Out & About

Real life: 'Ik werd onterecht verdacht van moord'

Over die nachtmerrie schreef ze nu een boek.

Redactie Grazia
7 minuten
Real life: 'Ik werd onterecht verdacht van moord'

In 1996 zat Marjan (nu 44) drie maanden onschuldig vast op verdenking van moord op Robin (3). Ze was hoogzwanger en moest daarna bevallen in het huis van bewaring. Over die nachtmerrie schreef ze nu een boek.

Paniek

"De dag dat Robin Bogers, toen drie jaar oud, verdween, woensdag 24 april 1996, zou ik samen met mijn tante en tevens goede vriendin Trudy de weekboodschappen gaan doen. Na het overlijden van haar zoon Nicky, mijn vierjarige neefje, wilde ik haar een beetje helpen. Ze belde mij die ochtend om te vragen of ik misschien wat later kon komen, omdat ze onverwachts de deur uit moest. Toen ik die middag haar woonerf opreed, kwam Trudy in paniek op me afgerend. ‘Robin is zoek!’ riep ze. Robin was het driejarige overbuurmeisje en vriendinnetje van Nicky. Na zijn overlijden kwam ze af en toe nog bij Trudy over de vloer. Net als die ochtend. Volgens Trudy was het meisje daarna naar huis gegaan, maar was ze daar nooit aangekomen. Een zoekactie naar de peuter werd gestart, maar zonder resultaat, en ik ging met een rotgevoel naar huis.”

Waslijst aan beschuldigingen

"Een week later schrokken mijn man JeanPaul en ik ons rot toen we hoorden dat Trudy was opgepakt. Ze kon toch niets met de verdwijning te maken hebben? Dit moet een fout zijn, dachten we. Twee dagen later stond ik met een vriendin voor mijn voordeur. We zouden verder gaan met het behangen van de babykamer, want ik was zeven maanden zwanger. Vanuit het niets werden we plotseling door onbekende mannen ons huis binnen geduwd. Ik was volledig in paniek. Het bleek politie te zijn. De rechercheurs kwamen met een hele waslijst aan beschuldigingen en vertelden dat ik verdacht werd van moord, doodslag en wederrechtelijke vrijheidsberoving van Robin. Ik werd geboeid en naar het politiebureau gebracht. Die eerste dagen in gevangenschap voelde ik me zo machteloos. Ik mocht met niemand contact hebben, behalve met mijn advocaat. Ik werd non-stop verhoord en kreeg ook nog eens te horen dat er bloed in mijn auto was gevonden. Het enige wat ik kon doen, was roepen dat ik er écht niets mee te maken had. Het bloed in mijn auto kon niet van het meisje zijn. Ze had namelijk nog nooit in mijn auto gezeten."

"Tijdens die verhoren voelde het voor mij allesbehalve alsof je onschuldig bent tot het tegendeel is bewezen. Zelfs mijn eigen advocaat geloofde me niet en bleef maar vragen of ik er echt niets mee te maken had gehad. De tweede dag dat ik vast zat, kreeg ik van haar een krantenartikel waarin stond dat er een schoentje met een stukje van Robins voet op een vuilnisbelt was gevonden. Ze gingen ervan uit dat het meisje was vermoord. Mijn maag draaide zich om, de nachtmerrie werd steeds erger. Vol afgrijzen las ik verder en kwam ik erachter dat niet alleen Trudy en ik, maar ook mijn man Jean-Paul en mijn schoonvader waren opgepakt. Op dag vijf kreeg ik te horen dat Trudy had bekend en mij ook beschuldigde. Waarom? Ze was toch mijn beste vriendin en tante? En wat had zij er precies mee te maken? Ik snapte er niets van. Niet veel later werd mijn detentie verlengd, met minimaal dertig dagen.”

Afgevallen door stress

"Van het politiebureau in Tilburg werd ik overgebracht naar de gevangenis in Maastricht. Eenmaal daar werd ik onderzocht door de dokter, die me vertelde dat ik drie kilo was afgevallen. Allemaal door de stress. Dit kon natuurlijk nooit goed zijn voor mijn ongeboren kind. Over mijn toeren werd ik naar mijn cel gebracht. Pas na zeventig dagen mocht ik eindelijk weer contact hebben met mijn familie via brieven die gecontroleerd werden. Zij lieten gelukkig weten mij te steunen. Twee weken voor mijn bevalling kreeg ik via de recherche echter wel te horen dat Jean-Paul tijdens het onderzoek aan mij was gaan twijfelen. Mijn eigen man. Ik kon niet begrijpen dat hij zich zo had laten bespelen."

"Tijdens de bevalling mocht hij erbij zijn, maar nu ik wist hoe hij erover dacht, voelde zijn aanwezigheid niet fijn. Wat ook niet meehielp, was het ziekenhuispersoneel dat me heel naar behandelde. De dag nadat ik met mijn zoontje Jesse weer in mijn cel zat, kwam de recherche alweer langs om me te verhoren. Gelukkig stuurde de gevangenisdirectie ze weg, omdat ik rust nodig had. Door Jesse kwam ik in de overlevingsstand terecht. Ik heb mijn advocaat, die toch niets deed, gezegd dat ik haar niet meer nodig had. Gelukkig wilde advocaat Theo Hiddema mijn zaak overnemen, hij stond meteen voor me klaar. Een wereld van verschil. De eerste keer dat ik weer door de rechercheurs werd opgehaald voor mijn verhoor, voelde ik zo sterk: we moesten hier uitkomen, want ik had niets gedaan."

