Real life: ‘Mijn zoon van 8 kreeg een burn-out’

Inmiddels is Ivo 15 jaar oud.

Lees ook

De zoon van Mandy Mennings (47) was 8 toen hij een burn-out bleek te hebben. ‘Mijn man en ik huilden toen we dat hoorden.’

Handleiding

"Ivo was een vrolijk kind. Een lachebekje. Uithuizig ook – hij speelde vaak buiten op straat en ging graag naar vriendjes toe. Hij had een vaste groep jongens met wie hij op de basisschool vaak omging. Hij was joviaal en spontaan. Soms gedroeg hij zich een beetje clownesk in de klas, maar daar maakte ik me geen zorgen om, en de juf trouwens ook niet. Wel moest je hem in een kringgesprek écht aankijken als je contact met hem wilde maken. Kreeg hij een opdracht voor school, dan moest de juf hem even apart nemen. Dat was zijn handleiding. En dat ging prima. Tot groep 4, toen er werd verwacht dat hij meer zelfstandigheid aan de dag zou leggen. Op school leek het alsof er niets aan de hand was, zijn cijfers waren prima. Maar ik zag mijn kind veranderen. Elke schooldag kwam hij ongelukkig thuis. Hij stond al te huilen voordat hij de voordeur ook maar had aangeraakt. Hij was continu boos en begon uit het niets te schreeuwen. Bijvoorbeeld als de tv niet aanging. Dat je echt denkt: wát is er aan de hand? Ivo was ook vaak verdrietig over schoolwerkjes die hij niet had afgekregen. Hij frummelde veel met papiertjes in de klas waardoor er vaak snippers onder en rond zijn tafel lagen. Nu weten we dat hij dat deed om te ventileren, om al die prikkels in de klas kwijt te raken. Maar toen vond de juf het vooral vervelend.”

Twee uur eerder op

“Elke ochtend was het een strijd om Ivo naar school te krijgen. ‘Ik wil niet, ik wil niet’, schreeuwde hij. Hij wilde niet meer alleen naar school lopen. Dus ging ik mee. Niet lang daarna wilde hij niet meer alleen met mij naar school lopen, maar óók met zijn vader. Op een gegeven moment moesten mijn man en ik twee uur eerder opstaan. We waren met z’n allen al kapot voordat de dag begonnen was. Ook slapen werd een probleem. Hij was moe, maar ook angstig. Als mijn man en ik niet in de buurt waren, wilde hij niet slapen. We hebben van een kamertje op de begane grond zijn slaapkamer gemaakt en lieten de deur open, zodat hij ’s avonds, bij het in slaap vallen, bij ons in de buurt was. Zo creëerden we rust voor hem en voor onszelf. We hoefden niet meer iedere avond boven op zijn kamer door te brengen. Zo’n situatie vreet aan je, als ouder. Het is gek om het ene moment nog een gezond kind te hebben, en een zorgeloos gezinsbestaan – Ivo heeft nog een oudere broer en een zus – en ineens een heel angstig en ongelukkig kind mee te maken. Ondertussen worstelde ik me ook door mijn studie ‘docent omgangskunde’ heen waarmee ik net was begonnen. Je bent bezig alle ballen hoog te houden, maar zelf ben je nergens. Ik heb het gehaald, uiteindelijk, maar vraag me niet hóé.”

Overprikkeld

“De juf merkte niets geks aan Ivo’s gedrag. Er werd daarom door school eerst naar onze thuissituatie gevraagd, maar die was prima. Mijn man en ik hebben een goed huwelijk en er was niets met Ivo’s broer of zus aan de hand. Ons huis was een veilige omgeving, dat wist ik zeker. Dus ik wist ook zeker dat Ivo’s gedrag met school te maken had. We gingen in gesprek: met Ivo, met de schoolleiding, met zijn juf. Er waren geen aanwijzingen dat hij erg werd gepest. Ja, er was een vervelend akkefietje geweest waarbij de kinderen om hem heen waren gaan staan en nare dingen hadden geroepen. En er waren signalen dat hij soms werd getreiterd, maar dat was pas toen hij al dreigde uit te vallen. Er waren ook geen redenen om aan te nemen dat hij het lesniveau niet aankon. Met zijn intelligentie was niets mis. Achteraf bleek dat Ivo de prikkels niet aankon. Dertig leerlingen in een klas, dat was voor hem te veel. Reken- en taalopdrachten die hij moest doen met al die kinderen om hem heen, kreeg hij niet gedaan."

