Real life: 'Met acht man sprongen ze op me om me naar de isoleer te brengen'

Joyce schreef het boek Verborgen Verdriet.
Real life: 'Met acht man sprongen ze op me om me naar de isoleer te brengen'

Joyce (20) was dertien toen ze anorexia en een depressie ontwikkelde. In plaats van goede hulp te krijgen, ontwikkelde ze nog meer trauma’s. ‘Met acht man sprongen ze op me om me naar de isoleer te brengen.’

Totale chaos

"Ik was een jaar of negen toen ik besloot dat ik niet meer zo veel mocht snoepen en meer moest bewegen. Als ik nu terugkijk, waren dat mijn eerste verstoorde eetregels. Ik was ontzettend perfectionistisch en had altijd maar de drang om overal de beste in te zijn. In die tijd vond ik mezelf niet de knapste en ook wat dik, daarom hoopte ik door dit soort regeltjes dunner te worden. Rond mijn dertiende verergerde mijn eetgedrag. Dat had ook te maken met de situatie thuis. Die was alles behalve fijn. Mijn ouders maakten veel ruzie en schreeuwden vaak tegen elkaar. De een sliep op zolder en de ander in de slaapkamer. Het is heel heftig als je ouders zo met elkaar omgaan en dat heeft zeker bijgedragen aan de ontwikkeling van mijn eetstoornis en depressie. In die periode werd ik steeds somberder en stopte ik soms weken met eten. Ik vond mezelf een vies, vet varken dat niets waard was. In mijn hoofd was het een totale chaos, ik voerde een enorme strijd met mezelf, maar die was voor niemand zichtbaar. Niet-eten was mijn manier om controle over mijn leven te krijgen.”

Te veel pijn

“Thuis had niemand iets door, en ook mijn vriendinnen op school wisten van niets. Ik kon mijn problemen goed verbergen en had altijd een smoesje klaar. In korte tijd verloor ik veel gewicht, maar ik kreeg ook ontzettend last van hoofdpijnaanvallen. Dat kwam door alle spanningen en stress. Op een gegeven moment werden de aanvallen zo heftig dat ik naar de huisarts moest. Door hem werd ik doorverwezen naar een kinderarts, die mij na een tijdje besloot op te nemen ter observatie. Daar viel het ze op dat ik niets at en weinig dronk, en werd er twee maanden later anorexia vastgesteld. Ik kreeg direct sondevoeding om aan te sterken. Vreselijk vond ik dat. Ik werd gedwongen te ‘eten’, terwijl ik dat helemaal niet wilde. Toen ik was aangesterkt, mocht ik weer naar huis en werd ik door de kinderarts doorverwezen naar een psycholoog, zodat ik ook kon praten over mijn sombere gevoelens maar helaas was dat geen match. Ik stond niet open voor hulp, en zij konden niet goed tot me doordringen. Daarom werd ik naar een psychiater gestuurd, ook dat was geen succes. Vervolgens hopte ik van de ene therapie naar de ander, en ging van kliniek naar kliniek. Maar niemand kon me echt helpen. Ik wilde niet eten en drinken en weigerde mee te werken. In totaal ben ik achttien keer in het ziekenhuis opgenomen, want in al die tijd weigerde ik om te eten en te drinken. In het ziekenhuis kreeg ik dan sondevoeding en zodra mijn lichamelijke waarden redelijk op peil waren, werd ik weer ontslagen. Zo ging het maar door."

"Daarbij hielp mijn complexe situatie thuis niet bepaald mee. Mijn ouders waren inmiddels gescheiden en ik ging bij mijn vader wonen, want de band met mijn moeder was helaas niet goed. Hij probeerde zo goed mogelijk voor me te zorgen, maar hij kon niet tegen mijn anorexia en depressie op. Intussen probeerde ik zo goed als ik kon door te gaan met mijn ‘normale’ leven en de schijn naar de buitenwereld op te houden. Ik zat in die tijd nog op school, zag vriendinnen en deed ook aan hockey. Mijn situatie escaleerde toen ik op mijn vijftiende na een hockeytraining naar huis fietste en door twee mannen van mijn fiets werd getrokken. Ik werd verkracht, door allebei. Van het sek- sueel misbruik zelf weet ik niet veel meer. Hoe het heeft kunnen gebeuren ook niet, alles is een waas. Ik heb de ervaring verdrongen, ergens ver weg waar het me geen pijn meer kan doen. Ik weet niet hoe ik ben thuisgekomen, maar ik zal vast hebben gefietst. Daarna ben ik in bed gaan liggen. Ik schaamde me zo ontzettend. Hoe kon dit me zijn overkomen? Ik vond het vreselijk en gaf mezelf de schuld. Ook besloot ik om niemand hierover te vertellen. Als ik niet wist hoe ik er mee om kon gaan, hoe kan ik daar dan een ander mee opschepen?”

