon ‘normaal’. Vrouwen mogen dit net zo goed doen.” Netwerken betekent volgens haar dan ook niet naar een event gaan met een stapel visitekaartjes. “Nodig iemand uit die je interessant lijkt voor een koffietje of ga lunchen. Volg ze op LinkedIn en complimenteer ze als je vindt dat ze iets goeds doen. Investeer altijd in de mensen om je heen. Dat betekent dus dat je niet pas gaat netwerken op het moment dat je iemand nodig hebt, maar daarvoor al. Make friends before you need them. Dan wordt het veel makkelijker om later om een gunst te vragen.”

5. 'Ik ben geen excuustruus'

Veel vrouwen voelen zich ongemakkelijk bij het idee dat ze zijn aangenomen vanwege hun vrouw-zijn. Poleon hoort het vaak: “Ik wil op mijn kwaliteiten gekozen worden, niet omdat ik een vrouw ben.” Maar volgens haar zit daar een gevaarlijke misvatting in. “Alsof je alleen meetelt als je precies hetzelfde bent als een man. Terwijl je juist gekozen wordt ómdat je iets anders meebrengt.” Van der Chijs vult aan: “Diversiteit is geen gunst. Het is noodzaak. Andere perspectieven zijn cruciaal voor betere beslissingen. En dat betekent dat je soms bewust ruimte maakt voor stemmen die te lang zijn buitengesloten.” Het ongemak bij vrouwen komt vaak voort uit een jarenlang tekort aan representatie. “Als vrouw ben je het gewend om jezelf continue te moeten bewijzen”, zegt Poleon. “Maar mannen vragen zich nooit af of ze gekozen zijn omdat ze man zijn. Dat privilege is ongemerkt, en dus onbetwist.” Van der Chijs noemt het ‘een systeem dat eindelijk rechtgezet wordt’. “Jarenlang werden mannen automatisch gekozen. Wat we nu doen, is corrigeren. Dat is niets om je voor te schamen.” Twijfel is normaal, zeggen ze. Maar laat het je niet tegenhouden. “Je bent geen excuustruus”, zegt Poleon. “Je bént de juiste keuze voor die functie én de persoon om die presentatie of taak op te pakken – juist omdat je iets toevoegt dat ontbrak.”

6. 'Een topvrouw heeft geen mentor nodig'

Veel vrouwen denken dat ze het allemaal alleen moeten regelen. Hulp vragen op de werkvloer voelt zwak. Maar volgens Poleon is dat precies waarom veel vrouwen langzamer doorgroeien. “Juist als je verder wilt komt, heb je mensen nodig die het pad al gelopen hebben. Van hen kan je leren, waardoor je kunt doorgroeien.” Ze maakt helder onderscheid tussen drie soorten mensen die je nodig hebt in je carrière: een coach, een sponsor en een mentor. Een coach kijkt naar je persoonlijke ontwikkeling, hij of zij helpt je groeien van binnenuit. Een sponsor praat over je, diegene noemt jouw naam in vergaderingen, schuift je naar voren voor een klus en opent deuren. Een mentor heeft weer een andere invulling: die persoon praat tégen je over zijn eigen ervaringen. Die zegt: ‘Toen ik in jouw schoenen stond, deed ik dit. Let hierop. Dit kun je van mij leren.’

Toch durven vrouwen vaak niet om deze personen om zich heen te verzamelen, laat staan dat ze om hulp durven te vragen. Ze vinden het ongemakkelijk, denken dat ze lastig zijn. “Maar mannen doen dit allang”, zegt Poleon. “Ze zien het als normaal.” En het werkt. Uit onderzoek van accountants- en adviesorganisatie KPMG blijkt dat 28 procent van de werknemers met mentor doorstroomt naar seniorposities, tegenover 19 procent zonder. “Een verschil van bijna tien procent. Dat is geen detail – dat is structureel.” Volgens Poleon kennen veel bedrijven zogenaamde mentorshipprogramma’s. “Vaak schrijven vrouwen zich daar niet voor in omdat ze bang zijn dat het tijd kost, maar het levert je juist tijd op. Een mentor kan zorgen waar jij al maanden mee rondloopt in een gesprek van vijftien minuten wegnemen. Simpelweg omdat zij het vaak al een keer hebben meegemaakt. Bovendien zorgt een mentor dat je geen tunnelvisie creëert, maar dat je een bredere blik krijgt op je carrière.” Natuurlijk kan je ook een mentor buiten je werk zoeken. “Ga mensen volgen die je tof vindt. Stuur een keer een bericht via LinkedIn, ga koffiedrinken. Leer elkaar kennen. Zo bouw je een band op, net als bij een relatie. Op een gegeven moment, wanneer het goed voelt, moet je het gewoon vragen: wil je mijn mentor worden. Volg daarin je intuïtie. Als het goed voelt, dan vraag je het gewoon.”

Wat betekent succes nu eigenlijk?

Nancy Poleon en Ingrid van der Chijs definiëren succes maar met één ding: hoe authentiek kan je zijn? Poleon: “Dat is het allerbelangrijkste. Je kan nog zo veel geld ergens verdienen. Als jij in een functie zit waar je verplicht hakken moet dragen, terwijl jij liever op gympen loopt, dan draag je continu een masker. Als je iets doet wat je écht leuk vindt en waar je het meeste energie van krijgt, zonder jezelf anders voor te hoeven doen dan je bent, dan heb je succes.”