Real life: 'Die tumor was mijn reset'

Lana bleek op jonge leeftijd darmkanker te hebben.
Real life: 'Die tumor was mijn reset'

Lana (33) sjeesde als een bezetene door het leven, feestje hier, netwerkborrel daar, tot ze op haar 29e doodziek werd. Ze bleek darmkanker te hebben –zeldzaam op die leeftijd. ‘Het klinkt misschien hard, maar die tumor heeft mijn leven gered.’

Overleven

"Vijf jaar geleden woonde ik in New York, the city that never sleeps. Mijn man en ik deden die naam eer aan, want we sliepen nauwelijks. Hard werken, veel netwerken, veel vrienden, etentjes, feestjes: we ráásden door het leven. Omdat we dat wilden, want wie wil er nou niet in zo’n wereldstad wonen, maar ook omdat we het moesten. We woonden in een klein appartement, het was elke maand onzeker of we de huur konden betalen, want alles is daar onnoemelijk duur. We waren continu op zoek naar nieuwe manieren om rond te komen. Mijn man werkte keihard voor een marketingbureau en ik had op het toppunt vier banen. Ik werkte als journalist, was nanny, en deed klussen op projectbasis. We dachten dat we aan het leven waren, maar eigenlijk waren we aan het overleven. De vriendschappen die we hadden, waren oppervlakkig, want langer dan één of twee jaar houd je het als expat niet vol in deze stad. Bevriend worden met locals was ook lastig. Mensen wonen zo een uur met de metro bij je vandaan. Mijn man en ik leerden veel nieuwe mensen kennen, maar waren tegelijkertijd eenzaam. Ondertussen deed ik alles om gezond te blijven; dáár had ik tenminste controle over. Yoga, vegan voeding, veel mediteren. Toch voelde ik me steeds slechter en was ik ongelukkig.”

De schuld van de stad

“Op een gegeven moment lukte werken niet meer, omdat ik me zo slecht voelde. Ik was doodop, sliep nog minder dan voorheen, piekerde veel en lag overdag vooral op de bank, te lezen. Dat was het enige waar ik energie voor had. Mijn man bleef werken en gelukkig konden we daarvan toen even rondkomen. Steeds sterker voelde ik: er klopt iets niet met mijn lichaam. Ik kon er alleen de vinger niet op leggen. Maandenlang gaf ik de stad de schuld. Je moet je voorstellen dat er in New York áltijd reuring is, áltijd drukte, altijd geluid, mensen, chaos, te midden van al die hoge gebouwen. Ik verdween voor mijn gevoel. Ondertussen probeerden we een kind te krijgen, dat was op dat moment heel belangrijk voor me, en ondanks dat ik me zo slecht voelde, vond ik toch dat de tijd rijp was. Mijn lijf veranderde, mijn buik was opgezwollen, m’n menstruatie bleef uit, dus elke keer dacht ik: zou het...? Als ik dan tóch niet zwanger bleek nadat ik een test had gedaan, was ik teleurgesteld. Maar ik stond niet stil bij de signalen die mijn lichaam had afgegeven. Ik had geen idee dat er ook weleens iets heel anders aan de hand kon zijn.

Stress

Wel begon ik te merken dat ik enorm vermagerde. Ik ben al niet iemand die heel zwaar is – normaal weeg ik 50 tot 53 kilo – maar op het dieptepunt woog ik slechts 45 kilo. Terwijl ik best lang ben. Ik weet nog dat ik toen tegen vriendinnen heb gezegd dat ik me zorgen maakte. Maar de winters in New York zijn zwaar: het is superkoud, het sneeuwt vaak en ik had veel stress. Dus ik dacht: daar komt het door. Toch bleef mijn buik ‘zeuren’ en zat ik op een gegeven moment – in die strenge winter – tegen depressiviteit aan. In New York naar de dokter gaan deed ik niet; een zorgverzekering is in Amerika onbetaalbaar. Maar ik plande wel een doktersafspraak in Gent in, waar ik vandaan kom. In het voorjaar zouden we namelijk naar huis vliegen om familie en vrienden te bezoeken. Ik was aan het aftellen, zoals een klein kind met zijn verjaardag doet, omdat ik iedereen zo had gemist. Met dat in het vooruitzicht dacht ik: nu gaat het goedkomen. Eenmaal in België was het fijn om iedereen weer te zien, maar de huisarts gaf me helaas geen duidelijkheid. Hij drukte een paar keer op mijn buik en zei: ‘Stress.’ Ik moest beter voor mezelf zorgen en met die boodschap stapten we weer het vliegtuig in, terug naar ons ‘thuis’ in Amerika dat geen thuis meer was.”