"Hij had meerdere juffen – en toen was er ook nog een van hen uitgevallen. Het was te veel en niemand op school zag het. Ivo werd steeds futlozer. Hij was inmiddels negen, maar verzorgde zichzelf niet meer. Haren kammen, zich aankleden, douchen, tandenpoetsen: wij moesten het allemaal doen. Hij was zó moe dat hij zijn armen niet meer kon optillen. Het was vreselijk. Op sommige dagen ging hij nog naar school. Maar op een gegeven moment zei Ivo dat hij geen zin meer had in het leven. De angst greep me naar de strot. Het voelde alsof ik mijn kind aan het verliezen was, en we stonden erbij en keken ernaar. Weet je wat het is? Je kunt je kind vasthouden, knuffelen en troosten, maar je kunt niets oplossen. Vooral ook omdat we er niet achter kwamen wat er precies met hem aan de hand was. Hij snapte het zelf ook niet. ‘Het is een gevoel, mama’, zei hij dan. Dan breek je.”

Geen zeurmoeder

“We zijn naar de dokter geweest. We hebben zóveel dokters gezien. Er is lichamelijk onderzoek gedaan bij hem in het ziekenhuis. We zijn van school gewisseld, drie keer maar liefst, maar mijn zoon was nergens bij gebaat. Op zijn negende werd geconstateerd dat hij autisme had. We hebben daarna jaren gevochten om de juiste hulp te krijgen. Tot in den treure hadden we contact met gemeentemedewerkers (Jeugdzorg is sinds een aantal jaar ondergebracht bij gemeentes, red.).
Van het kastje naar de muur. Ik ben geen zeurmoeder, ik wilde gewoon hulp voor mijn kind. Aan alles voelde ik dat instanties ons lastig vonden. Maar die weg was voor ons de enige optie. Ivo wilde niet meer naar school, en wij kregen alleen maar te horen: hij móét naar school, anders schakelen we een leerplichtambtenaar in. Er werd continu aan ons getrokken, en ik voelde me verlaten. Ik was ook bang. Je hoort van die horrorverhalen van ouders die boetes krijgen, of zelfs uit het ouderlijk gezag worden ontzet…”

Testen onnodig

“Ivo werd steeds bleker. En zijn blik veranderde, zijn ogen sprankelden niet meer. In twee jaar was hij zijn onbevangenheid volledig kwijtgeraakt. Ivo kon alleen maar liggen. Op de bank, in bed. Op een gegeven moment kwamen we via de huisarts bij een psychiater terecht die ons eindelijk serieus nam en gespecialiseerd was in kinderen. Hij wilde onderzoeken doen, maar zag aan alles dat Ivo zó moe was, dat hij zei: ‘Ik hoef die testen niet eens te doen. Deze jongen heeft een burn-out.’ Mensen om ons heen zeiden: ‘Kan dat ook al bij kinderen?’ Maar ik schrok eigenlijk niet van de term. Ja, het is een serieuze ziekte. En ja, het is een aandoening waar vooral volwassenen aan lijden. Maar ik was allang blij dat iemand een diagnose kon stellen. Eindelijk iemand die er iets zinnigs over kon zeggen. ‘Laat hem maar thuis’, zei de psychiater ook, ‘dit kind moet niet naar school.’ Mijn man en ik hebben met z’n tweeën staan huilen toen we het hoorden. Er viel een last van onze schouders af. Het gaat zo tegen je natuur in dat je je kind naar een plek moet sturen waar hij ziek van is geworden. Ik heb al eens eerder interviews gegeven over dit onderwerp, en dan waren er echt mensen die tegen me zeiden: ‘Geef hem toch een schop onder z’n kont’. Die mensen hebben geen realistisch beeld van hoe het er bij ons aan toe ging.”