Klaar met het leven

“Dat was het begin van mijn suïcidale tijd. Voor mij was het toen echt klaar, ik wilde niet meer leven. Ik was totaal moedeloos geworden van het geschuif van de ene hulpverlener naar de andere, voelde me eenzaam en verlaten, en vond mezelf niets meer waard. Ik dacht dat alles beter zou zijn als ik er niet meer was. Vanaf dat moment zat ik elke dag te broeden op plannen hoe ik zelfmoord kon plegen, maar ik was te laf om het uit te voeren. Dat vond ik dan weer vreselijk zwak van mezelf. Ik werd zwaar depressief en at nauwelijks. Alles deed ik op de automatische piloot: naar school ging ik niet meer, sporten en naar m’n psycholoog waren mijn dagelijkse bezigheden. Natuurlijk hadden mijn vader en vriendinnen wel in de gaten dat het niet goed met me ging, maar niemand kon tot me doordringen. Op mijn zestiende heb ik voor het eerst zelfmoord geprobeerd te plegen. Ik hoopte echt dat ik nooit meer wakker zou worden, maar dat werd ik tot mijn verdriet wel. Totaal verslagen en doodmoe van al die medicatie liep ik naar beneden. Ik was totaal stuk: ik wilde er zo graag niet meer zijn. Mijn vader had door dat er iets met me was, maar over mijn zelfmoordpoging vertelde ik hem niet. Pas toen ik later die dag bij mijn psycholoog zat, kwam aan het licht dat ik een einde aan mijn leven wilde maken. Diezelfde dag nog ben ik opgenomen door een crisisdienst in een kliniek. Vanaf dat moment heb ik niet meer thuis gewoond.”

Opgesloten in een kliniek

“Mijn eerste opname in een kliniek duurde drie maanden, maar omdat ik daar erg opstandig was en weinig progressie boekte, werd ik overgeplaatst naar een gesloten jeugdinrichting. Ze zouden daar beter voor me kunnen zorgen, en gespecialiseerd zijn in mijn soort traumatische ervaringen werd er gezegd. Maar helaas heb ik dat niet zo ervaren. Het was de bedoeling dat ik daar voor een paar maanden zou zitten, maar ik heb er bijna twee jaar gewoond. En die tijd was ronduit vreselijk. De jeugdzorginstelling was omringd met hoge hekken, dikke muren en overal hingen bewakingscamera’s. Het bleek vroeger een jeugdgevangenis te zijn geweest, en ook van binnen zag het er nog zo uit. In mijn kamer zat nog een metalen wc, een metalen wasbak, ik had een bed en een bureau met een stoel vast in de grond. Vrijheden, zoals je eigen beddengoed, moest je verdienen door goed gedrag te vertonen."

"Ook mochten we vier keer per dag een kwartiertje de tuin in om te luchten, zo noemden ze dat daar. Dan konden we even een balletje trappen, schommelen of een sigaret roken. Ik woonde met acht jongeren tussen de twaalf en achttien afgesloten op een groep, als een soort eigen leefgemeenschap. Alle activiteiten, therapievormen en eten en drinken deden we zo veel mogelijk in groepsverband, maar verder zat ik vooral alleen op mijn kamer. Ik voelde me ontzettend eenzaam en miste mijn familie en vriendinnen. Nog altijd was het mijn grootste wens om niet meer te leven, en opnieuw was ik heel opstandig tegenover de hulpverleners. Ik wilde hun hulp helemaal niet, ik wilde er niet meer zijn. Waarom begreep niemand dat nou? Daarom weigerde ik mee te werken aan de therapievormen. Ik at en dronk omdat het moest, anders moest ik alleen naar mijn kamer of naar de isoleer. Zodra ik ook maar iets deed wat niet naar de zin van de betreffende begeleider was, moest ik of op mijn kamer blijven, of ik werd in de isoleer gezet. Ik denk dat ik het eerste half jaar vaker in de isoleer zat dan op mijn kamer. En dat bevorderde mijn mentale stoornissen nou niet bepaald.”

