Iedere woensdag deelt een Grazia lezer(es) zijn of haar grootste regret...
Naam: Marilou (25) | Relatie: nee | Beroep: barista
Onafscheidelijk
"Ik ben nog nooit zo verliefd geweest als toen ik Maikel leerde kennen. Het was op een feest van een vriendin, zij kende hem van de sportschool. Vanaf de eerste zin die we uitwisselden, klikte het helemaal en hij ging met me mee naar huis. Dat was op vrijdag. Op maandag hebben we ons ziek gemeld voor het werk. En dat was niet eens een leugen: we waren ziek van verliefdheid én oververmoeid omdat we vrijwel niet hadden geslapen. Sindsdien waren we onafscheidelijk. Vriendinnen klaagden dat ze me haast niet meer zagen. Ieder uur zonder Maikel vond ik een verloren uur, zo erg was het. Toen gingen we samenwonen en werd alles vanzelf rustiger. Maar het bleef super gaan tussen ons en ik dacht: dit is het. Híj is het."
Verandering
"Een aantal maanden geleden, we woonden toen twee jaar samen, merkte ik dat Maikel veranderde. Hij was nog maar weinig thuis. Op zijn werk moest hij er hard aan trekken. Daarna ging hij zich ontladen in de sportschool. Prima, ik ondernam ook weer dingen met mijn vriendinnen. Maar we zagen elkaar op een gegeven moment wel érg weinig. Vaak lag ik al in bed als hij eindelijk thuiskwam. We hadden altijd knus verstrengeld geslapen, maar opeens lag hij een stuk van mij af. Door de stress op zijn werk, zei hij. Hij sliep slecht en vond mijn lichaam dicht tegen hem aan benauwend."
"Ik moest me niet druk maken, vond hij. Het zou wel weer goedkomen. We zouden met vakantie gaan, dan kon hij relaxen en was er ook weer genoeg quality time voor ons. Ik baalde wel, maar was niet argwanend. Waarom zou ik? Ik kende hem als een oprechte jongen. We waren al zolang samen en het zat goed. We spaarden voor een eigen huis, hadden al een lijst van onze favoriete babynamen. Dan verwacht je toch niet dat iemand zomaar van je afdrijft?"
Sexleven
"Onze relatie was dan wel minder romantisch geworden, maar ons sexleven was nog altijd goed. Als hij ’s nachts laat thuiskwam, was hij zelden te moe om mij nog wakker te maken. En ik was blij met dit teken van intimiteit. Dus ik liet hem gaan, trok meer mijn eigen plan en wachtte op betere tijden. Maar de vakantie die volgde, die ons weer dichterbij elkaar had moeten brengen, viel tegen. Maikel zat continu op zijn mobiele telefoon en wilde niets ondernemen, alleen maar slapen bij het zwembad. ‘Ik ben zo moe’, zei hij. ‘Straks, als we thuis zijn...’"
Aan het lijntje
"Eigenlijk wist ik het toen al. Hij hield me aan het lijntje. Hij was duidelijk op me uitgekeken. Hij investeerde niet meer in ons. De attente man van vroeger was veranderd in een hork. Ik had een hoop leuke kleding gekocht voor op vakantie, maar er kwamen nul complimenten van zijn kant. Alleen mijn nieuwe ondergoed leek hij leuk te vinden. Maar als we met het licht aan vreeën, merkte ik dat hij oogcontact ontweek. Ik voelde me soms zelfs gebruikt na afloop. In het vliegtuig terug stroomden de tranen over mijn wangen. Maikel merkte het niet eens. Toen we landden, wist ik: het is over tussen ons. Zijn liefde is kennelijk verdwenen. En ik zal wel gek zijn als ik erom ga smeken."
Hoop
"Tijdens onze taxirit, wij beiden zwijgend, naar huis – Maikel zat opnieuw alleen maar met zijn telefoon te pielen – nam ik mij voor om thuis meteen het gesprek aan te gaan. Maar ik kon het niet. Ik kreeg de woorden ‘ik maak het uit’ niet over mijn lippen. De weken erna zocht ik dagelijks naar moed. Als ik nog een greintje zelfrespect heb, zou ik hem nu de deur moeten wijzen, dacht ik. Maar ik bleef hoop houden, tegen beter weten in."
Vernedering
"Op een nacht maakte Maikel me wakker. Blijkbaar omdat hij er niet meer tegen kon. ‘Ik ga bij je weg’, zei hij. ‘Ik hou niet meer van je en ik heb iemand anders.’ Ik begon te huilen. Niet eens omdat het over was, maar omdat ik me zo vernederd voelde. Toen ik hem vroeg waarom hij nog altijd sex met mij had gehad, haalde hij zijn schouders op. ‘Je blijft een lekker ding, natuurlijk.’ Dat maakte de vernedering compleet. Hij hield dus niet meer van mij als mens, als vrouw, maar had me gedegradeerd tot een lichaam."
"Woedend heb ik hem weggejaagd en heb gehuild tot ik ervan hyperventileerde. Het zit me, maanden later, nog steeds dwars hoe het is gelopen. Ik had veel eerder moeten zegen: ik pik dit gedrag niet van je."