Meerjarenplan

“We waren blij dat we aan Ivo konden uitleggen wat er aan de hand was – en hij was zelf ook opgelucht. Nu konden we aan herstel werken. Doelgericht en stap voor stap. Want toen die diagnose er was, ging het niet meteen beter. De psychiater zei dat hij net zoveel tijd had om te herstellen als de periode had geduurd waarin hij overprikkeld was geweest. Het zou dus een meerjarenplan worden, maar we hadden iets om aan vast te houden. Het ging tergend traag. Ivo is nu vijftien, we zijn ruim zeven jaar verder. Ik was erg blij dat hij op een gegeven moment zei dat hij wel weer naar school wilde. Hij zit nu op een andere, met kleine klassen. Ivo zit met een groep van vijf à zes leerlingen en krijgt individuele begeleiding. Er wordt goed in de gaten gehouden of hij niet te veel op zijn bordje krijgt – iets waar leraren in een klas met dertig kinderen amper tijd voor hebben. Ivo begon er op de gang, aan een aparte tafel, een uur per dag. Nu kan hij bij zijn klasgenoten zitten, anderhalf uur tot tweeënhalf uur, twee keer per week. Dat klinkt weinig, maar voor ons is het de wereld. Wat ook hielp: een begeleider in huis. Het duurde een halfjaar voordat zij in Ivo’s slaapkamer mocht komen, maar beetje bij beetje won ze zijn vertrouwen en kon ze hem helpen de dagelijkse dingen weer op te pakken. Dan moet je niet denken aan huiswerk, maar aan uiterlijke verzorging, spelen, kamer opruimen, dat soort dingen.”

Tranen op gala-avond

“Sinds kort heeft Ivo een hobby: hij houdt van basketbal. Hij is nu aan het wachten op z’n tenue en dan mag hij ook wedstrijden gaan spelen. Hoewel hij veel dingen heeft gevoeld en gedacht die je als kind niet hoort te voelen en te denken, zie ik hem weer strálen op dat veld. Eindelijk, denk ik dan. Mijn kind heeft jaren in bed gelegen, en nu staat hij te basketballen. En ik sta hem langs de
lijn aan te moedigen. In de loop der jaren hebben we gemerkt dat het een grote aanslag is op je gezondheid en gezinsleven als je een ziek kind hebt. Maar mijn man en ik bleven altijd communiceren. We vonden elkaar in de strijd voor Ivo en ik denk dat dat ons heel sterk heeft gemaakt. We zijn wel een deel van ons sociale leven kwijtgeraakt. Ik was altijd een actieve ouder op school, en dat viel ineens weg. Toen er een gala-avond was op school en ik kinderen in hun jurken en driedelige pakken voorbij zag komen in de wijk, barstte ik in tranen uit. En net zoals Ivo vriendjes verloor en op het laatst niemand meer had, zijn wij ook vrienden kwijtgeraakt. Er waren er veel die het geduld en begrip niet hadden. Je gaat daardoor beseffen hoe dierbaar de blijvers zijn.”

Pleiten voor maatwerk

“Nu het iets beter gaat met Ivo, gaat het ook beter met mij. Dat draadje tussen moeder en kind is onzichtbaar, maar oersterk. Ik heb meer tijd voor mezelf. En nu Ivo beter slaapt, slapen wij ook beter. Maar ik ben nog steeds ontzettend moe. Ik voel het soms in mijn hele lijf. Als je kind een burn-out heeft, krijg jij dat ook vanzelf een beetje. Elk vrij uurtje gaat op aan zorg. Dat doe je uit liefde, maar je loopt jezelf compleet voorbij. Ik voelde dat ik iets wilde dóén met die nare ervaringen die we hadden. Daarom ben ik een stichting begonnen: LOEK, Leren Op Eigen Kracht. Het reguliere onderwijs in Nederland is niet voor elk kind geschikt. Sommige jongeren hebben maatwerk nodig. Ouders en kinderen die in hetzelfde nare schuitje zitten, wil ik helpen. Hoop bieden, de weg wijzen. In de hoop dat zij niet zo lang hoeven te ploeteren en zoeken als wij. Natuurlijk maak ik me soms zorgen om de toekomst. Ivo loopt achter op leeftijdsgenoten en ik weet niet of hij later een studie kan doen. Zal hij dan niet weer in de stress schieten? Gaat hij ooit een diploma halen? Er zijn mensen die al tegen me begonnen over begeleid wonen, voor als hij straks uit huis zou willen. Maar ik heb mezelf geleerd dat ik niet aan morgen moet denken. Dan word ik gek van de zorgen. En dat wil ik ook niet voor Ivo. Hij heeft hard geknokt om te komen waar hij nu is. Ik wil niet doemdenken, ik wil trots zijn op mijn zoon. Hoe hij langzaam weer een beetje met z’n koppie boven water komt. En hoe ik zijn ogen weer zie stralen. Want die vrolijke blik, die had ik erg gemist.”

Om privacyredenen is de naam van Ivo gefingeerd. Zijn echte naam is bekend bij de redactie.

Tekst: Lisanne van Sadelhoff | Beeld: iStock

Laatste nieuws

Zie ook