Voetbaltaal voor beginners: zo kun jij ook meepraten over voetbal

Good to know!

Lees ook

Met het oog op de toenemende belangstelling voor (vrouwen)voetbal én het WK voor de deur, is het wel eens handig om een aantal voetbaltermen nader te verklaren. Want hoewel er in de bijbehorende talkshows op een laagdrempelige manier over ‘het spelletje’ (daar heb je er al een) gebabbeld wordt, hoor je soms van die taalkundige vondsten die je eerst even op moet zoeken. Afgezien van de tactische terminologie, hierbij een korte reis door de wondere wereld van het voetbaljargon. 

Muurligger en bookmakers

De muurligger is geen betonnen fundering, maar de niet benijdenswaardige speler die de eer krijgt om in het gras te gaan liggen wanneer het welbekende muurtje voor een vrije trap gevormd wordt. De spelers in het muurtje springen immers op zodra er geschoten wordt, en de muurligger zorgt ervoor dat de bal niet onder het muurtje doorschiet.

Bookmakers zijn geen drukkerijen maar spelen dezelfde rol als bij het Eurovisie Songfestival, alleen kwam er bij het voetbal nog wel eens een belchinees aan te pas. Deze gaf, toen voetbalwedden nog illegaal was, de verrichtingen op het veld door aan zijn bazen in China. Bij opzichtig geblunder vragen supporters zich nog steeds af of er soms een belchinees is gesignaleerd, die spelers heeft omgekocht. 

Bus parkeren en tiki-taka

De bus parkeren is een negatieve benaming voor verdedigend spel, alsof de spelersbus voor het doel staat. Hiertegenover staat vaak een team dat het zogenaamde tiki-taka hanteert. Het andere team wacht op fouten en ‘countert’ wanneer die gemaakt worden: de plotse tegenaanval kan ‘dodelijk effectief’ zijn. Wanneer een team nogal ongeorganiseerd aanvalt (kick & rush, de bal naar voren knallen en dan maar zien wat ervan komt), heet dat in goed Nederlands ‘hotseknotsebegoniavoetbal’. 

Pingels: Panenka, Neeskens- of Cruijff-Olsen-variant

Een Panenka (een subtiel stiftje oftewel boogballetje door het midden) is een manier van een pingel (penalty) nemen die je maar net moet durven. De naamgever is de eerste die het succesvol flikte: de Tsjech Antonín Panenka. Keepers kiezen doorgaans een hoek, maar als ze afwachten sta je voor gek, want dan belandt de bal rechtstreeks in diens handen. Een mislukte Panenka is een ware voetbalnachtmerrie. In de jaren ’70 pakte Johan Neeskens het anders aan. Ook door het midden, maar dan keihard. Sommige keepers doken er liever voor weg, een enkele dappere doelman brak er letterlijk zijn vingers aan. Dan is er nog de Cruijff-Olsen-variant – een een-tweetje – maar die is niet toegestaan bij penaltyseries die een wedstrijd moeten beslissen na een verlenging. 

Panna en publiekswissel

De Panenka wordt wel eens verward met de Panna, maar dat is een andere soort vernedering: een Panna is een bal die tussen de benen van de tegenstanders door wordt gespeeld, ook wel ‘poorten’ genoemd. Iets verder onder de P vinden we de publiekswissel. Het is hier niet zo dat halverwege de wedstrijd de supportersvakken worden leeggeruimd voor verse toeschouwers, maar een wissel die bij een ruime voorsprong wordt toegekend aan een speler die een ‘goede wedstrijd op de mat heeft gelegd’. Daarna volgt er applaus. Voor de goede orde: het beruchte vervangen van Arjen Robben in 2004 door Dick Advocaat, dat zelfs politiek Den Haag bezighield, was géén publiekswissel.

Beeld: Pexels

Laatste nieuws

Zie ook