Meerdere trauma's

“In de jeugdinstelling heb ik meerdere trauma’s opgelopen. De manier waarop je naar de isoleer werd gebracht, is bijvoorbeeld echt mensonterend. Vaak was ik op zo’n moment ontzettend in paniek of heel verdrietig. Maar in plaats van dat ze me rustig probeerden te krijgen, drukten ze op een alarm waardoor er meteen een stuk of acht begeleiders op me af kwamen gerend. Vervolgens drukten ze me op de grond en tilden ze me daarna op terwijl ik me niet kon bewegen en brachten ze me naar de isoleer. Daar kleden ze me uit, tot ik helemaal naakt was en gooiden ze de deur dicht. In de isoleer lag vervolgens onder een deken een scheurjurk voor me klaar, dat is een jurk gemaakt van een dikke stof die je niet kapot kunt scheuren om zelfmoord mee te plegen. Die jurk moest ik vervolgens zelf aantrekken – terwijl ik wist dat er een camera op me gericht was, want in de isoleer word je non-stop bekeken – en dan begon het grote wachten. Je wist nooit hoe lang je er zat. Het lijkt net een slechte film, maar het is echt de manier waarop ze daar te werk gingen."

"Ik begrijp het principe van de isoleer, vooral voor jongeren die gewelddadig zijn. Maar jongeren zoals ik komen daar alleen maar slechter uit. Om iemand op die manier te vernederen en uren, soms dagen in een kamer op te sluiten, dat is niet menselijk. En bovendien heeft het helemaal niets met hulpverlening te maken. Het eerste jaar in de jeugdinstelling heb ik dan ook meerdere keren geprobeerd zelfmoord te plegen, maar daarna bleef het alleen bij suïcidale gedachtes. Ik werkte ook steeds beter mee met de hulpverleners en at bij vlagen beter. Eigenlijk deed ik bijna alles om maar uit die isoleer te blijven. Maar dat was nu juist de crux: ik deed het om uit de isoleer te blijven, maar niet omdat ík het zelf wilde. Er veranderde dan ook niets aan mijn psychische problemen. Ik was gewoon ontzettend bang dat ik weer in die donkere kamer werd opgesloten. Op een gegeven moment telde ik de dagen af tot ik achttien zou worden. Op dat moment was ik volwassen en hoefde ik niet langer in de jeugdinstelling te blijven of een andere hulpinstantie als ik dat niet zelf wilde.”

Laatste kans

“Al die tijd is schrijven mijn uitlaatklep geweest. Vanaf mijn jeugd hield ik een dagboek bij. Daarin kon ik rust vinden, mijn gevoelens opschrijven die ik niet met anderen durfden te delen. Toen ik een keer een stuk uit mijn dagboek voorlas aan een therapeut zei zij: daar moet je wat mee doen. Dat was voor mij het moment dat ik begon na te denken om mijn dagboek te bundelen en uit te brengen. In de hoop dat ik hulpverleners inzichten kan geven hoe jongeren het in de psychiatrie en jeugdzorginstellingen ervaren, en dat er naar mijn mening veel misgaat en echt anders geregeld moet worden. Aan de andere kant hoop ik ook dat mijn ervaringen andere jongeren kunnen inspireren om hulp te zoeken bij psychische stoornissen en die hulp ook echt te accepteren. Zelf heb ik jarenlang lopen zwoegen en traumatische opnames gehad, maar waarvoor? Er is er nog altijd geen resultaat geboekt. Ik ben nog steeds depressief, heb anorexia en door het seksueel misbruik en de ervaringen in de instelling heb ik ook een posttraumatische stressstoornis."

"Laatst kreeg ik van een psychiater te horen dat ik de laatste behandelmogelijkheid in zou gaan: elektroshocktherapie. Hierbij worden er stroomstoten in mijn hersenen geschoten die een epileptische aanval veroorzaken. Op die manier hopen ze mijn brein te resetten, zodat de depressie zal verdwijnen. Het is mijn laatste kans, en de 27e behandelvorm die ik inga. Als de shocktherapie niet aanslaat, is het voor mij klaar. Ik heb dan alles geprobeerd en kies voor een waardig einde, want leven op de manier zoals ik nu doe wil ik echt niet langer. Samen met mijn vader en artsen ben ik dat op dit moment aan het vastleggen. Mijn halve leven kamp ik al met psychische problemen, ik zou zo graag beter willen zijn. Lange tijd heb ik in mijn eigen wereld geleefd, een wereld die vooral bestond uit zelfhaat, zelfmedelijden en verzet tegen iedereen die mij juist wilde helpen. Maar nu besef ik dat ik wil vechten. Ik zou zo graag de mooie en leuke kanten van het leven zien. Ik hoop echt dat ik die kans krijg.”

Joyce schreef een autobiografie over haar leven met mentale problemen binnen de vier muren van de psychiatrie en jeugdzorg. Verborgen Verdriet, €22,96 Brave New Books.

Tekst: Babette Dessing | Beeld: iStock

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails', container: 'taboola-below-article-5f354477ce9cc', placement: 'Below Article Thumbnails', target_type: 'mix' });