"‘Is dit wel verstandig?’ mompelde ik, terwijl mijn tong rondjes draaide om die van Tobias. ‘Je bent mijn leidinggevende. En je woont samen, toch?’ Tobias zei niets en zoende alleen maar heviger. Ondertussen schoof hij zijn handen onder mijn rokje. Ook ik stopte met praten; ik verlangde hier al maanden naar. De hele kerstborrel hadden we om elkaar heen gedraaid en nu was hét moment hier. We kenden elkaar zo goed dat ik het onmogelijk achtte dat hij een spelletje met me speelde. Hij was vast net zo verliefd op mij als ik op hem, dat kon niet anders."
Twee meter en tatoeages
"Ik werkte op dat moment al ruim een jaar onder Tobias. Mijn baan beviel me matig, ik vond er minder uitdaging dan de vacature had beloofd. Maar mijn collega’s waren leuk. En dan was er Tobias, ons afdelingshoofd. Twee meter lang, kale kop, tatoeages, en dan strak in pak. Waanzinnig, dat stoere samen met dat keurige. Tobias zorgde ervoor dat ik ondanks mijn voorspelbare takenpakket toch met plezier naar mijn werk kwam. Elke ochtend stond ik voor de spiegel te draaien. Met succes, meende ik: hij beantwoordde mijn flirterige blikken steeds vaker. En hij gaf me complimentjes, legde zelfs zijn hand weleens op mijn schouder. Daaruit leidde ik af dat hij ook wat voor mij voelde. En al wist ik dat hij samenwoonde, ik had toch hoop."
Sexsessie
"Op de kerstborrel hoopte ik dat er eindelijk wat zou gebeuren. Erna zou ik Tobias twee weken niet zien en ik miste hem nu al. En jawel, hij flirtte met me. We dronken veel en zochten elkaar steeds op. Dit zou op zoenen uitlopen, en wat mij betreft op meer. Die vriendin van hem kon me niets schelen. Toen hij wegging, ging ik ook. We liepen samen naar de parkeergarage. ‘Kun jij me een lift geven?’ vroeg ik. ‘Ik heb te veel gedronken.’ Hij knikte en we zaten nog niet in zijn auto of hij begon me te zoenen. Bij mij thuis hebben we alle standjes geprobeerd die er zijn. Uren duurde onze sexsessie en niets was te gek. We deden het zelfs anaal, onder de douche. Daar moet ik iemand voor vertrouwen. En dat deed ik ook. Dit moest echte liefde zijn. Anders doe je dit toch niet met iemand die voor je werkt?"
"Om vijf uur vertrok Tobias, overhaast. Hij schrok van het late tijdstip en was in een tel aangekleed. ‘Ik bel je’, zei hij. Gelukzalig bleef ik achter. Ik was ervan overtuigd dat dit het begin was van iets moois. Maar Kerst ging voorbij zonder dat ik wat van Tobias hoorde. Ik vond het raar, maar praatte het goed. Hij was vast in de war. Zat hij daar nu met zijn vriendin, misschien wel met zijn schoonfamilie. Aan mij te denken en hoe het nu verder moest. Hij moest vast even tot zichzelf komen. Daarna zou hij wel bellen. Maar ook op 27 december bleef het stil. ’s Avonds appte ik hem. Een verleidelijk, zwoel bericht, of hij zin had om tussen mijn benen te kruipen. ‘Niet appen’, schreef hij onmiddellijk. ‘Ik bel je echt nog wel.’ Dat koele bericht was een klap, maar na een half uur had ik het al positief gedraaid. Kennelijk kwam mijn bericht op een fout moment. En hij had toch gezegd dat hij me zou bellen? Daar moest ik op vertrouwen, ik wist toch dat hij iemand was die graag de touwtjes in handen houdt?"
Eer aan mezelf
"Met Oudjaar kon ik alleen maar huilen. Hij zou me toch niet laten barsten? Op 1 januari kreeg ik weer hoop en fantaseerde ik dat hij zomaar voor mijn deur zou staan. Maar nee hoor. Op de avond voordat we weer aan het werk moesten belde hij. Nog geen halve minuut. Om te zeggen dat we het moesten vergeten. Dit stelde niets voor, dat had ik toch wel begrepen? Hij vertrouwde erop dat ik me professioneel zou gedragen. En hij hing op, ijskoud. Wat heb ik gejankt. Ik was dus gewoon een tussendoortje voor hem geweest. Het was vreselijk om weer naar mijn werk te gaan. Oogcontact, grapjes, alles vermeed hij. En ik zat daar maar, de hele dag mijn tranen te verbijten. Wat voelde ik me genaaid. Twee maanden ben ik nog in dienst geweest. Zogenaamd gingen Tobias en ik heel normaal met elkaar om. Maar inwendig voelde ik me diep ellendig. Godzijdank vond ik een andere baan. Op mijn afscheidsfeest, dat door die schijnheilige rotzak werd georganiseerd, ben ik niet komen opdagen. Hoewel hij nu allang uit mijn leven is, voel ik me nog altijd bedrogen. Dat ik zo weinig voor hem betekende dat hij me zo enorm onbeschoft durfde te behandelen, heeft mijn ego een flinke deuk bezorgd."
Tekst: Lydia van der Weide Beeld: iStock