Out & About

Had ik maar… niet zo koppig mijn vader afgewezen

Heftig.

Redactie Grazia
4 minuten
Had ik maar… niet zo koppig mijn vader afgewezen

Iedere woensdag deelt een Grazia lezer(es) zijn of haar grootste regret...

"Dat het niet lekker liep tussen mijn vader en moeder wist ik al toen ik een jaar of zes was. Bij vriendinnetjes zag ik ouders grapjes tegen elkaar maken. Hartelijk doen. Ze knuffelden zelfs! Dat was bij mij thuis uitgesloten. Mijn ouders knuffelden mij wel, maar elkaar raakten ze niet aan. En grapjes? Nooit. Ze snauwden, of spraken ijzig tegen elkaar. Soms zwegen ze dagen en communiceerden via mij. Dan zei mijn moeder bijvoorbeeld: ‘Zeg tegen je vader dat oma dit weekend komt.’ Waar hij bij zat! Vanaf de puberteit verzette ik me tegen deze waanzin. Liep boos weg, sloeg met deuren. Riep dat ze maar moesten gaan scheiden. Dat zou voor iedereen beter zijn."

Scheiden

"Toch had ik nooit verwacht dat ze dat echt zouden doen. Op hun eigen, gekke manier leken ze toch aan elkaar gehecht. Mijn moeder in ieder geval wel aan mijn vader. Want toen hij aankondigde dat hij iemand anders had ontmoet met wie hij verder wilde, stortte zij in. Ze lag alleen nog maar huilend in bed en claimde mij om tegenaan te praten. Woest maakte mij dat: op mijn vader. Ik nam het hem kwalijk dat hij mij in deze situatie bracht. Hij was zomaar vertrokken en had mij met de puinhoop achter gelaten. Bovendien vond ik het belachelijk dat hij nu zo’n jonge vriendin had. Ik was veertien op dat moment, zij nog maar drieëntwintig. Terwijl mijn vader bijna twee keer zo oud was! Ik vond het vies, en dat maakte ik hem duidelijk. En nee, ik wilde niet op bezoek komen. Aan zijn smeekbedes via de telefoon had ik geen boodschap. Als hij me niet kwijt had gewild, had hij maar niet moeten vertrekken, simpel."

Smeekbede

"Ergens ontroerde het me wel dat hij niet opgaf. Ondanks dat ik iedere keer rottig tegen hem deed, bleef hij bellen en kaartjes schrijven. Op mijn verjaardag stuurde hij cadeaus. Die ik onuitgepakt terugstuurde. Maar hij bleef volhouden. Toen ik het huis uit ging, had mijn moeder een nieuwe vriend. Daar was ze veel gelukkiger mee dan met mijn vader. Toen al dacht ik: het is heel verstandig geweest dat hij toen is opgestapt. Anders hadden ze elkaar nu nog zitten doodzwijgen. Toch kon ik me er niet toe zetten om in te gaan op de pogingen van mijn vader om weer contact te leggen. Mijn starre, koppige houding was een gewoonte geworden. Ik zou het ooit nog wel eens bijleggen, nam ik me voor. Maar nu nog even niet. Ik had zoveel andere dingen aan mijn hoofd. En mijn vader was al zolang uit mijn leven dat ik hem niet miste. Zijn cadeautjes stuurde ik niet meer terug, maar dat was dan ook het enige. Hem bedanken? No way."

Ziekenhuis

"Twee jaar geleden werd er geen pakje afgeleverd op mijn verjaardag. Het viel me meteen op. Dat zal morgen wel komen, dacht ik nog – maar het bleef uit. Ik werd ongerust. Zou er soms iets met hem zijn? Vijf dagen later stond er een onbekende vrouw voor mijn deur. Ze stelde zich voor als Marieke, de vriendin van mijn vader. De vrouw die ik zo had gehaat als puber. Ze zag er heel aardig uit. Ze vertelde dat het niet goed ging met mijn vader, en vroeg of ze even mocht binnenkomen. Beduusd trok ik de deur verder open. Mijn vader bleek in de week van mijn verjaardag in het ziekenhuis te hebben gelegen. Er was longkanker geconstateerd. Met uitzaaiingen naar de lever. Een doodsvonnis. Verstijfd hoorde ik het verhaal aan. Ik zag de tranen in de ogen van de vrouw tegenover me, en begon zelf ook te huilen. Na al die jaren voelde ik opeens weer hoeveel ik eigenlijk van mijn vader hield."

Schim

"Toen hij nog bij ons woonde, was hij altijd lief voor me geweest. We hadden destijds een goede band. Ik dacht dat ik zo kwaad op hem was geweest omdat hij mijn moeder verliet, maar besefte nu dat ik me gewoon heel erg in de steek gelaten had gevoeld. Zonder aarzeling ging ik met Marieke mee. De blik van mijn vader toen ik zijn ziekenhuiskamer binnenstapte… Zo blij, zo liefdevol. Terwijl ik me doodschrok. Hij was nog maar een schim van zichzelf. De grote stoere man van vroeger was zo afgevallen. Gelukkig zitten er inmiddels weer heel wat kilo’s aan. Ondanks de slechte prognoses leeft hij nog steeds en gaat het redelijk met hem. Hij zegt dat hij dat aan mij te danken heeft. Dat mijn terugkomst in zijn leven hem de kracht heeft gegeven om alles op alles te zetten, al de ellendige chemo’s en andere behandelingen te doorstaan en te knokken voor elke dag die hij nog heeft. Opdat hij nog zo lang mogelijk aan onze band kan bouwen. En die is beter dan ooit. Ik heb hem zijn vertrek vergeven. Hij mij mijn koppigheid. Beiden betreuren we onze verloren jaren, maar we genieten enorm van elkaars gezelschap. Mijn moeder is nota bene ook bij hem op bezoek geweest, en zij en haar vriend gaan vriendschappelijk met hem en Marieke om. Eind goed al goed, zou je bijna zeggen. Maar ik vrees de dag dat mijn vader er niet meer is. En ondanks dat het nu nog goed gaat, zal die ongetwijfeld veel te vroeg komen."