Met een infuus aansterken

“Alles in me schreeuwde: ga terug, ga terug. Binnen een paar dagen pakte ik mijn koffer, zegde mijn werk op, kocht een vliegticket naar huis en liet letterlijk alles achter. Ook mijn man – voor éven natuurlijk, want die kwam me later achterna. Hij snapte niet wat er aan de hand was. Ik ook niet. Nu is het heel duidelijk. Door bij mijn moeder te gaan wonen en wéér bij de dokter aan te kloppen, heb ik naar mijn instinct geluisterd. En dat was de beste beslissing die ik ooit in mijn leven had kunnen maken. Er kwam meer kalmte over me heen toen ik bij mijn moeder introk. Ik vond een baantje in de horeca – ik wilde mezelf blijven bewijzen dat ik heus wel kon werken – en ik voelde me iets beter, maar de pijn in mijn buik bleef. Sterker nog, die werd erger en zelf werd ik steeds zwakker. Tot ik op een gegeven moment niet meer kon bukken van de buikpijn, en letterlijk bijna omdonderde. De huisarts verwees me door om een echo te laten maken en een paar dagen later werd ik op een doodgewone maandag door hem teruggebeld. ‘Je moet nu onmiddellijk naar het ziekenhuis.’ Ik begreep het niet. Waarom in godsnaam? Even later vertelde de chirurg me dat ik
een knoop in mijn darmen had. Mijn lijf verdroeg geen eten meer en kon het ook niet verwerken. Ik viel van mijn stoel van verbazing. Ik moest eerst via een infuus een week aansterken, omdat ik de spoedoperatie die nodig was, anders niet zou overleven. Ik belde mijn man, maar zei ook dat hij niet hierheen hoefde te komen. Ik voelde me bijna gegeneerd, al die mensen die zich zo druk maakten om mij. Mijn state of mind was: dit komt goed. Als ik nu terugkijk, denk ik alleen maar: hoe kon ik dat denken op dat moment?”

Dit fiksten ze wel

“Ik kreeg een soort astronautenvoeding, mijn waardes verbeterden en na een week kon de operatie niet langer worden uitgesteld. De knoop in mijn darmen – niemand wist trouwens hoe die daar kwam – had voor verstopping gezorgd. Vlak voor de operatie nam ik geen afscheid, ik denk dat ik alles nog steeds onderschatte. Uit zelfbescherming. Bovendien: ik was 29. Dit fiksten de artsen wel. Zodra de artsen me opensneden, zagen ze het. Een tumor op mijn dikke darm van tien centimeter. Dat is heel groot. En zeldzaam, want darmkanker komt eigenlijk niet voor bij jonge vrouwen van mijn leeftijd. De artsen hebben het al wel tien keer tegen me gezegd: ‘Zo jong!’ Deze vorm van kanker kan ook heel agressief zijn en snel uitzaaien, maar dat was gelukkig – o, wat ben ik dáár dankbaar voor – niet gebeurd. Ze hebben een groot stuk van mijn dikke darm verwijderd, ik heb nu nog het absolute minimum over om normaal te functioneren. Na afloop kreeg ik geen chemo of nabehandelingen, maar dat betekent niet dat de periode daarna niet heftig was. Ik ging slapen met het idee: een knoop in mijn darmen. Toen ik wakker werd na de operatie, het woord ‘tumor’ hoorde en voelde hoe mijn lijf overal op reageerde, dacht ik: het is gedaan. Dit ga ik niet overleven. Er ging zoveel mis, mijn lichaam was op. Ik moest overgeven, was ziek van de pijn en viel de hele tijd weg. Ik voelde al mijn levensenergie via al die infusen en kabeltjes uit mijn lichaam stromen. Dat werd versterkt doordat iedereen om mij heen – van de artsen tot mijn ouders – in paniek was. Mijn lijf reageerde heel heftig op de pijn, die zware operatie en de medicijnen. Ik kon me niet bewegen en mijn moeder pakte steeds mijn hand alsof het een afscheid was. Ik zag de paniek in hun ogen. En toen kwam mijn man in het ziekenhuis, de dag na de operatie. Ik dacht de hele tijd: even volhouden tot hij terug is uit New York. Dan komt het goed. En echt, dat kwam het ook. Dat hij mijn kamer binnenkwam was zo’n magisch moment. Hij pakte mijn hand, ging super rustig naast me zitten en toen voelde ik aan alles: ik hoef me geen zorgen meer te maken. Het klinkt misschien dramatisch, maar ik zeg weleens dat hij mijn leven heeft gered.”

