Je leest het ’t eerst op Grazia.nl

Het roze overhemd

Twijfelend staat M. voor zijn kledingkast. "Ik vind dit shirt zo mooi mam", zegt hij, terwijl hij aan een mouw van een r...

Het roze overhemd

Twijfelend staat M. voor zijn kledingkast. "Ik vind dit shirt zo mooi mam", zegt hij, terwijl hij aan een mouw van een roze/rood shirt trekt. En dan, met duidelijke twijfel in zijn stem, "Maar denk jij dat ze me zullen uitlachen op school?"

Even ben ik stil, terwijl ik me bedenk hoe erg ik het vind dat kinderen van zijn leeftijd daar blijkbaar al mee bezig (moeten) zijn. Dan antwoord ik: "Als jij 'm mooi vindt lieverd, dan doe je 'm toch gewoon aan? Ome Sander zei altijd dat echte mannen roze durven te dragen, omdat ze toch wel weten dat ze een stoere man zijn. En papa heeft ook een roze overhemd."

"Echt?" M. kijkt me verbaasd aan. "Ja echt. Doe 'm gewoon aan en dan merk je het vanzelf wel. En als ze er dan toch wat van zeggen, dan kun je 'm altijd nog in het weekend aan. Ik vind het een prachtig shirt hoor."

M. lijkt overtuigd. Maar als ik hem even later aangekleed en wel de trap af zie gaan, hoor ik hem toch nog even extra bevestiging aan C. vragen: "C., jij vindt toch dat ik er mooi uit zie hè?" "Huh-huh", antwoordt zijn zusje, alsof hij haar net gevraagd heeft of ze wel een meisje is. Wat haar betreft is roze de enige kleur die er überhaupt toe doet, dus dit is vragen naar de bekende weg.

Later die dag, als M. uit school komt, vraag ik hem hoe het ging met zijn shirt. "Ze hebben er niks van gezegd", zegt hij. "Zie je wel?", zeg ik. Maar een beetje opgelucht ben ik wel. Want wat als hij wel geplaagd was? Ik had dan wel gezegd dat hij het shirt dan gewoon in het weekend aan kon, maar ik vind het eigenlijk ook geen goed idee om hem het idee te geven dat hij zich moet aanpassen. Als je daar nu al mee begint, waar eindigt het dan?

Die avond, als ik over Tim Ribberink hoor, weet ik dat. Misschien begon het met hem ooit wel met een roze shirt. Een bloemetjesoverhemd. Zijn kapsel. Of wat voor onbenullig iets ook. Ik ben er stil van. Pesten is van alle tijden, dat weet ik best. Maar nu ik zelf kinderen heb, komt het verhaal, het enorme verdriet dat zijn ouders moeten hebben, ineens veel dichterbij.