Out & About

Real life: "Soms denk ik nog steeds: morgen ga ik naar een spoorwegovergang"

"Ik bleef heel neerslachtig"

Redactie Grazia
2 minuten
Real life: "Soms denk ik nog steeds: morgen ga ik naar een spoorwegovergang"

Volgens cijfers die vorige week bekend werden gemaakt, is zelfdoding doodsoorzaak nummer één onder twintigers en dertigers. Roos (32) heeft wel een idee waarom. Wij geven je alvast een sneak peek, in de nieuwe Grazia lees je het hele verhaal.

"Bezuiniginen in de GGZ en de ellenlange wachtlijsten, je komt bijna niet meer in aanmerking voor acute hulp. Deze bezuinigingen kosten letterlijk levens. Vanaf dat ik een jaar of vier was, had ik last van onverklaarbare driftbuien. Natuurlijk heeft elk klein kind wel eens een driftbui, maar voor mijn ouders voelde dit anders. Ze konden niet direct hun vinger op het probleem leggen, maar hun instinct vertelde hen dat er iets met me aan de hand was."

"Later kwamen er andere problemen bij. Ik had moeite met het sluiten van vriendschappen. Als er tikkertje of verstoppertje werd gespeeld, vond ik dat leuk totdat ik aan de beurt was, dan stopte ik er direct mee. De andere kinderen accepteerden dat natuurlijk niet, dus ik lag op school niet lekker in de groep. Na wat omzwervingen bij het GGZ belandde ik uiteindelijk bij het UMC, waar ik psychologisch getest werd."

"Ik was dertien jaar toen ik werd gediagnosticeerd met PDD NOS: een autisme spectrum stoornis. Na de diagnose kon ik naar het speciaal onderwijs. De eerste twee jaar van de middelbare school had ik doorgebracht op een grote scholengemeenschap, maar daar verdronk ik voor mijn gevoel. Op het speciaal onderwijs kwam ik in een kleine klas waar ik me beschermd voelde en meer aansluiting vond met leeftijdsgenoten."

"Een tijdlang ging het relatief goed met me, maar toen ik zeventien werd begon ik last te krijgen van depressies. Ook had ik last van extreme driftbuien die ik voornamelijk botvierde op mijn zes jaar jongere zusje en mijn ouders. Mijn gedrag was veel heftiger dan dat van een normale puber. Ik voelde veel agressie en had geen idee hoe ik die op een gezonde manier kon uiten. Ik sloeg mezelf, en uiteindelijk begon ik ook in mezelf te snijden. Er was een meisje in mijn klas die dat deed, en in een vlaag van verstandsverbijstering dacht ik: laat ik het ook eens proberen. Ik deed het in een opwelling, maar ik kalmeerde erdoor. Daarna zag ik pas het bloed over mijn arm lopen, en raakte alsnog in paniek."

"Ik verbond mezelf, maar mijn ouders hadden al snel door wat ik had gedaan. Ze snapten het niet, zeiden ze. Ze probeerden me te helpen, en dan deed ik dit? Omdat het echt niet langer ging besloot ik, samen met mijn ouders, naar een psycholoog te gaan voor hulp. Ondanks dat er niet snel medicatie wordt voorgeschreven bij kinderen in de puberteit, kreeg ik toch medicijnen. Die slik ik nog steeds. Ik heb wel eens geprobeerd om ermee te stoppen, maar dan word ik heel prikkelbaar. Mensen hoeven maar ‘Boe!’ naar me te roepen, of ik spring al uit mijn vel."

"De driftbuien verdwenen grotendeels door de medicatie, maar ik bleef heel neerslachtig. Op mijn twintigste had ik een relatie met een meisje en toen zij het na anderhalf jaar uitmaakte, stortte ik in."

Het hele verhaal lees je in de nieuwe Grazia of HIER via Blendle.