Drastisch besluit

“Ik was niet zomaar van het ziekenhuis en de medische molen af. Een paar dagen na mijn ontslag werd ik toch weer opgenomen vanwege complicaties. In totaal lag ik er bijna een maand. Van die periode kan ik me weinig herinneren. Ik had veel pijnstillers en een morfinepomp. Ik weet nog dat ik de hele tijd zoiets had van: ik ga niet op die knop drukken, ik ga niet op die knop drukken, ik ben sterk. En twee seconden later: ik ga nu op die knop drukken. De buikpijn was niet te houden. Eenmaal thuis knapte ik beetje bij beetje op. Ik werd wel vaak teruggefloten door mijn lijf. Het was zwaar – de revalidatie, thuis uitzieken – dus ik had iets nodig om naar uit te kijken. Een droom. Dromen zijn heel belangrijk in moeilijke periodes. Daarom ging ik me focussen op een katten- adoptiecafé. Iets wat ik eigenlijk al heel lang wilde doen. Vóórdat ik naar New York ging zelfs. Ik heb me er echt op gestort, samen met een goede vriendin, en dat heeft me erdoorheen getrokken. Het was pittig: revalideren en bezig zijn met werk op hetzelfde moment. Ik hopte van doktersafspraak naar werkmeeting, en soms zat ik echt huilend met mijn handen in het haar. Het was veel. Maar: ik heb het gered! Het café is er nu vier jaar, het staat in Gent, het is een fijne en inmiddels vrij bekende plek en er zijn al honderd katten geadopteerd. Een jaar nadat we open waren gegaan, voelde ik: ik heb mezelf wéér overschat. Ik heb veel te hard en te veel gewerkt, omdat ik dat café wilde openen. Net als in New York had ik veel te veel van mezelf gevraagd. Terwijl mijn lichaam niet meer hetzelfde was. Ik heb niet alleen een groot litteken vanaf mijn borst tot mijn navel, maar vanbinnen is er ook iets stuk. Ik kan niet meer alles eten, spinazie bijvoorbeeld verdraag ik niet meer, en mijn energieniveau is veel lager. Dat vind ik misschien wel het moeilijkste: mijn geest is nog hetzelfde, ik ben nog steeds ambitieus en levenslustig, maar mijn lijf kan dat niet meer aan. Er moest dus iets veranderen. Ik moest mijn lijf en hoofd op elkaar af leren stemmen. Yoga en meditatie hielpen me daarbij. Ik stopte uiteindelijk ook met het kattencafé. Een drastisch besluit, maar mijn vriendin runt dat nu alleen en het gaat heel goed. Verder leerde ik naar mijn eigen grenzen te kijken. Ik heb dagelijks pijn, dat is een onderdeel van mijn leven geworden, maar geen arts heeft mij verteld hoe ik daarmee moet omgaan. Hoe moet je zorgen dat je de pijn niet je hele leven laat beheersen? En hoe ga je dan wel op een zachte manier met pijn om? Langzaam heb ik dit mezelf geleerd.”

