Out & About

Real life: 'Elke dag moest ik mezelf een peptalk geven voordat ik de deur uitging'

Sharista heeft vitiligo.

Redactie Grazia
2 minuten
Real life: 'Elke dag moest ik mezelf een peptalk geven voordat ik de deur uitging'

Jarenlang verstopte Sharista Lachman haar witte vlekken achter camouflerende make-up. Tot ze dacht: nu laat ik mijn ware gezicht zien.

Camoufleren

Sharista Lachman: “Waardeloos en mislukt. Zo voelde ik mij jarenlang. Het witte stipje dat zich bij mij als brugklasser in mijn gezicht manifesteerde, groeide snel uit tot een grote vlek. Het aantal kleurloze plekken bleef maar uitbreiden over m’n gezicht en lichaam. Op de middelbare school maakte kinderen daar natuurlijk opmerkingen over. Gelukkig had ik een leuke vriendengroep. Erger vond ik het als volwassenen met een boog om me heen liepen. Kennelijk hoorde ik er niet zo uit te zien, dus moest ik het maar verbergen. Op mijn veertiende was ik daarom al dagelijks in de weer met dekkende foundation en poeders. Ik bezocht ook twee keer per week het ziekenhuis voor lichtbehandelingen en probeerde allerlei crèmes uit. Ik wilde zo graag dat anderen mij zagen als een normaal persoon. Niets hielp blijvend. Elke dag besteedde ik anderhalf tot twee uur aan het camoufleren. Naarmate ik ouder werd, voelde ik me meer en meer belemmerd door mijn make-up. Een belangrijk moment van bewustwording kwam op mijn 22e, tijdens een vakantie met een vriendin. Toen ik ’s avonds make-uploos was, met de vlekken in mijn gezicht zichtbaar, was ze niet onder de indruk: ‘Ik denk nu niet anders over je hoor. Je bent nog steeds Sharista’, zei ze."

Schop onder mijn kont

"Ik realiseerde me dat ik mijn huidaandoening in m’n hoofd erger had gemaakt dan het was. De echte ommezwaai werd in gang gezet door een oproep van de Landelijke Vereniging voor Vitiligo-Patiënten. Ze zochten modellen voor hun nieuwe campagne. Het kostte me twee weken om moed bijeen te rapen en te reageren. Mijn geluk was dat op de dag van de fotoshoot er een aantal meiden van mijn leeftijd waren die mij die laatste schop onder m’n kont gaven. Zij konden het ook zonder make-up, dus waarom ik niet? Na de fotografie ging ik naar een restaurant, zonder make-up. Het voelde heel raar maar ik doorstond de avond. Thuis besloot ik: ik houd op met mezelf verstoppen achter een masker. Elke dag moest ik mezelf een peptalk geven voordat ik de deur uitging. Ze vinden me vast een monster, dacht ik. Ik negeerde bewust alle blikken. Het helpt mij dat ik meedoe aan fotoshoots. Doordat mensen die foto’s mooi vinden, vind ik mezelf eindelijk ook mooi. Nu besef ik: dit is wie ik ben. Als ik tweekleurig moet zijn, dan is dat maar zo. Al die jaren dat ik me druk maakte om mijn vlekken, heb ik niet echt geleefd. Ik kan nu pas ademen.”

Tekst: Liesbeth Oeseburg | Beeld: Elisabeth van Aalderen