Out & About

Had ik maar… De veilige fietsroute genomen

Iedere woensdag deelt een Grazia lezer(es) zijn of haar grootste regret...

Redactie Grazia
4 minuten
Had ik maar… De veilige fietsroute genomen

Iedere woensdag deelt een Grazia lezer(es) zijn of haar grootste regret...

Naam: Elise (32) Relatie: ja, getrouwd Beroep: professional organizer

“Toen Tom en ik trouwden, hebben we samen een huis gekocht. Ons droomhuis, aan de rand van de stad. Weg uit het centrum, een tuin erbij, genoeg kamers voor mogelijke gezinsuitbreiding, we waren helemaal happy. Dat we nu verder moesten fietsen voor werk of etentjes met vrienden vonden we niet erg. Scheelde weer een sportschoolabonnement. Alleen ’s avonds was het soms lastig. Vanaf ons huis loopt er een prachtige route naar de stad, maar dat is door een bos en een park. Het kan er behoorlijk verlaten zijn. Dus in het donker fietste ik om, maar dat kostte aardig wat extra tijd. Als ik samen met Tom was, namen we wel de weg door het bos. En er gebeurde nooit wat. Daardoor werd ik laks. Zonder het tegen Tom te zeggen – ik wist dat hij zich dan zorgen zou maken – fietste ik steeds vaker de korte, donkere route. Lekker hard. Niemand kon mij wat maken, dacht ik."

Beroofd

"Drie maanden geleden fietste ik er weer. Het was nog niet eens zo laat, vlak na zevenen pas, maar wel pikkedonker. Ik had mijn koptelefoon op en luisterde naar Spotify. Opeens zag ik een paar figuren op het fietspad staan. Ze stonden in de weg dus ik belde hard. Omdat ze niet aan de kant gingen, moest ik wel afremmen. Het bleken drie jongens, hooguit achttien. Doodgewone jongens. Ik rook pas onraad toen een van hem mijn stuur vastpakte. Hij vroeg om mijn mobiel. Nee zeggen was geen optie, dat maakte de blik in zijn ogen me wel duidelijk. Angstig zocht ik mijn smartphone, maar dat ging ze niet snel genoeg. De twee andere jongens pakten me beet en doorzochten mijn zakken. Ook keken ze in mijn tas, en haalden mijn portemonnee eruit. Ze deden ruw en gehaast. Ik kreeg haast geen adem van angst. Van het een op het andere moment was ik uit mijn vrolijke bubbel getrokken, waarin ik nog meezong met muziek en mij verheugde om zo bij Tom te zijn. Nu voelde ik me machteloos, overgeleverd en in paniek. Ik moest ervan huilen. Van de stoere vrouw die ik dacht te zijn was helemaal niets meer over. De jongens maakten daar lullige grapjes over."

Uit balans

"Ze treiterden me, deden alsof ze me zouden slaan. Ze leken ervan te genieten om me bang te maken. Tot slot gaven ze me een heel harde duw. Ik viel, en kwam met mijn enkel onder mijn fiets terecht. Terwijl ik kermde van de pijn maakten zij dat ze wegkwamen. Moeizaam kwam ik overeind, ik kon bijna niet staan. Fietsen lukte ook bijna niet, maar ik trapte gewoon door de pijn heen. Weg wilde ik, veilig naar huis, naar de armen van Tom. Het leek eindeloos te duren voordat ik aankwam. In tranen stapte ik binnen, op van de stress. Tom ving me heel lief op, hij heeft gelukkig niet één keer gezegd: ik zei toch… Maar hij was wel de eerste die zei: ‘Gelukkig dat je er zo goed vanaf gekomen bent, het had veel erger kunnen zijn.’ Natuurlijk, dat dacht ik op dat moment ook. Ik was zo opgelucht dat ik ongedeerd bij hem was. We hebben aangifte gedaan en alle pasjes en mijn simkaart geblokkeerd. ’s Avonds laat lag ik in bed en dacht: laat ik maar gewoon nooit meer in het donker door dat bos fietsen en dit van me afzetten. Maar ik ben nu, drie maanden later, nog steeds uit balans. Ik kamp met nachtmerries. Dan zie ik die rotjongens weer naar me grijnzen en word ik angstig en verkrampt wakker."

'Wees blij'

"Ook overdag heb ik er last van. Ik ben onzeker en argwanend geworden. Ik ben continu alert of mensen – vooral jongens – niet naar me kijken en wat van me moeten. Ik ben ook licht ontvlambaar. Als er per ongeluk iemand tegen me aanloopt in een winkel, ontplof ik al. Zo ben ik nooit geweest en wil ik ook niet zijn. Maar de adrenaline die daar in dat bos is vrijgekomen raast nog steeds door mijn lichaam. Ik ben er nog steeds niet overheen. En de gedachte dat het allemaal veel erger had gekund, geeft me geen troost. Integendeel, eigenlijk. Dat geeft me het gevoel dat ik dankbaar moet zijn; maar dat ben ik niet. Ik ben woest. Hierdoor botst het ook telkens tussen mij en mensen uit mijn omgeving. Ze leven echt wel mee, en ik weet dat ze het goed bedoelen, maar als ze zeggen: ‘Wees blij dat ze je hebben laten gaan,’ ontplof ik. Hoezo ‘wees blij’?! Om mij dan weer een aansteller te voelen. Want inderdaad: ik ben er goed vanaf gekomen. Maak ik het niet groter dan het is? Maar het lukt me gewoon niet om het voorval zomaar achter me te laten, ik ben zo opgefokt en angstig. Ik denk vaak aan die jonge jongens. Het voordeel dat zij hadden – die 40 euro die ik cash bij me had en mijn smartphone van drie jaar oud – valt in het niets vergeleken met de prijs die ik er nu voor betaal. Dat maakt me heel verdrietig."