Mylansha werd misbruikt door haar jeugdzorgmentor: ‘Niemand geloofde mij’

'Als ik niet deed wat hij wilde, mocht ik mijn moeder niet meer spreken.'

Lees ook

75 procent van de jongeren in de jeugdzorg krijgt te maken met lichamelijk of psychisch geweld, zo blijkt uit onderzoek van de overheid. Zo ook Mylansha, die maandenlang werd misbruikt door haar mentor.

Mylansha (17): “Ik was pas vijf toen ik door een onveilige thuissituatie uit huis werd geplaatst. Wat er precies gebeurd is, houd ik liever privé, maar het was erg heftig. Ik ging van instelling naar instelling en het hele gedoe gaf me zoveel stress. Ik werd er opstandig van en ging overal tegenin. Daardoor kwam ik op mijn veertiende in een gesloten instelling terecht. Hier heb je als kind bijna geen vrijheden meer en mogen hulpverleners streng ingrijpen als er iets gebeurt.”

Geen goed gevoel

“De mentor die ik kreeg aangewezen, was een man van rond de veertig. Ik mocht hem gelijk al niet. Wat het precies was, weet ik niet, maar ik had geen goed gevoel bij hem. Toch besloot ik het aan te kijken. Wat moest ik anders? Het was niet zo dat ik als veertienjarige echt iets te zeggen had.”

“Toen mijn mentor na een paar weken opeens rare opmerkingen tegen mij begon te maken, wist ik dat ik er melding van moest maken. Zo zei hij bijvoorbeeld dat ik er goed uitzag of dat ik een mooi figuur had. Of hij raakte me net even wat langer aan op mijn schouder of billen. Ik voelde me er erg ongemakkelijk door en nam het hoofd van alle mentors, een vrouw, in vertrouwen. Ik vroeg of ik een andere mentor mocht, maar daar wilde zij niks van weten. Volgens haar was het een prima mentor die bovendien heel professioneel was.”

Gezoend

“Na ongeveer acht maanden misbruikte hij mij voor het eerst. Daarvoor had hij mij al eens gezoend, wat ik heel smerig vond. Langzaamaan was hij steeds verdergegaan en ik moest ook dingen bij hem doen. Het was vreselijk, maar tegen wie kon ik het vertellen? Het was duidelijk dat ik toch niet werd geloofd. De enige die ik echt kon vertrouwen, was mijn moeder. Maar haar mocht ik alleen onder toezicht van mijn mentor zien of bellen, dus ik had geen idee hoe ik het moest aanpakken.”

“Uiteindelijk heb ik na een tijdje toch maar een poging gedaan. Ik sprak mijn moeder aan de telefoon en ik zei dat ik haar dringend moest zien. Het ging over mijn mentor, zei ik, maar voordat ik verder kon praten, verbrak hij het gesprek. ‘Dat kwam later nog wel’, zei hij. Daarna mocht ik drie weken geen contact meer met mijn moeder hebben. Zogenaamd omdat zij geen goede invloed op mij had, maar ik wist wel beter. Toen ik mijn moeder uiteindelijk weer sprak, lette hij extra goed op. Aan het begin vroeg ze nog wel wat er nou precies was, maar hij praatte er altijd overheen en kon zo ongestoord verdergaan.”

Vluchtpogingen

“In totaal heb ik zeven vluchtpogingen gedaan. Meestal tijdens een moment van verlof; je mag dan met je mentor mee boodschappen doen. Eén keer ben ik dwars door een raam gesprongen, waarna ik in het ziekenhuis belandde. Ik was zo wanhopig, het enige wat ik wilde, was weg van hem. Soms lukte het me ook om een paar dagen weg te blijven. Dan kocht ik drank en stond ik de hele nacht op straat te drinken.”

“De politie pakte me dan op en bracht me weer netjes terug. Omdat ik bang was dat niemand mij geloofde, durfde ik het aan niemand te vertellen. Uiteindelijk kwam het misbruik na vier maanden alsnog uit toen een huisgenootje mijn mentor mij had zien zoenen. Ze vertelde het aan de leiding en zij wel werd geloofd.”

Veroordeeld

“Inmiddels is er een rechtszaak geweest. Hoewel mijn mentor alles ontkende, is hij veroordeeld tot vijftien maanden celstraf. Hierop is hij in hoger beroep gegaan en nu wachten we al meer dan twee jaar op een nieuwe rechtszaak. In de tussentijd ben ik verhuisd naar een kleine open groep, die mij moet voorbereiden op een terugkeer in de maatschappij.”

“Ondanks alles gaat het nu redelijk goed met mij. Ik ben blij dat ik niks meer te maken heb met mijn mentor, maar iemand in vertrouwen nemen, doe ik niet meer zo snel. Jeugdzorg heeft niet eens sorry gezegd. Dat vind ik eigenlijk nog het allerergste. Er gebeuren bij jeugdzorg zoveel dingen die niet kloppen. Vandaar dat ik mijn verhaal ook doe. Iedereen mag weten wat voor zooitje het daar kan zijn.”

Kijktip: Jojanneke en de jeugdzorgtapes

Jeugdzorg plaatst jaarlijks maar liefst 19.000 kinderen uit huis, wat Nederland koploper in Europa maakt. Hier gaat heel wat mis, en daarover heeft Jojanneke van den Berge de zesdelige EO-serie Jojanneke en de Jeugdzorgtapes gemaakt.

Zij laat samen met jongeren als Mylansha zien wat een uithuisplaatsing met hun leven doet, soms met blijvende schade. Ze hopen hiermee veranderingen in het jeugdzorgsysteem af te dwingen. Elke donderdag om 21.00 uur te zien op NPO 3 en terug te kijken op NPO Start.

Tekst: Renée Brouwer | Beeld: iStock

Laatste nieuws

Zie ook