Hardlopen
“Sinds januari probeer ik minstens twee keer per week te hardlopen. Door de slow running trend op TikTok maak ik me niet meer zo druk om hoe snel ik ga – het gaat erom dát ik ga. In de zomer genoot ik ervan om ’s avonds in het zonnetje te kunnen lopen. Maar nu de herfst is aangebroken, leg ik me er weer bij neer dat ik ’s avonds met hardloopverlichting de deur uit moet gaan.”
Viaduct
"Onlangs liep ik om 21.00 uur een van mijn vaste rondjes – net buiten het centrum. Onder een viaduct waar ik altijd langs kom, chillen weleens jongeren of studenten – ze roken wiet, gaan voetballen of pronken er met hun auto’s. Tot nu toe heb ik nooit last van ze gehad – gelukkig maar, want ik sprint niet bepaald als een gazelle, maar eerder als een vermoeide zeekoe. Dit keer liep het anders."
“Een groep studenten stond onder het viaduct en een van hen besloot dat het grappig was om met me mee te rennen. Ik besloot er aanvankelijk geen aandacht aan te geven, en hoopte dat hij het snel af liet weten. Hij bleef echter met me meelopen. "Waarom doe je dit?", vroeg ik uiteindelijk. “Ik vind hardlopen ook leuk”, riep hij lachend. “Ik vind dit niet leuk”, zei ik.
Hij bleef alsnog met me meelopen. Gefrustreerd stopte ik met lopen, ook hij stopte. Ik vertelde hem vervolgens hoe intimiderend een groep mannen kan zijn voor iemand die alleen in het donker loopt, en hoe vervelend zijn gedrag was. Verbaasd keek hij me aan, maar draaide zich wel op. Terwijl hij naar zijn vrienden liep, schreeuwde hij lachend dat hij intimiderend was."
Grappig?
"Hoewel ik wist dat hij geen kwade bedoeling had, en alleen maar 'grappig' wilde doen tegenover zijn vrienden, liep ik verhit verder. Het frustreerde me dat hij niet doorhad hoe intimiderend zo’n situatie kan zijn. En ik vraag me af of hij er ooit bij stil heeft gestaan dat straatintimidatie precies de reden is waarom vrouwen zich 's avonds onveilig kunnen voelen. Hoewel ik het gedrag van deze jongen zeker niet zou bestempelen als intimidatie, miste hij behoorlijk wat bewustwording. Dat stoorde me nog het meest."
“Toen ik in bed lag, voerde ik ons gesprek nog minstens tien keer in mijn hoofd. Telkens probeer ik te bedenken wat ik had kunnen zeggen om mijn punt beter te maken. Ondanks dat ons gesprek van korte duur was, hoop ik dat ook hij er nog eens aan terugdenkt en dit in de toekomst niet weer doet – al is het maar een grap.”