"Eenmaal op het bureau bleek het om een confrontatieverhoor met Trudy te gaan. Na binnenkomst begon ze direct te praten. Ze vertelde dat ze me uit jaloezie beschuldigd had, omdat ik zwanger was in de tijd dat zij haar zoontje verloor. Al die tijd had ik de stille hoop gehad dat ze gewoon in de war was, dat Trudy er ook niets mee te maken had. Nu hoorde ik dat de vrouw van wie ik dacht dat zij mijn beste vriendin was, mij bewust had beschuldigd, omdat ze het niet kon velen dat ik zwanger was. En toen moest het allerergste nog komen. Ze vertelde dat ze Robin door verstikking had omgebracht, omdat het meisje een paar keer naar Nicky had gevraagd en Trudy dat niet aankon. Ongelofelijk. Ik was in een tweede horrorfilm beland.”

Als een gewond dier

"Door Trudy’s bekentenis mocht ik uiteindelijk naar huis. Ik zou opgelucht moeten zijn, maar zo voelde ik me niet. Justitie had voor ons een weekje in een bungalowpark geregeld, omdat de pers die bovenop de zaak zat, ons anders thuis zou belagen. Die week heb ik vooral als een gewond dier in een hoekje gezeten met Jesse op schoot. Alles ging aan me voorbij. Zelfs het moment dat mijn ouders hun kleinzoon voor het eerst zagen."

"Eenmaal thuis heb ik geprobeerd ons leven weer op te pakken en ook mijn relatie met Jean-Paul te lijmen, maar dat was te laat. Na een paar jaar zijn we uit elkaar gegaan. Hij bleef in de slachtofferrol zitten en ik wilde door. Al werd dat me allesbehalve makkelijk gemaakt. Zo werd ik ontslagen bij de ABN-Amro-bank, omdat ik niet had aangegeven dat ik ooit met justitie in aanraking was gekomen. Maar ik heb geen strafblad, er is bewezen dat ik het absoluut niet gedaan kon hebben. Dat zelfs de rechercheur meekwam die mijn zaak had behandeld om de situatie uit te leggen, hielp niet. Daardoor zocht ik maar naar baantjes zonder screening. Anders werd ik toch niet aangenomen, dacht ik."

"Ik ben zelfs aan de drugs geraakt, en toen het na vijftien jaar echt niet meer ging, ben ik in therapie gegaan. In 2015 werd duidelijk dat ik PTSS had. Dat maakte me zo kwaad: ik had niets gedaan en nu was mijn leven verpest en was ik zelfs ziek.”

Nieuw begin

“Een paar jaar daarvoor had ik mijn huidige partner leren kennen. Ik heb hem alles meteen verteld. Hij reageerde geschokt, vond het heel erg voor mij. Hij is ook een paar keer mee geweest naar mijn therapiesessies en begrijpt wat ik doormaak. Gelukkig gaat het sinds we vier jaar geleden onze dochter Jordan kregen een stuk beter met me. Vlak na haar geboorte stond de hele kamer vol met vrienden en familie, waaronder mijn zoon Jesse, met wie ik een heel bijzondere band heb. Allemaal mensen die me nooit hebben laten vallen. Dat voelde echt als een nieuw begin. Vlak nadat ik uit de gevangenis was gekomen, werd ik benaderd door Peter R. de Vries. Hij wilde een item over me maken. Ik durfde dat toen niet, wilde liever niet nog meer aandacht vanuit de pers."

"Vanaf die tijd hebben we af en toe contact gehad en heeft hij me getipt om iets met mijn verhaal te doen. Mijn therapeut adviseerde ook om het op te schrijven; dat zou goed zijn voor de verwerking. Eerst had ik daar helemaal geen behoefte aan, tot het een paar jaar geleden eindelijk beter ging. Ik heb mijn verhaal naar Peter gestuurd. Die was erg onder de indruk en me heeft geholpen een uitgever te vinden. Daar ben ik hem heel dankbaar voor. Nu hoop ik dat ik mijn inzichten en ervaringen met justitie, politie en hulpverleningsorganisaties kan gaan delen door lezingen te geven. Alles om ervoor te zorgen dat onschuldige ex-gevangenen een beter vangnet krijgen dan ik heb gehad.”

Rillingen

“Trudy is na vijfenhalf jaar alweer vrijgekomen. Bizar. In deze tijd zou ze waarschijnlijk levenslang krijgen, wat nog veel te kort is. Ik hoop haar nooit meer te zien. Van een foto krijg ik al de rillingen. Achteraf heb ik ook wel mijn twijfels bij het overlijden van mijn neefje Nicky. Hij zou iets van een aangeboren hersenafwijking hebben gehad, en zijn overlijden zou zijn afgedaan als ‘natuurlijke dood’. Maar dat heb ik nooit van een arts gehoord, alleen van Trudy, en ik geloof niets meer van wat deze vrouw heeft gezegd. De familie van Robin zie ik binnenkort om het eerste exemplaar van het boek te geven. Ik heb hen vooraf natuurlijk gevraagd of ze achter het boek stonden. Ze hebben me laten weten dat ze heel blij zijn dat het nu goed met me gaat. Ik kijk ernaar uit om ze te zien en ze een dikke knuffel te geven.”

Tekst: Kim Buitenhuis | Beeld: iStock