Real life: 'De agent nam ons op oudejaarsavond mee naar huis'

Larissa vluchtte 25 jaar geleden uit Irak.
Real life: 'De agent nam ons op oudejaarsavond mee naar huis'

Gevlucht uit Irak kwam Larissa 25 jaar geleden als baby met haar moeder en zusjes aan in Nederland. Een wildvreemde agent nam het Assyrische gezin mee naar huis.

Engels

“Daar zat mijn moeder dan. Ze was net zo oud als ik nu ben: 25. Met een kind van vier en een van zes en een acht maanden oude baby moest ze urenlang wachten op een politiebureau in een vreemd land, duizenden kilometers van huis. Ze sprak geen woord Engels, behalve die ene zin: ‘I am a refugee.’ Het politiebureau liep langzaam leeg, agenten wensten elkaar een fijne jaarwisseling. Het was Oudejaarsavond, een feest dat Assyriërs altijd met de hele familie vieren. Maar wij kenden niemand. Zelfs mijn vader was achtergebleven tijdens onze vlucht. Een oudere politieman kwam naar ons toe. Met handen en voeten maakte hij zijn voorstel duidelijk. Wilden we met hem mee naar huis?”

Mensensmokkelaars

“Wij zijn Assyrisch, de oorspronkelijke bewoners van een gebied dat deels in Irak, deels in Syrië, deels in Iran en deels in Turkije ligt. Ons volk behoort tot de eerste Christenen. Assyriërs hebben geen eigen land, ze zijn een minderheid die onderdrukt wordt en vervolgd vanwege hun christelijk geloof in het vooral islamitische Midden- Oosten. Wij woonden in Bagdad in Irak, maar mijn vader kreeg politieke problemen. Het was daar niet meer veilig en mijn ouders besloten te vluchten. In Turkije kregen ze een korte cursus Engels, mijn moeder leerde hoe ze ‘ik ben een vluchteling’ kon zeggen. Ze was al getrouwd op haar zeventiende en had niet gestudeerd. Van de mensensmokkelaars moesten we halverwege opsplitsen, mijn vader bleef achter. Met een vrachtwagen kwam mijn moeder met ons drieën vanuit Turkije naar Nederland. Verstopt achter in de laadbak verkruimelde ze koekjes en mengde de kruimels met water om mij, haar baby, te voeden. Melk had ze niet meer. In Venlo werden we in de buurt van het politiebureau gedropt: ‘Loop maar daarheen.’ Het was 31 december, oudejaarsdag. Toen het politiebureau ging sluiten, wist die agent geen andere oplossing dan ons mee naar zijn eigen huis te nemen. Maar mijn moeder vond dat doodeng. Ze kende hem niet en wist niet wat de bedoeling was. Huilend zat ze met ons achter in de auto van die agent. Ze schaamt zich er achteraf enorm voor, maar het is wel begrijpelijk. Toen we aankwamen, werden we begroet door zijn vrouw, zijn tienerdochters en twee vrolijke honden. We mochten in bad, zijn dochters speelden met ons en we gingen met z’n allen aan tafel. Zelfs de tolk, die ze hadden laten komen om met ons te kunnen praten, at mee. Mijn moeder voelde zich iets beter, maar was doodsbang voor de knallen van het vuurwerk dat al werd afgestoken. Het deed haar aan de oorlog denken. De agent regelde daarom een rustige plek voor ons om te overnachten: een klooster in de buurt. Daar kroop ze met ons in één bed. Mijn moeder deed die eerste nacht in Nederland geen oog dicht, maar wij waren meteen in diepe slaap, zo uitgeput waren we.”

Gourmetten

Na een paar maanden sloot mijn vader zich bij ons aan. We hebben in twee of drie asielzoekerscentra gezeten voor we een eigen huis kregen, in Roosendaal. Mijn broertje werd hier geboren, een echte Nederlander. Het was best moeilijk voor mijn ouders. Mijn vader komt uit een welgestelde familie. Thuis hadden ze zelfs een chauffeur. Hier moest hij opnieuw beginnen en werkte als productiemedewerker en in een slachterij. Hij is een keiharde werker en zo kon mijn moeder studeren, zij is nu tolk. Mijn ouders hadden het er allemaal voor over om veilig en vrij te zijn, en hun kinderen een toekomst te bieden. Nederland was een warm bad. We hadden geweldige buren en vrienden vanuit de kerk, die ons van alles leerden zoals pannenkoeken bakken, gourmetten en belastingaangifte doen. Zelf leid ik nu de tienergroep van de katholieke kerk. Ik put kracht uit het geloof en denk dat het mensen bij elkaar brengt. Ik wil teruggeven. Ik werk als docent maatschappijleer en geschiedenis op een vmbo-school en ik zet me in voor de Assyrische gemeenschap. De Assyriërs zijn echt een apart volk met een mooie geschiedenis. We spreken een van de oudste talen ter wereld. Het zou zonde zijn als onze kinderen die later niet meer kennen. Als geschiedenisdocent vind ik het heel erg hoe onze cultuur dreigt te verdwijnen.”

Met open armen

“Oudejaarsavond breng ik door bij mijn familie, zoals gebruikelijk is onder Assyriërs. Met kerst en Oudjaarsavond ben je bij familie. En wie geen familie heeft, nodig je uit. Dat is het gebruik en die politie-agent 25 jaar geleden deed precies dat. Voor ons gezin is 31 december dubbel bijzonder omdat we niet alleen het nieuwe jaar inluiden, maar ook dankbaar zijn dat we hier in Nederland mogen zijn. Die politieman van toen zouden we graag weer eens ontmoeten, maar het is nog niet gelukt hem te vinden. Mijn moeder is bang dat ze destijds ondankbaar overkwam doordat ze zo moest huilen. We zouden graag aan hem laten weten wat die avond voor ons betekende. En misschien is het voor hem leuk om te zien hoe goed het nu met ons gaat. Die warme, open armen waarmee we op Oudjaar in Nederland zijn ontvangen, zullen we nooit vergeten.”

Tekst: Eva Munnik | Beeld: iStock

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails', container: 'taboola-below-article-5f72c6933181f', placement: 'Below Article Thumbnails', target_type: 'mix' });