Geleefd voor goedkeuring

“Nu luister ik vooral naar wat ik wil en nodig heb. Wil ik de hele avond thuis zijn? Dan doe ik dat. Heb ik ergens geen energie voor? Dan zeg ik het af. Ik heb heel lang geleefd voor de goedkeuring van anderen. Vooral in New York. Ik was bang dat mensen me een loser vonden als ik ‘het’ niet zou maken. Maar wat is ‘het’? Is dat niet gewoon helemaal jezelf kunnen zijn? Gelukkig zijn met wat je hebt? Het is bevrijdend om je leven te leven zonder continu rekening te houden met wat iedereen van je zou denken. Toen ik in het ziekenhuis belandde, zijn mensen afgehaakt. Sommigen belden niet meer terug, vroegen niet meer hoe het ging. Dat deed zeer. Er bleven slechts twee vrienden over, maar met hen heb ik een veel intensere band. Ze krijgen alles van me te zien: mijn blije, mijn verdrietige, mijn boze, mijn rauwe en mijn vrolijke kant. En andersom mag dat ook. Er zijn ook nieuwe vrienden bij gekomen. En nu zie ik in: de mensen die toen afhaakten, hadden misschien de woorden niet voor mijn situatie. Maar ze pasten dan dus ook niet bij me. De mensen die ik nu heb, noem ik mijn tribe. Daar hoort mijn man ook zeker bij. We zijn nog steeds bij elkaar. Nu al zestien jaar. Omdat we samen zoiets heftigs hebben meegemaakt en het sámen ook overleefden, voel ik aan alles: hij is goud waard. Met hem wil ik een gezin stichten. Want ja: die vurige kinderwens is er nog steeds. Ik weet nu alleen wel dat het goed is dat het in New York niet is gelukt. Ik blijk de genmutatie BRCA te hebben, die Angelina Jolie ook heeft. Daarmee kan het dus zijn dat mijn kinderen een erfelijke en agressieve vorm van kanker krijgen, en wat ik heb meegemaakt wens ik niemand toe. Ik heb elk halfjaar nog een controle, en elk halfjaar betekent dat toch weer angst en paniek en nachten wakker liggen. Bovendien is mijn lichaam niet meer honderd procent. Dus ik ga – en kan – nu geen kind op de wereld zetten. Mijn man en ik hebben er lang over nagedacht, en inmiddels zitten we in de laatste fase voor adoptie. We krijgen twee kindjes uit India, en echt: ik kan niet wachten.”

Nooit te laat

“Ondertussen werk ik hard aan mijn eigen meditatie- en mindsetpraktijk en heb ik een boek geschreven over mijn levenslessen, Reset. Ik wil andere mensen door moeilijke periodes heen helpen, en ze leren dat ook zij kunnen gaan doen wat ze écht willen. Daar is het nooit te laat voor. Ik had een ziekte nodig om dat in te zien, ik hoop dat ik het andere mensen kan laten zien zónder dat ze iets ergs meemaken. Ik zeg weleens dat de kanker mijn leven heeft gered. En ik weet dat dat een harde uitspraak kan zijn voor mensen die ongeneeslijk ziek zijn, of iemand aan de ziekte zijn verloren. Ik besef ook dat ik stomweg geluk heb gehad en er op tijd bij was door naar mijn instinct te luisteren. Maar ik wil ermee zeggen dat mijn ziekte een reset was. Een keiharde. Een pijnlijke. Een moeilijke. Maar uiteindelijk wel een mooie, want nu leid ik het leven dat ik altijd al wilde leiden. Ik was vóór mijn ziekte een schim van wat ik nu ben.”

Tekst: Lisanne van Sadelhoff | Beeld: iStock

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails', container: 'taboola-below-article-5f3262d56f336', placement: 'Below Article Thumbnails', target_type: 'mix' });